Over de wisselwerking tussen economie, menselijke activiteit en klimaat is de voorbije jaren een bibliotheek volgeschreven. Toch zijn er in 2010 nog altijd meer vragen dan antwoorden. Neemt het gebruik van fossiele brandstoffen wel degelijk af? Is windenergie een valabel alternatief voor fossiele brandstoffen? Raken de fossiele brandstoffen echt snel uitgeput? Is er sprake van een efficiënt klimaatbeleid? In The economics and politics of climate change proberen Dieter Helm en Cameron Hepburn samen met andere wetenschappers een antwoord te vinden op deze en andere vragen. ...

Over de wisselwerking tussen economie, menselijke activiteit en klimaat is de voorbije jaren een bibliotheek volgeschreven. Toch zijn er in 2010 nog altijd meer vragen dan antwoorden. Neemt het gebruik van fossiele brandstoffen wel degelijk af? Is windenergie een valabel alternatief voor fossiele brandstoffen? Raken de fossiele brandstoffen echt snel uitgeput? Is er sprake van een efficiënt klimaatbeleid? In The economics and politics of climate change proberen Dieter Helm en Cameron Hepburn samen met andere wetenschappers een antwoord te vinden op deze en andere vragen. Over het klimaatbeleid zijn de auteurs zeer streng. "Terwijl de empirische ondersteuning voor de klimaatverandering toeneemt, hebben de beleidsdaden tot nu toe weinig of geen impact gehad op de uitstoot van CO2", schrijft Helm. Hij is hoogleraar energiebeleid aan Oxford, stelt vast dat - ondanks alle beloftes - het verbruik van fossiele brandstoffen zelfs in de lift zit. Het Internationaal Energieagentschap voorspelt dat de CO2-uitstoot door de fossiele brandstoffen tegen 2030 met 45 procent gestegen zal zijn. De auteur wijst ook op een pervers effect van de opwarming van de aarde. "Nieuwe olie- en gasbronnen worden makkelijker ontginbaar, meer bepaald in de noordelijke regio's." Helm wijst ook op het nog altijd toenemende belang van steenkool als energiebron. "Tegen 2030 komt er in China 1000 GW (1 miljoen MW) nieuwe capaciteit kolencentrales bij die elektriciteit moeten genereren. Anders gesteld, dat betekent de bouw van twee nieuwe kolencentrales van telkens 500 MW per week en dat elke week gedurende de volgende twintig jaar." Ter vergelijking, de zes windturbines van C-Power die op de Thorntonbank staan, hebben een gezamenlijke nominale capaciteit van 30 MW. Windturbines bouwen heeft volgens de auteur weinig zin. "Windenergie is duurder dan alternatieve manieren om de emissie van CO2 te verminderen." Indien alle subsidies wereldwijd voor windenergie de komende jaren zouden gaan naar klassieke maatregelen ter bevordering van energie-efficiëntie, dan zou de CO2-reductie volgens Helm stukken groter zijn. Ook over het Kyoto-protocol is Helm vernietigend. "Kyoto heeft tot dusver nauwelijks iets opgeleverd." En zelfs indien het protocol helemaal zou zijn geïmplementeerd, dan zou het volgens de auteur nog altijd geen enkele invloed op het klimaat hebben. In het boek wordt uiteraard ook het fenomeen peak oil belicht. De peak oil-regel gaat ervan uit dat we nu al het maximum aan beschikbare oliecapaciteit oppompen. De beschikbare olie zal de komende jaren alleen maar dalen. Helm wijst op een aantal zwakke elementen van deze hypothese. "Er wachten wellicht nog grote voorraden in een toekomstig ijsvrije Noordpool." En bovendien zijn zogenaamde quasi uitgeputte oliebronnen helemaal niet uitgeput. "Dergelijke bronnen bevatten nog meer dan de helft van de oorspronkelijke reserves." Nieuwe technologieën zullen voor een efficiënte oliewinning blijven zorgen. DIETER HELM & CAMERON HEPBURN, THE ECONOMICS AND POLITICS OF CLIMATE CHANGE, OXFORD UNIVERSITY PRESS, 2009, 538 BLZ, 35 EURO Thierry Debels