We kunnen er niet naast kijken, de ECB cirkelt als een inflatiehavik boven de eurozone, klaar om toe te slaan bij de minste beweging van de inflatie. Niet zo in de VS en het Verenigd Koninkrijk. Geconfronteerd met een inflatie die deze zomer afstevent op 4 procent verstrekt Ben Bernanke nog altijd gratis geld. In het VK kijkt de Bank of England fluitend de andere kant uit terwijl de inflatie oploopt tot 5 procent.
...

We kunnen er niet naast kijken, de ECB cirkelt als een inflatiehavik boven de eurozone, klaar om toe te slaan bij de minste beweging van de inflatie. Niet zo in de VS en het Verenigd Koninkrijk. Geconfronteerd met een inflatie die deze zomer afstevent op 4 procent verstrekt Ben Bernanke nog altijd gratis geld. In het VK kijkt de Bank of England fluitend de andere kant uit terwijl de inflatie oploopt tot 5 procent. In de eurozone is een inflatie van 'nauwelijks' 2,8 procent al voldoende om te beginnen met het dichtdraaien van de liquiditeitssluizen. Waarom maakt de ECB zich zoveel zorgen over een al bij al beperkte inflatieopstoot? Slaat Frankfurt de bal mis? Om de hartsgrondige inflatiehekel van de ECB te begrijpen, moeten we terugkeren naar twee episodes uit de recente Europese geschiedenis: de hyperinflatie van de Weimar-republiek in de jaren twintig en de hereniging van Duitsland in 1990. Eind 1989 waren de Franse en Britse leiders Mitterrand en Thatcher allesbehalve enthousiast over een herenigd Duitsland. Ze vereenzelvigden dat vooral met een mogelijke herhaling van het scenario van de jaren dertig. Alleen als het land een stuk van haar soevereiniteit zou opgeven, zou Duitsland mogen herenigen met haar oostelijke volksgenoten. Concreet moest de Duitse mark worden afgevoerd en zou Duitsland zich moeten scharen achter het idee van een Europese eenheidsmunt. Door de monetaire vleugels van de Duitse adelaar te knippen, zou het land steviger verankerd worden in de Europese constructie. Duitsland ging schoorvoetend akkoord, maar eiste wel garanties dat de monetaire stabiliteit gewaarborgd bleef. Die verkreeg ze door de Europese Centrale Bank en haar statuten te laten boetseren naar het model van de Duitse Bundesbank. Het doen en laten van de Bundesbank werd volkomen gedomineerd door de catastrofale hyperinflatie tijdens de Duitse Weimar-republiek. Die staat tot op vandaag in het Duitse collectieve geheugen gegrift als een bijzonder akelige herinnering. Bankbiljetten van een miljard mark, een verdubbeling van de prijzen om de twee dagen en een volkomen maatschappelijke ontwrichting die mee de voedingsbodem vormde voor een van de donkerste bladzijden uit de Europese geschiedenis. De bestrijding van de inflatie loopt de afgelopen decennia als een rode draad door het doen en laten van de Bundesbank. Tussen 1973 en 1980 bedroeg de Belgische, Franse en Italiaanse jaarlijkse inflatie 8, 11 en 16 procent. De Duitse inflatie in die periode bleef dankzij het harde beleid van de Bundesbank beperkt tot slechts 5 procent. In die optiek valt de 'snelle' renteverhoging van de ECB best te begrijpen. Ondanks haar Bundesbank-erfenis blijft ze een van de jongste centrale banken ter wereld en heeft ze een reputatie hoog te houden. Als ze zich nu te soepel opstelt en hogere inflatie tolereert, dreigt de hard bevochten reputatie voor langere tijd gedeukt te worden. Stabiele inflatieverwachtingen en lage inflatie worden misschien als vanzelfsprekend beschouwd, maar dat zijn ze allesbehalve. Ze zijn het resultaat van een decennialang gevecht voor de onafhankelijkheid van de centrale bank en de volgehouden strijd tegen inflatie. Lage inflatie is noodzakelijk voor investeringen, jobgroei en de stabiliteit van de economie. Het zou dwaas zijn die structurele voordelen op te offeren voor overwegingen op de korte termijn. Nominale inflatie creëert alleen maar verwarring en onrust en vernietigt welvaart. Alleen groei van de reële economie levert de bevolking tastbare voordelen op. Een bijkomende verklaring voor de opstoot van inflatieaversie is het feit dat Mario Draghi binnenkort de voorzittershamer overneemt bij de ECB. Terwijl in de VS niemand maalt over de geboorteplaats van Bernanke, is dat in de eurozone nog van tel. De Duitse publieke opinie is er vandaag al van overtuigd dat zij persoonlijk de rekening betaalt voor de puinhopen in Griekenland, Ierland en Portugal. Een on-Duits monetair beleid, net op het moment dat inflatie de kop opsteekt, zou de Duitsers Europa helemaal de rug doen toekeren. Om hen aan boord te houden en om de geloofwaardigheid van de centrale bank te garanderen, is het cruciaal dat de ECB ferm optreedt tegen inflatie. De ECB, Italiaanse voorzitter of niet, hoort zich nu eenmaal Duits te gedragen. De auteur is hoofdeconoom van BNP Paribas Fortis.PETER DE KEYZERLage inflatie is noodzakelijk voor investeringen, jobgroei en de stabiliteit van de economie.