Agalev: c ò CD&V: c ò N-VA: b ò SP.A: c ò Spirit: b ò Vlaams Blok: b ò VLD: b
...

Agalev: c ò CD&V: c ò N-VA: b ò SP.A: c ò Spirit: b ò Vlaams Blok: b ò VLD: bGekissebis over het tekort in de ziekteverzekering is het afgelopen decennium een constante in de nationale politiek. De vergrijzing en de hoge kostprijs van nieuwe medische praktijken leggen immers een tijdbom onder de betaalbaarheid van het systeem. De kosten in de gezondheidszorg stegen de voorbije jaren sneller dan het bruto nationaal product. Tijdens de afgelopen regeerperiode kwam er een kwart (27,5 %) bij op het budget van de ziekteverzekering, dat nu al 15 miljard euro per jaar bedraagt. Paars-groen koos er in 1999 bewust voor om de budgetten in de ziekteverzekering eenmalig en fors te verhogen. Daarnaast trok minister van Sociale Zaken Frank Vandenbroucke (SP.A) de jaarlijkse groeinorm op van 1,5 % tot 2,5 %. In de sector leverde hem dat destijds een aanmoedigingsapplaus op. Ondertussen is de klaagmuur echter opnieuw te klein om de ontevreden zorgverstrekkers soelaas te bieden. Blijkbaar was zelfs een explosie van middelen voor de ziekteverzekering onvoldoende. De overheid gaf de voorbije regeerperiode 960 miljoen euro meer uit dan begroot. De betaalbaarheid van de gezondheidszorg is met andere woorden een structureel probleem. Ook binnen de regering zorgde dat voor gebakkelei. Vooral VLD-voorzitter Karel De Gucht verweet minister Vandenbroucke wel eens een gebrek aan budgettaire verantwoordelijkheidszin. Alle partijen zijn het eens: de uitgaven in de gezondheidszorg beperken is de komende jaren een utopie. De SP.A wil zelfs een jaarlijkse stijging van 6 % tot 7 % en staat daarmee haaks op de ideeën van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO). De werkgeversorganisatie stelt onomwonden dat jaarlijkse groeipercentages zoals we die de afgelopen jaren kenden onhoudbaar zijn. Het Vlaams Economisch Verbond (VEV) zit op dezelfde lijn als het over de verplichte ziekteverzekering gaat, maar wijst ook op de mogelijkheden van de zorgsector als groeimarkt buiten het Belgische verzekeringsstelsel. Steeds meer patiënten uit de buurlanden komen naar België omdat de wachtlijsten bij hen te lang zijn. Iets waar de CD&V en SP.A juist weigerachtig tegenover staan. Het lijkt erop dat politici nog zoeken naar het juiste recept voor een betaalbare gezondheidszorg. De CD&V werkte een heus zorgwaarborgplan uit. SP.A en Agalev wijzen op een bredere maatschappelijke context, maar de slogans worden in hun verkiezingsprogramma te weinig geruggensteund door een duidelijk plan. De rest houdt het vooral bij loodgieterij en is veeleer vaag dan visionair. Alle partijen onderschrijven het belang van de eerstelijnszorg en een getrapte geneeskunde. Kwestie dat niet iedereen om de haverklap naar een specialist holt voor een akkefietje dat een huisarts kan behandelen. Specialistische geneeskunde is nu eenmaal duurder. In die discussie doen het Vlaams Blok, Agalev en de N-VA ook concrete voorstellen over een andere financieringswijze van de eerstelijnsgeneeskunde: meer forfaits en minder prestatiegebonden. Spirit zit op dezelfde lijn, bepleit het gebruik van generische geneesmiddelen en wil de maximumfactuur verhogen. Hoewel alle partijen een betere controle op het consumptiegedrag vooropstellen, verschuift het accent van kostenbeperkende maatregelen naar de vraag hoe ons land de toenemende kosten zal financieren. Grotendeels komt die financiering nu uit de patronale lasten. De VLD, CD&V, Spirit, Vlaams Blok en N-VA hebben plannen om die financiering op zijn minst gedeeltelijk te halen uit algemene belastingen. VBO, VEV en ook het ACV zitten op die golflengte. Is er een verdere privatisering van de gezondheidszorg nodig? Agalev, SP.A en CD&V zijn uitgesproken tegen. Voorvechters van een verdere uitbouw van aanvullende verzekeringen zijn er niet echt. De vragen van de werkgeversorganisaties om meer ruimte te creëren voor een eerlijke concurrentie tussen de ziekenfondsen en de privé-verzekeraars botst op de minste weerstand bij N-VA en het Vlaams Blok. Spirit bepleit uitdrukkelijk de ontzuiling van de sociale zekerheid. Hét hete hangijzer is ongetwijfeld de vraag of gezondheidszorg een regionale materie moet worden. De regionalisering staat bij N-VA, Vlaams Blok, VLD en CD&V op het programma. Alleen verschilt het discours nogal. Het Blok heeft het onomwonden over de transfers naar Wallonië en de overconsumptie aldaar. N-VA en de CD&V wijzen meer op een coherentie in het beleid. Op dit moment is preventie een regionale materie, maar de inspanningen op dat niveau komen niet de regio ten goede. De VLD is op termijn voorstander van een regionalisering en wijst vooral op de verschillende consumptiepatronen in Wallonië en Vlaanderen. R.B.