De rijkdom van de familie Van Saksen-Coburg heeft mythische proporties. Ze zou enorme fortuinen hebben verdiend met investeringen in de Generale Maatschappij, Union Minière en andere topbedrijven. De waarheid is wellicht prozaïscher. Berooid is de koninklijke familie zeker niet. Maar rijk? "Wat noemt u rijk?" repliceert een vermogensbankier die inzicht heeft in de koninklijke financiën. "25 miljoen euro? Tja, als u dat vermogend noemt. Maar nee, zelfs daar tippen ze niet aan. De helft, misschien."
...

De rijkdom van de familie Van Saksen-Coburg heeft mythische proporties. Ze zou enorme fortuinen hebben verdiend met investeringen in de Generale Maatschappij, Union Minière en andere topbedrijven. De waarheid is wellicht prozaïscher. Berooid is de koninklijke familie zeker niet. Maar rijk? "Wat noemt u rijk?" repliceert een vermogensbankier die inzicht heeft in de koninklijke financiën. "25 miljoen euro? Tja, als u dat vermogend noemt. Maar nee, zelfs daar tippen ze niet aan. De helft, misschien."De financiële geschiedenis van de Belgische koninklijke familie kent woeste schommelingen. De familie Coburg leefde op het einde van de achttiende eeuw in een huisje achter het kasteel op hun domein rond het Ehrenburgpaleis in Noord-Beieren. In 1772 werd hun hertogdom failliet verklaard, zodat de Duitse keizer en de Russische tsaar (een naast familielid) financieel moesten bijspringen om de familie vooruit te helpen. Een eerste huwelijk met de Britse kroonprinses Charlotte leverde de jonge Leopold I een jaarlijkse dotatie van 50.000 pond op, die na haar overlijden werd verminderd tot 20.000 pond op. In totaal kostte Leopold (tot aan zijn dood in 1865) de Britse belastingbetaler bijna 1,5 miljoen pond, anno 2005 een equivalent van 15 miljoen euro. Niet slecht geboerd van deze "goudzoeker uit dat godvergeten Coburg", zoals Charlottes vader hem noemde. Leopold I accumuleerde deze bijdrage met de dotatie van de Belgische staat en investeerde onder meer in de Belgische Nationale Bank en de Société Générale. Die laatste schoot zelf het geld van de transactie voor. Haar gouverneur Ferdinand Meeûs, een gewezen orangist, kreeg de erfelijke titel van graaf de Meeûs d'Argenteuil. Bij zijn overlijden liet Leopold een vermogen achter van bijna 1,5 miljoen euro (geactualiseerd zo'n 250 miljoen euro), waarvan de helft in aandelen. Een derde van dat bedrag (20 miljoen goudfrank) was veilig weggeborgen op een Franse rekening van de Rothschilds. Het was een reservefonds dat hij na een eventuele revolutie kon aanspreken, mocht hij (zoals schoonpa Louis-Philippe) van de troon worden gestoten. Leopold II was een geboren zakenman. Toen hij in 1865 de troon besteeg, had hij al 22 miljoen euro bij elkaar geïnvesteerd, maar hij eiste een gevoelige verhoging van zijn dotatie. Bijna de helft van zijn erfenis belegde hij in de Compagnie Universelle du Canal Maritime de Suez, die vanaf 1869 het Suezkanaal exploiteerde. Ironisch genoeg waren de Coburgs dus een financiële peiler van dezelfde onderneming die het Belgische establishment meer dan een eeuw later zou steunen bij de Frans-Belgische verankering van de Generale Maatschappij. Leopold investeerde zijn hele vermogen - omgerekend 200 miljoen euro - in de exploratie van Congo, voornamelijk via de Association Internationale du Congo. Om zijn droom in Afrika te realiseren, schoot bankier Léon Lambert (aangetrouwd met de Rotschilds) hem 75.000 euro (bijna 14 miljoen euro vandaag) voor. Zijn familie moest herhaaldelijk aandringen op de terugbetaling en de koning overwoog zelfs af te treden door de geldzorgen. De Belgische staat leende omgerekend 150 miljoen euro aan de ondernemende vorst. In 1885 keerde het tij. De Conferentie van Berlijn erkende hem als soeverein van