Het verdict van de kiezer ligt op tafel en de politieke klasse ziet zich geconfronteerd met een stevig kluwen. Uit de resultaten van 10 juni een werkbare en slagvaardige regeerformule distilleren, ligt niet voor de hand. De lijst van de problemen die onvermijdelijk en dreigend op ons afkomen, geeft aan dat we best snel over een intelligent en doortastend handelende regering beschikken. Als we het nog maar enkel bij de sociaaleconomische materies houden, stuiten we al op een ontzagwekkende rij. Met onder meer de tewerkstelling, de vergrijzing, de concurrentiepositie, de begroting, de sociale zekerheid en het energievraagstuk.
...

Het verdict van de kiezer ligt op tafel en de politieke klasse ziet zich geconfronteerd met een stevig kluwen. Uit de resultaten van 10 juni een werkbare en slagvaardige regeerformule distilleren, ligt niet voor de hand. De lijst van de problemen die onvermijdelijk en dreigend op ons afkomen, geeft aan dat we best snel over een intelligent en doortastend handelende regering beschikken. Als we het nog maar enkel bij de sociaaleconomische materies houden, stuiten we al op een ontzagwekkende rij. Met onder meer de tewerkstelling, de vergrijzing, de concurrentiepositie, de begroting, de sociale zekerheid en het energievraagstuk. Mijmerend over de grote lijnen achter en doorheen deze veelheid van problemen (die met een goede aanpak kunnen uitmonden in schitterende opportuniteiten), viel in mijn bibliotheekje enkele dagen terug mijn blik op het boek The Rise and Decline of Nations van wijlen Mancur Olson. De auteur is een van de meest onderschatte economen van het laatste kwart van de twintigste eeuw. Bij nader toezien bleek het net een kwarteeuw geleden dat het boek van Olson het levenslicht zag. De opfrissingslectuur van zijn traktaat leverde al gauw de nodige stof inzake de bredere onderbouw van de vele sociaaleconomische problemen waarmee de Belgische en Vlaamse staatshuishoudingen vandaag kampen. Belangengroepen fnuiken groei. Voortbouwend op zijn nog altijd baanbrekende boek The Logic of Collective Action (1965), ontwikkelt Mancur Ol-son in The Rise and Decline of Nations een verklaring waarom in bepaalde landen de economische groei stilvalt (of bijna halt houdt) en in andere niet. De ondertitel wijst aan in welke richting die verklaring gaat: Economische groei, stagflatie en sociale rigiditeiten. Binnen democratieën die over langere periodes gespaard blijven van ernstige schokken (zoals oorlogen, bezettingen of diepgaande politieke omwentelingen) verwerven georganiseerde belangengroepen steeds meer macht en invloed. Omdat zij vooral oog hebben voor het welzijn van de eigen leden, beklemtonen die actiegroepen een herverdeling in de richting van de eigen groep. Maatregelen en ingrepen die het algemeen belang dienen, krijgen minder aandacht en steun vermits, per definitie, zulke maatregelen aan het geheel van de maatschappij ten goede komen en de eigen groep dus maar een klein gedeelte van het voordeel kan binnenrijven. De macht van én doortastendheid waarmee die belangengroepen optreden, neemt in de tijd toe. Het gevolg is steeds meer herverdeling en alsmaar minder aandacht voor het algemeen belang. De economische groei valt daardoor geleidelijk stil. Alleen diepgaande schokken kunnen deze negatieve dynamiek doorbreken. Belgische protectiemechanismen. De theorie van Olson legt vrij behoorlijk het economische mirakel van Japan en West-Duitsland na de Tweede Wereldoorlog uit. De malaise in het naoorlogse Engeland en de wederopstanding van dit land na de Thatcherrevolutie passen ook in dat kader, net als het ontwaken van de reuzen China en India. Hoewel de Ol-sontheorie zeker geen allesomvattend en definitief antwoordschema aanreikt, leidt een toepassing ervan op onze Belgische situatie toch tot interessante inzichten. Er kan weinig twijfel over bestaan dat belangengroepen een stevige greep hebben op het economische beleid in België. Uiteraard komt in deze context allereerst het beeld van de vakbonden voor de geest. De jongste tijd is het zelfs evident geworden dat vakbonden geen oog meer hebben voor het algemeen belang en zich nagenoeg uitsluitend toespitsen op herverdeling ten voordele van de eigen leden. Het zou evenwel niet correct zijn enkel maar de vakbonden als aandrijvers van de Olsoniaanse herverdelingsmachine te zien. Vele vrije beroepen houden ook stevig vast aan allerhande mechanismen die vooral de inkomensherverdeling ten voordele van de eigen gilde institutionaliseert. Voorts kan er ook nog gewezen worden op het feit dat bepaalde energiemarkten in dit land in de greep van monopoliebedrijven blijven zitten. De lijst van herverdelende protectiemechanismen is zeer lang. Institutionele schok. De nieuwe regering zal om de vele sociaaleconomische problemen een beetje structureel te kunnen aanpakken allereerst voor meer economische groei moeten zorgen. Indamming van de geïnstitutionaliseerde herverdeling ten voordele van bepaalde beroepsgroepen zou een enorme stap in die richting betekenen. De theorie van Mancur Olson leert dat die ingrepen er meestal pas komen nadat de betrokken maatschappij een stevige schok ondergaat. Daarom alleen al is een diepgaande institutionele ingreep in ons land méér dan wenselijk. De auteur is algemeen directeur van VKW.Johan Van Overtveldt