De olieprijs blijft onverminderd flirten met die magische barrière van 100 dollar per vat. Daarmee situeert het niveau van de ruwe aardolieprijzen zich nu bijna op het dubbele van waar ze in het begin van dit jaar stonden. Zuiveren we uit voor de effecten van geldontwaarding, dan bevinden de olieprijzen zich nu écht op een historisch hoogtepunt. In het begin van de jaren 1980 gaven reële olieprijzen net onder de huidige niveaus aanleiding tot een zware wereldwijde recessie. Het is ietwat bang afwachten wat er deze keer in de komende maanden als gevolg van deze olieprijzen komt aanrollen.
...

De olieprijs blijft onverminderd flirten met die magische barrière van 100 dollar per vat. Daarmee situeert het niveau van de ruwe aardolieprijzen zich nu bijna op het dubbele van waar ze in het begin van dit jaar stonden. Zuiveren we uit voor de effecten van geldontwaarding, dan bevinden de olieprijzen zich nu écht op een historisch hoogtepunt. In het begin van de jaren 1980 gaven reële olieprijzen net onder de huidige niveaus aanleiding tot een zware wereldwijde recessie. Het is ietwat bang afwachten wat er deze keer in de komende maanden als gevolg van deze olieprijzen komt aanrollen. Net zoals bij vroegere forse opstoten van de olieprijs - we denken aan 1973-74 en 1980-81 - ontstaat er ook dezer dagen, in de slipstream van de vrij abrupte prijsverhogingen, een felle discussie rond de uitputting van de oliereserves. In een aantal publicaties komen ook nu weer de meest apocalyptische scenario's op tafel (°). De mensheid, zo gaan de meest extreme van die verhalen, zal in het zog van de uitputting van de oliereserves terugvallen naar een soort van middeleeuwse barbarij. Laten we er maar meteen duidelijk over wezen: wij geloven daar geen snars van. Vooraleer op onze argumentatie rond het waanidee van de uitputting van de oliereserves ten gronde in te gaan, dringt zich een voorafgaandelijke bemerking op over mijn optimisme rond de oliebevoorrading en de energievoorziening in het algemeen. Het zou oliedom zijn niet onder ogen te zien dat zich rond oliebevoorrading op korte termijn pijnlijke calamiteiten kunnen voordoen. Stel u maar eens voor wat er zou gebeuren indien net nu Al Qaeda of consorten er zouden in slagen een gelukte vernietigende aanslag uit te voeren op één van de grote olieterminals in het Midden-Oosten (Ras Tanura in Saoedi-Arabië bijvoorbeeld). Niet alleen zou de olieprijs dan zeer snel fors de hoogte inschieten (150 dollar per vat staat dan prompt op de tabellen), er zouden zich dan méér dan waarschijnlijk ook effectief fysieke tekorten gaan voordoen in de olie-importerende landen. Ondoordachte acties vanuit de politieke beleidsvoering kunnen dan zelfs de maatschappelijke stabiliteit ernstig in het gedrang brengen. Het is echter niet aan een scenario als het bovengaande dat de olie-apocalyptici denken wanneer ze hun onheilsverhalen neerpennen. Ze hebben het onveranderlijk over die domme mensheid, die zich als onverzadigbare wildemannen blindelings op die beperkte oliereserves blijft werpen. In de puur fysieke zin van het woord zijn die oliereserves inderdaad beperkt. De aarde bevat per definitie geen oneindige fysieke voorraad aan olie. Wat wel méér dan een slok op de, euh, barrel scheelt, is het volume aan reserves bij, bijvoorbeeld, een olieprijs van 25 dollar per barrel dan wel één van 70 dollar, laat staan 100 dollar. Met prijzen als de huidige komen een aantal potentiële olievoorraden in zicht die het beschikbare volume aan oliereserves pijlsnel de hoogte injagen. We denken hier aan de onwaarschijnlijk omvangrijke olievoorraden besloten in de teerzanden in Alberta, Canada en in het Orinocobekken in Zuid-Amerika. We denken hier ook aan de technologieën die met de huidige prijzen wel toegepast kunnen worden met het oog op intensievere ontginning van bestaande oliebronnen. Thans komt gemiddeld nauwelijks een derde van de voorraden aanwezig in een olieput, effectief aan de oppervlakte. Ons optimisme over de oliebevoorrading berust niet enkel op bovengaande beschouwingen over de relatie tussen reserves en prijsniveau. Twee andere fenomenen spelen een minstens even grote rol. Ten eerste, zoals elke goede eerstejaarscursus economie aanleert, werken prijsstijgingen remmend op de vraag. Dat geldt voor onder meer bananen, voetbaltickets, arbeidskrachten en ook voor ruwe olie. In de industrielanden gebruikt men per eenheid bbp grofweg de helft van het volume aan olie dat men in 1970 aanwendde, en die dalende tendens zet zich onverminderd voort (zeker nu!). In China en andere opkomende landen stijgt de vraag naar olie nog fors. Dat heeft ook te maken met een domme subsidiëringspolitiek vanwege de overheden, die ze sowieso toch zullen moeten opgeven. Bovendien kunnen deze landen profiteren van de properdere en olie-armere technologieën ontwikkeld in het Westen. Ten tweede, met de hogere prijsniveaus voor olie zitten er gegarandeerd een aantal technologische doorbraken aan te komen die de behoefte aan olie redelijk tot fors zullen reduceren. Op sommige van die ontwikkelingen hebben we vandaag al zicht, op andere nauwelijks of zelfs niet. Ontkennen dat die technologische vernieuwingen er gaan komen zoals de olie-apocalyptici systematisch doen, komt echter neer op een negatie van de geschiedenis van de mensheid van de voorbije 250 jaar. Gedurende die tweeënhalve eeuw hadden de olie-apocalyptici in elke periode hun voorgangers: hysterische huilebalken die verderf, achteruitgang en destructie aankondigden en toch elke keer van de geschiedenis lik op stuk kregen. Dat zal ook nu gebeuren. de auteur is ALGEMEEN DIRECTEUR VAN HET VKW (°) Een uitstekend overzicht van oliepaniekpublicaties is te vinden in Duncan Clarke, The Battle for Barrels. Peak Oil Myths & World Oil Futures, Londen, Profile Books (ISBN: 1-84668-012-3) Johan Van Overtveldt