Voor de vormgeving van de Mito, noem het gerust de kleine van het huis, liet Alfa Romeo zich inspireren door de adembenemend mooie 8C Competizione. Het was trouwens dezelfde man, designer Frank Stephenson, die beide schetste. En die bloedband met de 8C, daar hameren de marketingjongens van de Italiaanse constructeur behoorlijk goed op.
...

Voor de vormgeving van de Mito, noem het gerust de kleine van het huis, liet Alfa Romeo zich inspireren door de adembenemend mooie 8C Competizione. Het was trouwens dezelfde man, designer Frank Stephenson, die beide schetste. En die bloedband met de 8C, daar hameren de marketingjongens van de Italiaanse constructeur behoorlijk goed op. Maar van het verleden reppen ze met geen woord. Terwijl - als u het ons even gunt om uit onze objectieve rol te vallen - de contouren van de Mito ons bedwelmden met een parfum van nostalgie. Deze kleine Alfa voert uw dienaar immers een eind terug in de tijd, naar de wip van de jaren zeventig naar de jaren tachtig. Toen we zelf aan het stuur leerden draaien met een aftandse Alfa Romeo Alfasud. Zelfde basisvormgeving, met een beetje goede wil even klein te noemen. En ook eindeloos veel karakter. In het marketingdiscours van de constructeur valt dat dus niet te lezen of horen. Normaal, want de Alfasud staat in een veel te ver verleden geparkeerd, en zette ook geen stempel op de tijdslijn van de auto zoals de Citroën DS of Volkswagen Golf GTi dat deden, om er maar twee te noemen. Bovendien was de Alfasud niet meteen een deugddoener voor de reputatie van het Italiaanse huis. De kleinere Alfa Romeo die toen in Pomigliano d'Arco werd gebouwd, in het zuiden van Italië (vandaar zijn naam...), was niet meteen een toonbeeld van bedrijfszekerheid. Het ding roestte ook dat het niet mooi was, wat Alfa Romeo destijds een pestreputatie bezorgde waarvan de Italianen pas eeuwen later verlost raakten. En die heerlijk joelende viercilinder van 1,2 liter, hij zong het destijds amper 50.000 kilometer uit, tot twee van de vier drijfstangen het ergens tussen Gent en Brussel lieten afweten. Het verhaal eindigde met een blauwe wolk en vader die de gruwelijke woorden uitsprak: nooit nog een Italiaanse auto. Hij was in die tijd niet de enige die zo een vernietigend oordeel uitsprak, merkten we toen. Maar hij had iets, die Alfasud. Zoals altijd bij dergelijke uitspraken, iets dat nauwelijks te benoemen valt. Misschien wel een stuk frivoliteit in een suf autolandschap, of was het dat logo op het stuur, dat alleen al volstond om liefde voor la machina te ademen? Er was weinig goede wil nodig om ons achter het stuur van de Mito terug te voeren naar de Alfasud. Hoewel Alfa Romeo met deze kleine niet alleen op een jeugdig publiek mikt, maar ook en vooral op vrouwen die vaak en vooral modieus trendy in de stad toeren, vonden we hem toch wel een beetje hard lopen. Terwijl de 1.6 turbodiesel die we voor de test meekregen ook wel lawaaierig tot in de stuurruimte doordrong. Met andere woorden: perfect passend bij de aard van het beestje. Maar dat we tijdens onze testweek veel gezichten zagen keren op straat, had niets te maken met het mo-torgeluid. Wel veeleer met de mooie lijn van deze kleine Alfa, waarmee de Italianen niemand minder dan de legendarische Mini willen belagen en daar ook openlijk voor uitkomen. Qua basisuitrusting raakten we gecharmeerd door die (alweer) sportieve knipoog: iedere versie komt met een schakelaar die de Italianen uiteraard een manettino noemen, om te kiezen tussen drie soorten rijgedrag: normaal, dynamisch of glibberig wegdek. Waarbij de elektronica automatisch belangrijke parameters aanpast. Trendy stadswagentje, zei u? (T) Door Jo Bossuyt