de Vrijstaat Congo, waarmee hij de grootste vastgoedbezitter ter wereld werd. Tegelijk legde hij beslag op 's werelds grootste ivoor- en rubbervoorraad. Hij gaf licenties aan ondernemingen, waarin hij meestal voor de helft participeerde. In 1901 draait zijn koloniale onderneming op kruissnelheid met een jaaropbrengst van (omgerekend) 80 miljoen euro. Volgens een schatting van de toenmalige koloniale ambtenaar en diplomaat Jules Marchal bracht het kroondomein in totaal (omgerekend) een miljard euro op. Naast de kwijtschelding van de schulden aan de Belgische staat verkreeg de vorst bij de overdracht aan België (1908) het engagement dat zijn bouwwerken zouden worden voltooid (kostprijs: 200 miljoen euro), plus een bedrag van omgerekend 225 miljoen euro. Na het overlijden van zijn enige zoon wilde Leopold II te allen prijze vermijden dat zijn vermogen terecht zou komen bij zijn dochters en hun buitenlandse families. Daarom werd het grootste deel van zijn vastgoedpatrimonium ondergebracht in een Koninklijke Schenking, waarvan de toekomstige vorsten van België het gebruik kregen (zie kader: De koninklijke domeinen). Het testament van Leopold II verdeelde 370.000 euro (nu 65 miljoen euro) onder zijn drie dochters. Twee prinsessen stapten naar de rechtbank en al snel bleek dat de koning een vermogen van naar schatting 275 miljoen euro (omgerekend) had willen versluizen naar schimmige Belgische en buitenlandse vennootschappen onder het beheer van Auguste en Constant Goffinet, zijn vertrouwenspersonen. De Belgische staat, die optrad als overnemer van de Congolese bezittingen, verwierf uiteindelijk het gros van de bezittingen. Van het enorme fortuin dat Leopold II in Congo vergaarde, erfde de huidige koninklijke familie dus geen cent. Alleen de Belgische staat en de drie dochters werden er beter van. Ook Blanche Delacroix (barones de Vaughan), een gezelschapsdame met wie de koning op zijn sterfbed huwde, kreeg enkele koffers in contanten toegeschoven. De oorsprong van het fortuin van Albert II moeten we zoeken bij zijn overgrootvader, prins Philippe van Vlaanderen, de broer van Leopold II. Die was al vermogend op zich, want hij erfde van beide ouders een kapitaal van omgerekend 110 miljoen euro. Philippe was een durfkapitalist avant la lettre. In Richesse oblige: la Belle Epoque des grandes fortunes (uitge- verij Racine, 1999) rekent Eric Meuwissen hem bij de zestien grootste belastingbetalers van België, net als Léon Lambert (grootfinancier van zijn broer) en Victor Allard, die zijn kleinzoon prins Karel nog zou oplichten. Philippe liet zich als zakenman begeleiden door Samuel, de zoon van Léon Lambert. Hij was in 1871 een van de medestichters van Banque de Bruxelles (die in 1975 zou fuseren met de Banque Lambert tot BBL). Een vijfde van zijn fortuin wordt geïnvesteerd in Cockerill. Philippe liet zich echter ook meesleuren in een van de grootste schandalen van die tijd, door 10.000 euro te lenen aan de katholieke zakenman André Langrand-Dumonceau. Die wilde een financieel imperium uitbouwen tegen het volgens hem te joods getinte kapitalisme. Maar dat mislukte. Bij zijn overlijden liet Philippe van Vlaanderen voor 110.000 euro aan vastgoed na, inbegrepen het door hem verworven Regentenpaleis. Hoeveel zijn zoon Albert I juist erfde, is niet bekend. Wel bekloeg die zich ooit dat "de monarchie bestolen werd" toen "de politici hun uiterste best deden de erfenis (van mijn oom) te verspreiden". De koning sukkelde mee in het grootste financiële schandaal van die tijd. Hij zou immers geïnvesteerd hebben in het imperium van Ivar Kreuger (Swedish Match), dat na zijn zelfmoord een put van 300 miljoen dollar achterliet. De koning was allesbehalve een financieel genie en kon niet zo goed opschieten