Elke vorm van energieproductie heeft zijn eigen problemen.
...

Elke vorm van energieproductie heeft zijn eigen problemen.Hoe groot of klein de voorraden ook zijn, fossiele brandstoffen zijn per definitie eindig. Bovendien liggen in Europa veel gascentrales stil, omdat ze uit de markt worden geprijsd door de aanvoer van goedkope Amerikaanse steenkool, die daar door de opkomst van schaliegas overbodig is geworden. De grote Europese energiebedrijven schreven vorig jaar voor liefst 51 gigawatt aan gasgestookte productiecapaciteit af omdat die niet meer rendabel is. Nucleaire centrales garanderen een solide, continue productie die niet afhankelijk is van de weersomstandigheden. Maar hoewel principieel regelbaar, blijft de productie aanpassen aan de vraag een economisch moeilijk verhaal. Bovendien zijn stevige investeringen nodig om de centrales tien jaar langer open te houden. In Frankrijk zou de levensduurverlenging van het nucleaire park de nu kunstmatig lage stroomtarieven doen stijgen met, afhankelijk van de bron, tussen de 10 en 100 procent. Nieuwe centrales bouwen ligt nog moeilijker. De enige twee Europese reactoren in aanbouw, in het Finse Olkiluoto en het Franse Flamenville, liggen hopeloos achter op schema en vallen minstens dubbel zo duur uit als begroot. Het Verenigd Koninkrijk, dat voor naar schatting 16 miljard pond (20,2 miljard euro) ook een nieuwe centrale (Hinkley Point C) wil bouwen, garandeert aan de uitbater EDF een geïndexeerde verkoopprijs van 89,5 pond (113 euro) per megawattuur geproduceerde elektriciteit, ruim twee keer zoveel als de huidige groothandelsmarktprijs in Noordwest-Europa. Die kan bovendien nog stijgen als een aantal kosten, zoals die voor de verwerking van nucleair afval, nog hoger uitvallen dan begroot. De introductie van hernieuwbare energie op het elektriciteitsnet is geen onverdeeld succes. De veelgeroemde Energiewende in Duitsland bijvoorbeeld is een hoogmis voor bureaucraten. Meer dan 4500 feed-in-tarieven (het bedrag dat een energieproducent krijgt voor de opgewekte energie), met een kostprijs van meer dan 20 miljard per jaar. De ambitie om een industrie op te zetten rond de bouw van zonnepanelen (PV), botste op een muur van vooral Chinese concurrenten. Met als toetje dat Duitsland goed is voor 35 procent van alle geïnstalleerde PV-panelen wereldwijd, terwijl het veel zonnigere Spanje aan slechts 7 procent komt, én dat onze oosterburen door de nieuwe steen- en bruinkoolcentrales hun CO2-uitstoot zien stijgen.