De zoektocht naar verlaagde patronale lasten neemt toe in creativiteit. De verzekeringsmaatschappij P&V bouwde in '88 loon om in een kostenvergoeding. Iedereen blij. Maar nu er ontslagen zijn gevallen, volgt de ontnuchtering : de opzegvergoeding is niet wat ze had kunnen zijn. Ex-werknemer Georges Blomme spande een rechtszaak aan. 52 andere ex-P&V'ers staan te wachten op een positieve uitspraak. Maar ook iedereen die op zoek is naar loon-vormen die vrijgesteld zijn van RSZ-bijdragen, moet deze zaak met aandacht volgen.
...

De zoektocht naar verlaagde patronale lasten neemt toe in creativiteit. De verzekeringsmaatschappij P&V bouwde in '88 loon om in een kostenvergoeding. Iedereen blij. Maar nu er ontslagen zijn gevallen, volgt de ontnuchtering : de opzegvergoeding is niet wat ze had kunnen zijn. Ex-werknemer Georges Blomme spande een rechtszaak aan. 52 andere ex-P&V'ers staan te wachten op een positieve uitspraak. Maar ook iedereen die op zoek is naar loon-vormen die vrijgesteld zijn van RSZ-bijdragen, moet deze zaak met aandacht volgen.G eorges Blomme was één van de 640 personeelsleden die in '91 bij de verzekeringsmaatschappij P&V moesten afvloeien. Blomme kreeg een ontslagvergoeding en een afrekening van de commissielonen op zijn portefeuille. Maar met geen van beide kon hij akkoord gaan en dus spande hij inzake de ontslagvergoeding een geding aan tegen P&V. Na uitspraak hierover wil hij ook dagvaarden inzake de commissielonen. Tussen Blomme en P&V draait het essentieel om twee zaken : volgens de ex-P&V-agent werd zijn ontslagvergoeding niet rechtvaardig berekend, en kreeg hij te weinig uitbetaald aan commissielonen voor polissen die hij had afgesloten. Daarnaast is er nog een probleem rond de uitbetaling van vakantiedagen.De zaak van de ontslagvergoeding gaat terug op een collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) van 15 juli '88. Daarin werd bepaald dat forfaitair 30 % van het commissieloon (tot 1 miljoen frank) omgezet zou worden in "kosten eigen aan de werkgever". Boven dat miljoen daalde dat percentage. Die CAO kreeg de goedkeuring van de RSZ-administratie.De CAO was het resultaat van een onderzoek dat een werkgroep bij P&V (toen nog PS geheten, Prévoyance Sociale) had bereikt. Die werkgroep was eind '86 opgericht om op zoek te gaan naar een manier om de patronale RSZ-lasten te verlichten. Tot dan toe betaalde PS immers enkel loon, in tegenstelling tot de meeste concurrenten die ofwel met zelfstandige agenten werkten of een systeem kenden van loon en onkosten. Voordelig want kosten eigen aan de werkgever zijn niet onderworpen aan RSZ-bijdragen. Voor het binnenpersoneel kon dit systeem niet toegepast worden, P&V probeerde daarom 30 % van de bedrijfsvoorheffing ten laste te nemen. Maar daar wou het ministerie van Sociale Zaken niet meemarcheren : die tegemoetkoming werd als salaris beschouwd en er moest dus RSZ betaald worden. Het systeem werd dan ook nooit ingevoerd.Tot dan toe was er niet veel aan de hand, tenzij het feit dat de sociale zekerheid aardige bedragen misliep omdat P&V, de verzekeringsmaatschappij uit de socialistische coöperatieve familie, op 30 % van het loon van zijn agenten geen sociale bijdragen meer moest betalen. Voor de werknemers veranderde er niets, hun netto-inkomsten bleven ongeveer wat ze waren.Maar in '91 komt de kat op de koord. P&V, dat gestadig marktaandeel verliest, beslist tot een herstructurering. 641 mensen moeten de deur uit. 230 daarvan kunnen genieten van brugpensioen, zij krijgen een vergoeding aan 100 % van hun loon. Ook voor 171 ontslagen bedienden en arbeiders is er geen probleem. Maar de 240 ontslagen agenten krijgen een opzegvergoeding die berekend wordt op slechts 70 % van hun totale inkomsten. Want de resterende 30 % is geen loon, wel kosten eigen aan de werkgever.De vakbond kwam er het beste uit. In een CAO van 24 januari '92 verkreeg die 6000 frank syndicale dotatie voor élke bediende, inspecteur en arbeider. De vakbond incasseerde zo 10 miljoen frank. De syndicale premie bedroeg toen 5000 frank. Gevolg : winst voor elke gesyndiceerde 1000 frank, voor elke niet-gesyndiceerde 6000 frank. "Het akkoord over de afdankingen werd afgekocht," concludeert Georges Blomme.Op 26 juni '92 krijgt Georges Blomme in het kader van de herstructurering zijn ontslag. De eindafrekening wordt gemaakt. Net als de anderen krijgt Blomme een ontslagvergoeding gebaseerd op zijn loon, dat