Het is vijftig jaar geleden dat premier Gaston Eyskens met het Sleutelplan naar de verkiezingen trok. In de regering-Eyskens III (CVP-liberalen) mondde het Sleutelplan uit in de expansiewet van 17 en 18 juli 1959. Met een aantal maatregelen, waaronder financiële tegemoetkomingen aan bedrijven, het aanleggen van industrieterreinen, het definiëren van ontwikkelingszones, werd een politiek van industriële vernieuwing en expansie ingezet.
...

Het is vijftig jaar geleden dat premier Gaston Eyskens met het Sleutelplan naar de verkiezingen trok. In de regering-Eyskens III (CVP-liberalen) mondde het Sleutelplan uit in de expansiewet van 17 en 18 juli 1959. Met een aantal maatregelen, waaronder financiële tegemoetkomingen aan bedrijven, het aanleggen van industrieterreinen, het definiëren van ontwikkelingszones, werd een politiek van industriële vernieuwing en expansie ingezet. In de tweede helft van de 20ste eeuw groeide de welstand van ons land snel. Het Verdrag van Rome werd in 1957 getekend en de golden sixties waren in aantocht, met een jarenlange bnp-groei van 5 % tussen 1961 en 1970 en zelfs 6 % tussen 1970 en 1974. Het industriële weefsel onderging dankzij nieuwe groeisectoren een drastische modernisering en diversificatie. Ondernemerschap werd in al zijn facetten aangemoedigd. Tussen 1959 en 1973 werden liefst 250 industrieterreinen aangelegd. Meer dan 7000 investeringsprojecten werden goedgekeurd en meer dan 375.000 directe arbeidsplaatsen gecreëerd. Alle Waalse en Limburgse steenkoolgebieden werden als prioritaire ontwikkelingszones beschouwd. Geen enkele staat in Europa deed beter dan België in het aantrekken van buitenlandse investeringen. De cijfers liegen er niet om. België had en heeft nog altijd de grootste concentratie van buitenlandse directe investeringen per capita. Voor Vlaanderen was het een godsgeschenk. Het was het startsein voor professioneel ondernemerschap, met onder andere het oprichten van de Vlerickschool, het openbloeien van het VEV en de lancering van De Financieel-Ekonomische Tijd. Wallonië heeft die unieke kans laten voorbijgaan. Het had zich in de jaren zestig opgesloten in een eng regionalistisch beleid en liep in de industriële vernieuwing bijna tien jaar achterstand op. Met veel moeite - en dikwijls ook veel moed en hardnekkigheid - probeert Wallonië die achterstand vandaag in te halen. Wat in het begin van de jaren 60 in Wallonië gebeurde, is een zeer droevig en pijnlijk verhaal. De plaatselijke machthebbers hebben de toekomst verkeerd ingeschat en een beleid gevoerd dat in strijd was met het belang van de Walen. Tussen 1958 en 1961 werden niet minder dan 19 mijnen gesloten in de streek. Het aantal mijnwerkers werd gehalveerd van 81.000 naar 39.000. De Waalse vleugel van de Belgische Socialistische Partij voerde in het parlement hevig verzet tegen de expansiewet. Toen premier Eyskens in november 1960 zijn ontwerp van eenheidswet aan het parlement voorlegde, begon het verzet acute vormen aan te nemen bij de Waalse socialisten en vakbonden. Het ontwerp bevatte een aantal voornamelijk budgettaire maatregelen, in zekere zin een voorloper van wat wij jaarlijks of tweejaarlijks meemaken in de zogenaamde programmawetten. Vergeleken met wat de Europese Commissie bij de introductie van de euro aan de lidstaten heeft opgelegd in budgettaire controle en discipline, was de eenheidswet echter klein bier. Op 20 december 1960 braken in heel België stakingen uit op initiatief van de socialistische vakbonden. Het ACV onthield zich. In Wallonië ontaardde de staking zeer snel in een 'opstandig en revolutionair' gebeuren. Het leger kreeg de opdracht stations, bruggen en andere vitale verkeersknooppunten te bewaken. Bijna dagelijks werden sabotagedaden gesignaleerd. In verscheidene Waalse gemeenten weigerden de burgemeesters de nodige onderrichtingen te geven aan de politie. Het stroomverbruik werd beperkt. Het werd een maand van vernieling, barricades, geweld en oproerdaden. De bezieler van de oproer was André Renard, voorzitter van de Luikse FGTB, gesteund door de socialistische vakbond en partij. Na de mislukte staking, nam hij ontslag en stichtte hij de Mouvement Populaire Wallon. Het renardisme was dirigistisch en links. Het had weinig geloof in de toen snel opkomende markteconomie, onder meer vertegenwoordigd door de buitenlandse bedrijven, die in het noorden van het land massaal begonnen te investeren. Renard en de Waalse machthebbers hebben in die cruciale jaren een politiek gevoerd die duidelijk tegen de belangen van Wallonië en de Walen gericht was. De beleidsombuiging kwam, spijtig voor Wallonië en België, te laat om nog ten volle het noodzakelijke industriële herstel van Wallonië te promoten. (T) DE AUTEUR IS JURIST.Jean-Pierre De Bandt