David Hockney kreeg onlangs retrospectieve expo's in het Centre Pompidou in Parijs, het Metropolitan Museum of Art in New York en Tate Modern in Londen. De expo in het Van Gogh Museum in Amsterdam heeft niet de ambitie een overzichtstentoonstelling te zijn. Ze zoomt in op de liefde voor kleur en natuur bij Hockney en Van Gogh. Hockney heeft...

David Hockney kreeg onlangs retrospectieve expo's in het Centre Pompidou in Parijs, het Metropolitan Museum of Art in New York en Tate Modern in Londen. De expo in het Van Gogh Museum in Amsterdam heeft niet de ambitie een overzichtstentoonstelling te zijn. Ze zoomt in op de liefde voor kleur en natuur bij Hockney en Van Gogh. Hockney heeft een fascinatie voor Van Gogh, zijn metier, zijn urgentie en de energie in zijn werk. "Van Gogh kon alles op een boeiende manier schilderen. Van een uitgeleefde badkamer tot een rafelig tapijt", zei hij ooit. De klemtoon van de expo ligt op de Yorkshire Wolds-periode van Hockney. Eind jaren negentig trok de Britse artiest naar het platteland. Hij raakte er geïnspireerd door de landschappen, waarvan hij sommige tekende op een iPad. Een twintigtal van die iPad-werken zijn op groot formaat te zien in Amsterdam, naast intieme schetsen, aquarellen, prints, video's en zwart-wittekeningen. Een uitschieter wordt Hockneys The Arrival of Spring in Woldgate, East Yorkshire (2011), een topwerk uit het Centre Pompidou. De overweldigende natuurpracht vertaalde hij in een monumentaal werk, waarvan een joie de vivre afstraalt. Toen Van Gogh naar de Provence trok, was de positieve invloed van het licht en de kleuren ook onmiddellijk merkbaar in zijn werk. Pas later overschaduwden zijn mentale problemen zijn composities. De expo The Joy of Nature in Amsterdam legt ook andere parallellen tussen het oeuvre van Hockney en Van Gogh bloot. Beide artiesten waren bijvoorbeeld nooit bang van kleur, zochten continu naar innovatie in het medium en experimenteerden met perspectief.