met huisbankier Léon Lambert, die hij bestempelde als "een echte jood en een snob". De crash van Wall Street, de oorlogseconomie, de devaluatie en dus de verlaging van zijn dotatie (niet aangepast) tastten het fortuin van Albert aan. Kasteel na kasteel moest hij verkopen. Het paleis in de Regentstraat (waar vandaag het Rekenhof huist) werd van de hand gedaan aan de Bank van Brussel. "Elke dag moet ik de kosten drukken," schreef de koning aan zijn zuster. "Tijdens mijn laatste reisje moest ik zelfs tweede klasse nemen en logeren in goedkopere herbergen. Voor ons zijn paleizen verleden tijd." En later: "Iedereen verliest geld. Ik ook. Onze situatie is verre van briljant." Twee jaar later overleed de koning-ridder. Ondanks de financiële moeilijkheden van Albert I circuleerden er hoge bedragen over zijn erfenis. Paul Beliën, auteur van A Throne in Brussels (uitgeverij Imprint Academic, 2005), verwijst naar een trust die de erfenis van Albert tot 1955 beheerde. In 1955 eiste prins Karel de verdeling ervan, wat hem een aandelenpakket van 3,5 miljoen euro en een derde van het koninklijke domein van Retie opleverde. Dat laatste verkocht de prins voor 1,9 miljoen euro. Uit het proces dat prins Karel tegen Olivier Allard inspande, leren we dat de gewezen regent in de jaren zestig tussen 9,3 en 17,4 miljoen euro verloor aan zijn adviseur. Die schatte het prinselijke vermogen in 1961 op 6,2 miljoen euro. Wat is de financiële slagkracht van Albert II? In de vorige jaren werden er ettelijke schattingen gedaan. De Britse firma Eurobusiness raamde het fortuin van de koninklijke familie in 1999 op 2,2 miljard euro en dat van Albert II op 620 miljoen. Het tijdschrift telde wel de eigendommen van de Koninklijke Schenking erbij. Onterecht, meent professor emeritus Robert Senelle, constitutionalist en auteur van Handboek voor de koning (uitgeverij Lannoo, 2004). "Als België een republiek zou worden en de monarchie verdwijnt, keren de goederen uit de Koninklijke Schenking niet terug naar de familie." De journalisten Gui Polspoel en Pol Van den Driessche berekenden in Koning en Onderkoning (uitgeverij Van Halewyck, 2001) het vermogen van koning Albert op 250 miljoen euro. Het Paleis reageerde dat het nog geen twintigste was. Behalve dit kapitaal bezit het vorstenpaar nog het jacht Alpa III (1,5 miljoen euro) en een villa in Châteauneuf-de-Grasse (1,3 miljoen euro). Naar eigen zeggen is Albert dus zo'n 15 miljoen euro waard. Een eenvoudige berekening leert dat dit bedrag ontstellend laag is. Als we ervan uitgaan dat Leopold III, de vader van de huidige koning, even vermogend was als zijn broer (is geweest), kunnen we een zeer ruwe raming doen van het vermogen van de huidige vorst. Als Leopold in 1961 12,5 miljoen euro conservatief had belegd (met een opbrengst van gemiddeld 7 %), mogen we ervan uitgaan het bedrag sinds 1961 vermenigvuldigd is met 25. De totale waarde zou vandaag 312 miljoen euro bedragen. Omdat Leopold III zes kinderen naliet, zou elk van hun vandaag over 52 miljoen euro kunnen beschikken. Dat is meer dan drie keer zoveel als het Hof zelf beweert. Wat is er gebeurd? Hypothese 1: het fortuin is verborgen. Houdt de familie haar vermogen verborgen? Leopold I had een buitenlandse reserve voor noodgevallen. Ook Leopold II en prins Karel deden een beroep op allerhande constructies. Maar dat lijkt vandaag ondenkbaar. Een topfinancier: "Mocht uitlekken dat het koninklijke vermogen is opgepot in een of ander belastingparadijs, zou dit een enorm schandaal creëren. Dat kan Laken zich gewoon niet veroorloven. Discretie over je vermogen en erover liegen zijn twee totaal verschillende zaken." Hypothese 2: het geld is opgeleefd. Met de levensstijl van iemand als Karel was dat best mogelijk geweest. Maar Leopold noch Albert II kan men spilziek noemen. Relaties van Laken menen zelfs dat de koning eerder zuinig is. Prins Laurent zou zich daar behoorlijk aan ergeren. Hypothese 3: een verkeerde belegging. 