De westerse economie heeft het moeilijk, maar dat zal de schwung op de ontluikende markten nauwelijks aantasten. Dat was de redenering in 2007. Het modewoord was toen 'ontkoppeling', om aan te geven dat de groeilanden het Westen niet langer nodig hadden als economische locomotief. Het bleek ijdele hoop, al kropen de groeilanden na de grote recessie van 2008-2009 vrij snel uit het dal. Met dank aan China, dat in 2008 alle registers opentrok om een recessie te vermijden. Daar betalen zij en wij nu de prijs voor in de vorm van een sputterende Chinese economie, chronische overcapaciteit en deflatiegevaar. De factuur voor het vermijden van een Chinese groeicrisis in 2008 valt nu in de bus.

Nu koestert de wereld opnieuw ontkoppelingshoop, maar dan in omgekeerde richting. De westerse economie doet het de voorbije jaren eindelijk wat beter, maar de meeste ontluikende markten hebben het moeilijk. De meeste groeilanden hebben te lang geteerd op de instroom van goedkoop kapitaal en/of de export van dure grondstoffen. Nu het tij op die fronten gekeerd is, staan vele keizers zonder kleren. De vraag van heel veel centen is in welke mate de nog altijd vrij wankele westerse economie bestand is tegen de appelflauwte van de groeilanden.

Besmettingsgevaar is er zeker. Handels- en kapitaalstromen binden de economieën meer dan ooit aan elkaar, als bergbeklimmers op een steile wand. De eerste kuchjes worden al gehoord in het Westen. De Duitse export naar China en andere ontluikende markten bijvoorbeeld krijgt klappen. De Amerikaanse centrale bank (Fed) twijfelt aan een eerste renteverhoging, en de rente op obligaties van minder solide bedrijven zit in de lift. Dat is een signaal dat investeerders meer vraagtekens plaatsen bij de financiële slagkracht van die bedrijven, omdat de wereldeconomie vertraagt. Deze stijgingen kondigen vaak, maar niet altijd, economisch onheil aan. Ook de pittige beurscorrectie van de voorbije maanden is een reactie op de toenemende kans op een wereldwijde recessie.

Het verboden R-woord is er uit. Recessie. Wat als China zijn zaak niet onder controle krijgt? Wat als de groeivertraging op de ontluikende markten uit de hand loopt? Dan is een recessie ook in het Westen zo goed als zeker. Het is een scenario waarmee geen enkele regering of centrale bankier rekening durft te houden, toch niet openlijk. De centrale banken kunnen alleen maar meer van hetzelfde doen, wat niet overtuigt en op termijn schadelijk is voor de economie. Het beleid van geldverruiming (QE) wordt dan een slechte soap. De regeringen zullen weer op het fiscale gaspedaal gaan staan, maar de tekorten en schulden zijn in vele landen nog altijd gevaarlijk hoog. Kortom, er is veel minder beleidsruimte dan in 2008-2009. Het matige herstel van de voorbije jaren ging gepaard met een vertraging van de potentiële groei en een verdere stijging van de schuldenlast. Dat is een doodlopend straatje.

Een nieuwe recessie is ook een nachtmerrie voor de regering-Michel, en zou een veel grotere test worden voor de cohesie van de ploeg dan de taxshift. De begroting voor 2016 hangt met spuug en paktouw aan elkaar, en richting structureel evenwicht in 2019 zien we de gaten in de kaas alleen maar groter worden, zelfs als de conjunctuur op de been blijft, zoals de regering veronderstelt. Een recessie veegt de begroting op een hoopje, maakt brandhout van de verhoopte jobcreatie en terugverdieneffecten, en stuurt het overheidsbeslag weer een verdieping hoger. Om maar te zeggen dat de Belgische staatsfinanciën zeer kwetsbaar blijven voor tegenslag.

Maar Michel hoeft nog lang niet naar de koning om het ontslag van zijn regering aan te bieden. Het is hoog tijd voor een scheut optimisme. In China is de toestand ernstig maar niet hopeloos. Het heeft nog ruimte om de economie te ondersteunen en de Communistische Partij zal op de plenaire vergadering van volgende week wellicht extra steunmaatregelen aankondigen. De industrie kreunt, maar de dienstensector doet het goed. En de Chinese economie moest toch afkicken van het onhoudbare, kredietgedreven groeimodel, en dat gebeurt liever nu dan later. Het minpunt is dat de herstelpoging in China te veel drijft op een nieuwe kredietinjectie in de oude sectoren. Maar als China stabiliseert, zullen de meeste groeilanden volgen. Intussen wijzen de voorlopende indicatoren nog niet op een serieuze inzinking in het Westen, en lijkt de Fed nog maar eens wat tijd te kopen voor iedereen.

De les is dat de wereldeconomie minder dan ooit klaar is voor een nieuwe recessie, die er vroeg of laat toch komt. Van Brussel tot Peking is er daarom dringend een beleid nodig dat de economie iets recessiebestendiger maakt. Er is veel tijd verkwanseld de voorbije jaren.

DAAN KILLEMAES

De wereldeconomie is minder dan ooit klaar voor een nieuwe recessie, die er vroeg of laat toch komt.