Sinds september zijn er wettelijke regels voor de kleding van motor- en scooterrijders. Ze moeten een lange broek, een jas met lange mouwen, laarzen (of hoge schoenen die de enkel bedekken) en handschoenen dragen. Maar wat is goede motorkledij?
...

Sinds september zijn er wettelijke regels voor de kleding van motor- en scooterrijders. Ze moeten een lange broek, een jas met lange mouwen, laarzen (of hoge schoenen die de enkel bedekken) en handschoenen dragen. Maar wat is goede motorkledij? In principe is leder het beste omdat het bij een eventuele schuiver slijtvast is. De meeste motorrijders (zeker degenen die de motor gebruiken voor woon-werkverkeer) dragen textiel. Dat zit wat ruimer en kan over de normale kledij aangetrokken worden. Voorts zijn die wind- en waterdicht (dankzij Gore-Tex en soortgelijke membranen) en ook te voorzien van een wintervoering. Fabrice Vyvey, zaakvoerder van de speciaalzaak in motorkledij EKO, zegt dat je bij de keuze van kledij moet letten op je zithouding op de motor. "Als je een sportmotor hebt waar je voorovergebogen op zit, is een driekwartsjas vaak te kort", zegt hij. Wie wat lange benen heeft, moet ook opletten dat de broekspijpen ook in de zithouding het onderbeen bedekken. "Motorkledij moet goed aansluiten, maar ze mag ook weer niet te strak zitten. Te los is ook niet goed omdat de protectoren op de schouders, ellebogen en knieën dan niet op de juiste plaats zitten", legt Vyvey uit. Natuurlijk heeft niet iedereen dezelfde lichaamsbouw. Twee personen van 1,85 meter groot kunnen bijvoorbeeld een verschillende beenlengte hebben. "We hebben broeken in verschillende lengtematen en kunnen de protectoren in drie standen zetten zodat we de broek perfect kunnen aanpassen." Een proefrit met motorkleding is niet mogelijk. In de kledingwinkels zijn niet altijd motoren beschikbaar om eens met de motorkledij de zithouding aan te nemen. Vyvey heeft dat opgelost door speciale stoelen in zijn zaak te zetten. Voor helmen geldt ook dat een proefrit lang niet altijd mogelijk is. Paul-Henri Rampelbergh, verantwoordelijk voor de accessoires bij D'Ieteren Sport (importeur van onder andere AGV-helmen), zegt: "Als je bij een dealer een helm 5 tot 10 minuten draagt, dan heb je al een goed idee wat die helm aan comfort en pasvorm biedt." Een helm moet volgens Rampelbergh goed aansluiten, niet kunnen bewegen op het hoofd, een klein beetje knellen (het binnenwerk van de helm zal zich nog 'zetten' naar het hoofd van de drager) maar ook weer niet te strak zitten. De prijzen voor helmen lopen ver uiteen. Duurdere helmen zijn vaak van beter materiaal gemaakt. Vaak zijn ze ook lichter en hebben ze een groter draagcomfort. Maar niet elke helm past iedereen even goed. Net als bij kleding is het ook een kwestie van passen en meten. Bij de helmen zijn drie grote groepen te onderscheiden: integraalhelmen (vooral in trek bij sportieve rijders), systeemhelmen (helmen met een opklapbaar kinstuk, veel gebruikt door woon-werkrijders en toerrijders) en openface-helmen (exemplaren zonder kinstuk, veel gedragen door scooterrijders). Rampelbergh wijst erop dat bij systeemhelmen er het best sprake is van twee homologaties: als intergraal ('P') en als openfacehelm ('J'). Met een systeemhelm die alleen een homologatie heeft als integraalhelm mag je in principe niet met opgeklapt kinstuk rijden. Ten slotte, hoelang gaat een helm mee? Als regel neemt men 4 à 5 jaar. Daarna 'moet' die vervangen worden. Na verloop van tijd wordt het binnenwerk immers wat ruimer en heeft de schadelijke uv-straling invloed gehad op de kwaliteit van de helmschaal. AD VAN POPPEL