Een aandeel in een vennootschap verleent bepaalde rechten. Die rechten kunnen we onderverdelen in lidmaatschapsrechten en vermogensrechten. Lidmaatschapsrechten hebben te maken met inspraak in het reilen en zeilen van een vennootschap. In eerste instantie gaat het hier om het stemrecht in de algemene vergadering. De vermogensrechten zijn de rechten op de economische waarde van de aandelen. Hieruit ontstaat het recht op een dividend en ook op een deel van de reserves wanneer de vennootschap wordt vereffend.
...

Een aandeel in een vennootschap verleent bepaalde rechten. Die rechten kunnen we onderverdelen in lidmaatschapsrechten en vermogensrechten. Lidmaatschapsrechten hebben te maken met inspraak in het reilen en zeilen van een vennootschap. In eerste instantie gaat het hier om het stemrecht in de algemene vergadering. De vermogensrechten zijn de rechten op de economische waarde van de aandelen. Hieruit ontstaat het recht op een dividend en ook op een deel van de reserves wanneer de vennootschap wordt vereffend. Bij de certificering van aandelen worden de lidmaatschapsrechten van de aandelen afgesplitst van de vermogensrechten. Men spreekt ook wel van een splitsing tussen de juridische en de economische eigendom. Een wet uit 1998 zorgde voor een juridisch kader waarbinnen zo'n splitsing mogelijk is voor de aandelen van een BVBA, een NV en een commanditaire vennootschap op aandelen. De aandeelhouders van die vennootschapsvormen kunnen hun aandelen afstaan aan een rechtspersoon die alleen de lidmaatschapsrechten wil uitoefenen. De rechtspersoon geeft in ruil certificaten aan de oorspronkelijke aandeelhouders en verbindt zich ertoe de opbrengst van of de inkomsten uit de aandelen voor te behouden aan de certificaathouders. Met andere woorden: door de certificering verliezen de oorspronkelijke aandeelhouders hun zeggenschap in de algemene vergadering en het bestuur van de vennootschap, maar blijft het financiële belang dat ze bij hun aandeelhouderschap hebben, gewaarborgd. Met de wijziging van de vzw-wet in 2002 zag een nieuw soort rechtspersoon het licht: de private stichting. Dat is een rechtspersoon die een vermogen beheert vanuit een belangeloos doel. Zo kan iemand die een kunstcollectie bezit, bij testament een stichting oprichten die de collectie moet beheren. Of een filantroop kan een deel van zijn vermogen onderbrengen in een stichting met een liefdadig doel. Maar ook de controle over een vennootschap door aandelencertificaten uit te geven, wordt beschouwd als een belangeloos doel. De inspiratie voor dit gebruik van de private stichting haalde de wetgever uit Nederland, waar certificering door een zogeheten stichting-administratiekantoor al decennia een courante praktijk is. Een private stichting kan door een of meerdere personen worden opgericht, bij leven of bij testament. In elk geval is er een notariële akte nodig. De notaris moet onderzoeken of de wettelijke bepalingen in verband met stichtingen zijn nageleefd. De stichting heeft geen leden of vennoten. Er is dan ook geen sprake van een algemene vergadering. Het bestuur en de vertegenwoordiging van de stichting zijn in handen van een raad van bestuur, die uit ten minste drie leden moet bestaan. De voorwaarde van drie bestuurders is een nadeel van de Belgische stichting in vergelijking met het Nederlandse stichting-administratiekantoor, waar één bestuurder volstaat. De statuten en andere belangrijke akten van een stichting (bijvoorbeeld akten waarin de bestuurders worden benoemd of ontslagen) moeten neergelegd worden bij de rechtbank van koophandel. Daar worden ze bijgehouden in een dossier dat iedereen kan raadplegen. De stichting moet bovendien uittreksels van de statuten en de belangrijke akten laten publiceren in het Belgisch Staatsblad. Private stichtingen zijn verplicht om een boekhouding te voeren en een jaarrekening op te maken. De jaarrekening wordt in het stichtingsdossier opgenomen. Grote stichtingen - dat zijn stichtingen die bepaalde grenzen inzake personeel, balanstotaal en ontvangsten overschrijden - moeten de regels van het dubbel boekhouden volgen en hun jaarrekening neerleggen bij de Nationale Bank van België. Alleen de rechtbank van eerste aanleg kan een private stichting ontbinden, op vordering van een stichter of een van zijn rechthebbenden, van een of meer bestuurders of van het openbaar ministerie. Een stichting die aandelen certificeert binnen de regeling van de wet van 1998, is fiscaal transparant voor de inkomstenbelasting. Dat betekent dat de stichting fiscaal niet bestaat, de fiscus kijkt erdoorheen. Niet de stichting wordt beschouwd als aandeelhouder van de vennootschap, maar de certificaathouders. Daarom worden dividenden die de vennootschap uitkeert, niet belast bij de stichting maar bij de certificaathouders (de belasting gebeurt bijna altijd door inhouding van een roerende voorheffing). Dat betekent ook dat de meerwaarde die aandeelhouders realiseren wanneer ze hun aandelen overdragen aan een private stichting, fiscaal niet bestaat en dus niet belast wordt. In het Vlaams gewest geldt sinds 1 januari 2004 een registratierecht van 7 % voor de schenking van aandelen aan een private stichting, en een successierecht van 8,8 % voor de overdracht via een legaat. Deze tarieven zijn beduidend lager dan die vroeger van toepassing waren in ons gewest (en nog steeds gelden in de andere gewesten). Voor de schenking en vererving van aandelencertificaten gelden in