7 % opbrengst is normaal, maar door de slechte beleggingspraktijken die sommige Coburgs - voor alle duidelijkheid: de huidige koning draagt die naam niet - erop nahielden, kan het wel eens verkeerd aflopen. Hypothese 4: de cijfers kloppen niet. Een vriend van Laken denkt dat de berekening mankt. Leopold III kreeg vanaf het regentschap van Karel geen dotatie, leefde in het dure Zwitserland en had een grote familie. Naar haar eigen zeggen verwierf zijn dochter Marie-Christine bij zijn overlijden in 1983 een miljoen euro, zodat de gehele erfenis op 6 miljoen kan worden geschat. Om allerhande hypotheses de kop in te drukken, moet de koninklijke familie transparanter zijn over de aard en de omvang van haar fortuin, vindt Gui Polspoel. "Het tegendeel voedt alleen maar de kwalijke geruchten over allerlei financiële machinaties die vanuit Laken worden opgezet," zegt hij. "Dat keert zich op den duur tegen het koningshuis."Aan geruchten geen gebrek. Zo citeert Polspoel een anonieme royalist uit de hoge kringen, die beweert dat koning Boudewijn vlak voor de devaluatie zijn Belgische vermogen had weggesluisd. Dat werd met klem ontkend door het Paleis. De persdienst van het Paleis drukt ook het gerucht - onlangs gelanceerd in de populaire pers - de kop in, als zou de koning geld verloren hebben door een investering in Lernout & Hauspie. "Het gaat om één aandeel en het was een cadeau van het management," klinkt het in Laken. "Het bestaat trouwens nog, mooi ingelijst in een kader."Een ander gerucht wil dan weer dat de koninklijke familie een groot pakket aandelen in de Generale Maatschappij heeft gehad. De familie zou haar belangen laten verdedigen door de zakenbank Lazard, gonsde het tijdens de overnamestrijd om de Generale onder de financiële journalisten. "We hoopten bij de raid inderdaad dat de koninklijke familie ons zou bijspringen," aldus een Vlaming die de strijd om de grootste holding van België van nabij meemaakte. "Maurice Lippens en Etienne Davignon polsten via hun connecties wanneer die participatie op tafel zou komen. Waarop ze te horen kregen dat dit koninklijke aandeel gewoon niet bestond."Een vermogensbankier: "Als de koninklijke familie met een groot vermogen op de markt zou zijn, wist ik dat. Naar verluidt werd prins Filip meermaals gesignaleerd bij Geert Noels van Petercam, omdat hij daar beleggingsadvies vraagt. Ook andere leden van de koninklijke familie doen een beroep op dat huis. Maar dat wil niet zeggen dat onze royals rijk zijn." Kan de koning zijn vermogen aandikken met nieuwe inkomsten? Zijn jaarinkomen van 8.195.383 euro (de 'Civiele Lijst') gaat voor meer dan twee derde naar loonkosten voor zijn hofhouding en andere noodzakelijke uitgaven. Defensie neemt dan weer de bewaking van zijn paleis voor zijn rekening, net als het beheer van het informaticasysteem en het luchtvervoer. Bovendien geniet het Paleis van de vrijstelling van port, moet de koning geen BTW betalen bij de aankoop van auto's en wordt zijn paleis gratis verwarmd. Het ziet ernaar uit dat koning Albert nooit het financiële niveau van koningin Elisabeth (1,8 miljard euro) of Beatrix (250 miljoen euro) zal halen. Een adellijke financier snuift dan ook veelbetekenend: "Ik ben al verschillende keren met de leden van de koninklijke familie in contact geweest en ze lieten verstaan dat ze amper over genoeg middelen beschikken om se- rieus te investeren. Neen, Laken is echt geen vetpot."Hans BrockmansVan het enorme fortuin dat Leopold II in Congo vergaarde, erfde de huidige koninklijke familie geen cent.