Was het de Verenigde Staten te doen om de omverwerping van het regime van Saddam Hoessein, als eerste tussenstop in de veldtocht tegen de schurkenstaten die massavernietingswapens hebben? Of ging de oorlog simpelweg om olie, zoals de tegenstanders van de oorlog verkondigen?
...

Was het de Verenigde Staten te doen om de omverwerping van het regime van Saddam Hoessein, als eerste tussenstop in de veldtocht tegen de schurkenstaten die massavernietingswapens hebben? Of ging de oorlog simpelweg om olie, zoals de tegenstanders van de oorlog verkondigen? Beide beweegredenen speelden wellicht een doorslaggevende rol, temeer omdat macht over olie en de angst voor massavernietigingswapens hecht met elkaar verbonden zijn. Saudi-Arabië past de puzzel in elkaar, want dé oliepomp van het Westen wordt ervan verdacht Al Qaeda te financieren. De impact van de WTC-aanslagen op het Amerikaanse buitenlandbeleid wordt zeker in Europa onderschat. Een grote meerderheid van de Amerikanen vreest dat er een tweede 11 september in de pijplijn zit. De kans dat daarbij chemische, biologische en/of nucleaire wapens worden gebruikt tegen één of meer Amerikaanse metropolen, acht men in de VS heel reëel. Aangezien het bewind van Saddam Hoessein als een van de belangrijkste kandidaat-leveranciers van dat terroristische moordtuig wordt beschouwd, was de druk groot om voorgoed af te rekenen met zijn bewind. En dan is er natuurlijk de olie. De bevoorradingszekerheid van olie tegen redelijk prijzen is en blijft van strategisch belang voor de VS. Een oliecrisis - met prijzen boven de 40 dollar per vat - leidt bijna altijd tot een recessie in de olieafhankelijke westerse economieën. Een zware oliecrisis (prijzen boven de 100 dollar per vat) of een heus olietekort zou de Amerikaanse, Europese en Aziatische samenlevingen sociaal-economisch ontwrichten. De controle over de Iraakse olie is een manier om meer grip te krijgen op de oliemarkt en meteen ook de eigen bevoorrading te verzekeren. Maar daarmee is de kous niet af. Meer nog, de belangrijkste reden om Iraakse olie te controleren, is te vinden in Saudi-Arabië, het land dat vandaag bijna eigenhandig de internationale olieprijs bepaalt. Saudi-Arabië haalt ruim 8 miljoen vaten olie per dag boven en is daarmee, samen met Rusland, het belangrijkste olieproducerende land van de wereld. Maar het land van koning Fahd beschikt met 260 miljard vaten over 25 % van de wereldwijde bewezen oliereserves, terwijl de Russen tevreden moeten zijn met een reserve van ongeveer 50 miljard vaten. A rato van 8 miljoen vaten per dag kan Saudi-Arabië nog meer dan 100 jaar olie oppompen. De impliciete deal tussen de politieke elite in Saudi-Arabië en de Verenigde Staten betekende decennialang dat het land onvoorwaardelijke politieke en vooral militaire steun van de VS genoot, op voorwaarde dat de Saud-dynastie op een voor het Westen aanvaardbare wijze de rol van swing producer speelde. Het Koninkrijk stelde de eigen productie bij naargelang van de marktomstandigheden om de prijs onder controle te houden. En dat lukte de Saudi's meer dan behoorlijk. In het zog van 11 september groeide in de VS echter het besef dat de betrouwbaarheid van de Saudische partner minder evident is dan wat het Westen en vooral de Amerikanen aannamen. Men ontdekte immers dat Saudi-Arabië via het fanatieke wahhabisme (een zeer sectaire interpretatie van de islam die in Saudi-Arabië als staatsgodsdienst geldt) niet enkel Osama Bin Laden voorbracht maar tevens dé filosofische bakermat bij uitstek vormde voor de moordzuchtige leer van Al Qaeda. Meer nog, intensief financieel speurwerk bracht aan het licht dat de geldaders van Al Qaeda vooral in Saudi-Arabië ontspringen. De gulle geldschieters van het internationale terrorisme huizen tot in de regionen van de koninklijke familie zelf. Vooral prins Sultan, een ernstige troonpretendent, wordt daarbij genoemd. De verstrengeling van Al Qaeda en de elite in Saudi-Arabië gaat zover dat in Washington terdege rekening gehouden wordt met de vervanging van de Saud-dynastie door een Al Qaeda-achtig bewind. Bin Laden liet in het verleden al verschillende keren weten dat wat hem betreft de olieprijs eigenlijk boven de 100 dollar per vat zou moeten liggen. Met hun actie in Irak willen de Amerikanen zich dus losmaken van Saudi-Arabië. Irak vormt voor de VS op termijn een alternatief voor Saudi-Arabië als swing producer. De bewezen Iraakse oliereserves liggen op 112 miljard vaten, het tweede hoogste in de wereld. Die 112 miljard vaten vertegenwoordigen niet eens de helft van de reserves van Saudi-Arabië maar Irak is tot nu toe veel minder geëxploreerd dan het veel grotere buurland. Verschillende onderzoeken geven trouwens aan dat de Iraakse woestijn misschien wel evenveel reserves bevat als de Saudische. Wat de huidige productiecapaciteit betreft, komt Irak op korte termijn wellicht niet veel verder dan 3 miljoen vaten. Om die capaciteit te verdubbelen, moet minstens 10 miljard dollar op tafel komen. Chevron Texaco, Exxon-Mobil, het Russische Lukoil en diverse andere maatschappijen (waronder Totalfina, maar het is zeer de vraag of de Amerikanen een Frans-Belgische participatie zien zitten) staan klaar met de centen, maar zeggen drie tot vijf jaar nodig te hebben om alles te concretiseren. Irak beschikt dus over de reserves en op termijn ook over de productiecapaciteit om de overheersende rol van Saudie-Arabië op de internationale markt over te nemen. Maar ook Rusland staat te trappelen om zijn marktaandeel op de oliemarkt te herstellen. Vóór de ontbinding van de USSR produceerde Rusland 12,5 miljoen vaten per dag. De tandem van een ambitieus Rusland en een Irak dat minstens onder indirecte Amerikaanse controle staat, kan dus ruimschoots de rol van Saudi-Arabië overnemen. En dan hebben de VS de handen vrij om een beleid uit te stippelen dat de Saudische elite minder gunstig gezind is. Daan KillemaesMet hun actie in Irak willen de Amerikanen zich losmaken van de Saudi's. Het land vormt voor de VS op termijn een alternatief voor Saudi-Arabië als cruciaal olieproducent.