De Belgische textielindustrie turnde zich in de afgelopen dertig jaar van het quotaregime grondig om: weg van de kledingfilière (drie kwart op het eind van de jaren zestig tot één kwart van het Belgisch textiel vandaag) naar segmenten met hoge toegevoegde waarde. Febeltex schat dat hoogstens één derde van de bedrijven nadeel zal ondervinden van een volledige liberalisering, tegen wellicht 40 % à 50 % voor het Europese gemiddelde (de zwaarste klappen vallen in Italië en Frankrijk).
...

De Belgische textielindustrie turnde zich in de afgelopen dertig jaar van het quotaregime grondig om: weg van de kledingfilière (drie kwart op het eind van de jaren zestig tot één kwart van het Belgisch textiel vandaag) naar segmenten met hoge toegevoegde waarde. Febeltex schat dat hoogstens één derde van de bedrijven nadeel zal ondervinden van een volledige liberalisering, tegen wellicht 40 % à 50 % voor het Europese gemiddelde (de zwaarste klappen vallen in Italië en Frankrijk). "Eén derde, dat zijn mogelijk toch 15.000 banen die vanaf 1 januari 2005 in de Belgische textielindustrie op de tocht staan," vreest Fa Quix (Febeltex). En dat terwijl de zwakke dollar in 2003 al 600 jobs deed sneuvelen (een omzetverlies van 250 miljoen euro) en dit jaar nog dubbel zoveel banen kan kosten, vooral in weverijen voor kledingstoffen, interieurtextiel en in toelevering. "De overgrote meerderheid van de Belgische textielbedrijven is intrinsiek sterk en opereert in verdedigbare marktsegmenten." (zie grafiek: 5 toepassingen van textiel - Aandeel in toegevoegde waarde)Vlaamse ondernemers op Heimtextil, de beurs voor interieurtextiel in Frankfurt, beweren dat samenwerking tussen textiel-KMO's en familiebedrijven niet langer een taboe is. "Iedereen praat erover, maar niemand doet het," wordt er telkens bijgezegd. Trends verzamelde reacties: Hendrik Persyn (Metrax-Comag) pleit voor een krachtenbundeling in de thuismarkt en in belangrijke afzetmarkten. "Maar het opstarten van gezamenlijke productie in het buitenland botst op hardnekkig individualisme." Febeltex polste drie jaar geleden een aantal complementaire bedrijven om samen naar China te trekken. Tevergeefs. Luc Clarys ( Clama International) hoopte dat aanvullende Vlaamse textielbedrijven hem zouden volgen om in Indonesië een Vlaamse textielcluster uit te bouwen. Ook dat lukte niet. "Zelfs Turkije, dat voor tapijt en meubelstoffen een grotere bedreiging is dan China, lijkt te ver weg," zegt Stefaan Verstraete (Verstraete & Verbauwede). "Wel wordt er meer informatie uitgewisseld onder collega's/concurrenten over gezamenlijke aankopen of marketing, maar doorbraken zijn zeldzaam." Rik Buysse ( Tissat) ging in 2001, tegen de trend in, over van textielhandel naar het weven van meubel- en gordijnstoffen. Hij bevestigt dat jongere bedrijfsleiders de denkoefening maken om bijvoorbeeld samen grondstoffen aan te kopen. Ignace Van Oudenhove ( Sawy Passementen) voelt de noodzaak van een krachtenbundeling met collega's in zijn segment. "Maar emotioneel ligt dat moeilijk: onze ouders waren concurrenten van elkaar." "Op termijn verschuift de volumemarkt naar China; daar zullen we ons met z'n allen op moeten voorbereiden. Tenzij we liever collectief zelfmoord plegen," aldus een ondernemer die anoniem wil blijven. Eric Magnus van CreaModa, de Belgische kledingbranche, verwacht relatief minder grote schokken na het wegvallen van de quota omdat de voortdurende jobafkalving, de delokalisatie en de heroriëntering op nichestrategieën al veel langer bezig was. Magnus: "China dreigt wel onze fabrikanten en hun Noord-Afrikaanse en Centraal-Europese partners te treffen door de productie daar weg te trekken."