slechts 70 % vormt van zijn inkomsten. Blomme loopt zo'n anderhalf miljoen frank mis. Hij aanvaardt dat niet en start een gerechtszaak waarin hij provisioneel (dit is als voorschot) 100.000 frank vraagt. In deze zaak velde de Brusselse Arbeidsrechtbank op 9 januari van dit jaar een tussenvonnis. Daarin bevestigt ze dat kosten geen loon zijn, maar dat het Georges Blomme toch vrij staat te bewijzen dat de kosten een verkapt loon zijn. En dan zegt de rechter in zijn vonnis : "Deze CAO kan evenwel niet tot doel hebben commissielonen om te bouwen naar kosten eigen aan de werkgever. In toepassing van artikel 871 van het gerechtelijk wetboek dient verweerster ( nvdr P&V) mee te werken aan de bewijslast en de commissieloonstaten van eiser voor en na 1 juli 1988 neer te leggen." Daaruit zal blijken dat de totale inkomsten van de agenten voor (enkel loon) en na (loon en onkosten) de CAO gelijk zijn. In dat geval zou geconcludeerd kunnen worden dat de CAO enkel loon heeft omgebouwd naar kosten. P&V zegt volgens het vonnis dat de CAO door iedereen werd aanvaard en dat de RSZ zijn toestemming heeft gegeven, zodat er dus geen vuiltje aan de lucht is. Maar het tussenvonnis van de Brusselse Arbeidsrechtbank toont aan dat het in deze zaken dansen op het slappe koord is. Niet alleen Georges Blomme kijkt met spanning uit naar een definitieve uitspraak. Blommes advocaat, meester Calus, treedt ook op voor 52 andere ex-P&V-agenten. De zaak Blomme wordt gebruikt als "testcase". Wanneer er een positieve uitspraak komt, zal de advocaat zich daarop beroepen om ook voor de 52 anderen gelijk te halen. Ook in Wallonië hebben ex-agenten zich gegroepeerd. Bovendien zijn er voor specifieke situaties nog minstens tien à vijftien individuele processen van ex-personeelsleden tegen P&V. Die weliswaar allemaal reeds door P&V gewonnen werden. Ook in de verzekeringssector en in andere sectoren wordt reikhalzend uitgekeken naar rechtszaken als deze. Want het aantal constructies met kosten eigen aan de werkgever (ook een van de gedroomde oplossingen waarmee de loonblokkering omzeild werd), of met andere uitkeringen die vrij zijn van RSZ (denk aan winstdeelnames), neemt voortdurend toe. En in het licht van de komende discussies over de opvolging van de loonblokkering (waarin systemen van winstdeelname of pensioenbijdragen een belangrijke rol zullen spelen) is dit uiterst interessant juridisch materiaal. VALSE VERKLARINGEN.Een tweede zaak waarvoor Georges Blomme weldra zal dagvaarden, is de uitbetaling na zijn ontslag van commissielonen die hem nog toekwamen. In totaal eist Blomme 101.695 frank.Blomme spreekt zonder meer over "valse verklaringen". Het gaat om drie zaken. Ten eerste om commissielonen van de laatste maanden dat hij bij P&V werkte. Op 17 juni '92 krijgt hij daarvan een overzicht. "Een aantal polissen waren daarin niet opgenomen, bepaalde bedragen waren verkeerd genoteerd enzovoort," zegt Blomme.Ten tweede gaat het om "de overdracht van het recht op de toekomstige aanwervingscommissielonen" aan de cv Spécific Insurance, een dochtermaatschappij van P&V. Ten derde is er een afrekening omtrent dossiers die binnen het jaar na het ontslag werden verbroken. P&V moest immers enkel betalen indien het zelf in het eerste jaar na het ontslag van de agenten een premie had geïnd. In juli '93 krijgt Blomme deze afrekening, het gaat om 198.228 frank opgezegde, vernietigde en geschorste polissen. "Ik heb voor 97.735 frank vergissingen gevonden," zegt hij. Op een aantal zaken heeft P&V toegegeven. Maar hoeveel ex-agenten hebben met dezelfde nauwgezetheid als Blomme de eindafrekeningen gecontroleerd ? Er blijven echter nog problemen. Georges Blomme geeft een flagrant voorbeeld : "De polis nummer 21.681.604 werd door P&V opgegeven als zijnde "vernietigd". Deze werd echter vervangen door polis 22.003.626. Dat kost mij 16.218 frank."VAKANTIEDAG TE LAAT.Dan is er nog een derde dossier : de betaling van de feestdagen. De CAO van de verzekeringssector voorzag per 10 jaar dienst een extra dag vakantie die moest worden uitbetaald. Georges Blomme kreeg nooit die extra dag uitbetaald. Na schriftelijke aanmaning door hem kreeg hij op 30 mei '95 een cheque van 6101 frank voor de extra vakantiedag van '92. De rest blijft nog steeds onbetaald. Ook andere ex-agenten kregen die dagen pas uitbetaald nadat ze erom vroegen. "Wie niet reclameert, wordt niet betaald," concludeert Blomme. GUIDO MUELENAER