Vlaanderen dezelfde regels als die voor de aandelen zelf. Schenking en vererving van aandelencertificaten zijn onder bepaalde voorwaarden dus mogelijk tegen 2 of zelfs 0 %. Door certificering worden aandelen van een vennootschap die over verschillende eigenaars zijn verspreid, gezamenlijk beheerd. Hierdoor kunnen de sleutelfiguren van een vennootschap de continuïteit van het vennootschapsbestuur organiseren. Hoe dat werkt, illustreren we hieronder met twee eenvoudige voorbeelden. Voorbeeld 1: controle over een familiale vennootschapDertig jaar geleden hebben Jan Peeters en Peter Janssens de PVBA PJ Electronics opgericht. Het aandelenbezit was bij de oprichting fiftyfifty verdeeld. Anno 2004 is de vennootschap omgevormd tot een NV. Zowel Jan Peeters als Peter Janssens heeft in de voorbije jaren via handgift een deel van zijn aandelen doorgegeven aan de kinderen. De aandelenverhouding ziet er nu zo uit: Jan Peeters en zijn echtgenote bezitten 15 % van de aandelen. Ann, de dochter van Jan Peeters, heeft 35 % van de aandelen. Peter Janssens en zijn echtgenote bezitten 20 % van de aandelen, Joris, Koen en Elke, de kinderen van Peter Janssens, beschikken elk over 10 % van de aandelen. De raad van bestuur van de NV is samengesteld uit Jan Peeters en zijn echtgenote en Peter Janssens en zijn echtgenote. De stichters van de vennootschap willen nu de rest van hun aandelen en het bestuur van de onderneming overdragen aan de jongere generatie. Maar van de kinderen blijken enkel Ann Peeters en Joris Janssens geïnteresseerd om een leidende rol in de vennootschap te spelen. Dat de aandelen van de NV voor een groot gedeelte in handen zijn van personen die alleen een financieel belang hebben door hun aandelenbezit en geen interesse hebben voor medezeggenschap in het beleid van de vennootschap, is een risico voor de continuïteit van de onderneming. Zo zouden er tussen de kinderen bijvoorbeeld conflicten kunnen ontstaan die niets te maken hebben met de onderneming, maar die ertoe leiden dat er op een bepaald ogenblik geen meerderheid is in de algemene vergadering die de zetelende bestuurders steunt. Ann en Joris zijn weliswaar de sleutelfiguren voor de toekomst van de vennootschap, maar hebben samen slechts 45 % van de aandelen en dus geen meerderheid in de algemene vergadering. Om de continuïteit van het bedrijf te garanderen, kan in deze situatie overwogen worden om een constructie met een stichting op te zetten. In grote lijnen zou dat er als volgt kunnen uitzien. Alle aandeelhouders dragen hun aandelen over aan de stichting. In ruil voor deze overdracht ontvangen ze certificaten. Jan Peeters en Peter Janssens en hun echtgenoten nemen ontslag als bestuurders van de NV en worden vervangen door Ann en Joris. Die worden ook benoemd tot bestuurders van de stichting. Omdat de raad van bestuur van een stichting ten minste drie bestuurders moet tellen, zal er nog een externe persoon gevonden moeten worden. Het resultaat van deze constructie is dat Ann Peeters en Joris Janssens hun positie als bestuurders van de NV en dus de continuïteit van de onderneming garanderen, terwijl geen van de andere familieleden financieel tekort wordt gedaan. Voorbeeld 2: controle over een beursgenoteerde vennootschapDe firma X, een NV, is beursgenoteerd. Zestig procent van de aandelen is in handen van vier NV's (A bezit 5 %, B 10 %, C 20 % en D 25 %). De rest van de aandelen is verspreid onder kleine beleggers. A, B, C en D hebben een afspraak om samen X te controleren en hebben proportioneel hun vertegenwoordigers in de raad van bestuur van X. Op een bepaald ogenblik wordt door vennootschap Y een openbaar bod uitgebracht op de aandelen van X. Stel dat de meeste kleine beleggers en de firma C op dit bod zouden ingaan. Dan verwerft Y de controle over X. Om zulke scenario's te vermijden, zouden A, B, C en D hun aandelen kunnen onderbrengen in een stichting die ze samen besturen. Daardoor sluiten ze uit dat een van hen zijn participatie alleen zou verkopen en daarmee de gezamenlijke controle zou prijsgeven. Natuurlijk zouden A, B, C en D ook een aandeelhoudersovereenkomst kunnen afsluiten, waarin de overdracht van aandelen wordt beperkt. Alleen zijn zulke beperkingen begrensd in de tijd en bij een openbaar bod gelden ze niet meer. Certificering van aandelen is een techniek om de controle over een vennootschap te organiseren wanneer de continuïteit van de onderneming wordt bedreigd door verspreid aandelenbezit. Sinds kort kan hiervoor de Belgische private stichting gebruikt worden. Maar ook certificering door een Nederlands stichting-administratiekantoor blijft mogelijk. De Nederlandse stichting laat een soepeler regeling van het bestuur toe (slechts één bestuurder nodig) en Nederlandse notarissen hebben veel ervaring met deze rechtsfiguur. Maar dan valt het controlevehikel wel onder een ander rechtsstelsel dan de gecontroleerde vennootschap. Dat kan dan weer een argument zijn om toch voor de Belgische stichting te kiezen. Eenvoudig zijn zulke constructies in elk geval niet. Zowel de certificeringsovereenkomst als de statuten van de stichting moeten zorgvuldig worden opgesteld. Advies van gespecialiseerde vennootschapsjuristen en fiscale adviseurs is dan ook onontbeerlijk. Felix Vanden HeedeNiet de stichting wordt beschouwd als aandeelhouder van de vennootschap, maar de certificaathouders. Schenking en vererving van aandelencertificaten zijn onder bepaalde voorwaarden mogelijk tegen 2 of zelfs 0 %.