Het seizoen 2006-2007 was het eerste waarin de voetbalploegen uit eerste en tweede klasse verplicht waren hun balansen neer te leggen. Toch moeten de cijfers met de nodige omzichtigheid worden bekeken. Zo slaan de cijfers van Brussels, Sint-Truiden, Lierse, en Beveren op een seizoen dat ze in eerste afwerkten. Doornik, Olympic Charleroi-Marchienne, Luik, Namen, en Geel vertoefden dat seizoen in derde klasse. En voor Ronse was het een rampseizoen, met degradatie tot gevolg, al was het na één jaar afwezigheid al terug in tweede. Dat lukte Dessel en Racing Waregem voorlopig nog niet. Sp...

Het seizoen 2006-2007 was het eerste waarin de voetbalploegen uit eerste en tweede klasse verplicht waren hun balansen neer te leggen. Toch moeten de cijfers met de nodige omzichtigheid worden bekeken. Zo slaan de cijfers van Brussels, Sint-Truiden, Lierse, en Beveren op een seizoen dat ze in eerste afwerkten. Doornik, Olympic Charleroi-Marchienne, Luik, Namen, en Geel vertoefden dat seizoen in derde klasse. En voor Ronse was het een rampseizoen, met degradatie tot gevolg, al was het na één jaar afwezigheid al terug in tweede. Dat lukte Dessel en Racing Waregem voorlopig nog niet. Speelden dat seizoen ook in tweede: de huidige eersteklassers Dender, KV Mechelen, Kortrijk en Tubeke. Lang niet elke club maakt op dezelfde manier zijn boekhouding op. Een club als Oud-Heverlee-Leuven hanteert een structuur met een vzw en een cvba, Sint-Truiden heeft een vzw en een nv, en nog anderen houden het louter op een vzw. Wel kenmerken de eersteklassers zich door hun zwaardere structuur. Uitzondering op die regel is Antwerp, dat intussen al enkele seizoenen in tweede vertoeft, maar nog steeds 22 profspelers tewerkstelt. Bovendien is er steeds de specifieke context: soms is de gemeente mede-eigenaar van het stadion en/of de terreinen. Clubs die het stadion in eigendom hebben, moeten ook opdraaien voor kosten van onderhoud en veiligheid. Andere ploegen activeren de clubnaam of andere elementen op de post 'immateriële activa'. Ook op vlak van tewerkstelling zijn er grote verschillen tussen volwaardige profploegen als Antwerp of Lierse, en semi-profploegen met slechts een handvol officiële werknemers. Toch blijven sommige cijfers frappant. Van de 23 ploegen slagen er slechts vier in om operationeel het break-evenpunt te bereiken. Beveren en Brussels buigen hun rode cijfers door uitzonderlijke opbrengsten van respectievelijk 2,09 en 0,9 miljoen euro nog om in een positief nettoresultaat, maar voor de rest moet er aan het einde van de rit worden bijgepast. Ook de staat van het eigen vermogen spreekt boekdelen: bij minstens twaalf ploegen wordt dat cijfer in het rood neergeschreven. Ruim drie vierde van de 40,3 miljoen euro schulden van de 23 ploegen bevindt zich bij vijf teams: Lierse (10,74 miljoen), Antwerp (9,28), Sint-Truiden (6,11), het gedegradeerde Geel (3,27) en Beveren (2,97). Ook Brussels (1,22), United (0,97) en Namen (0,9) zitten met aanzienlijke schulden. Nog veelzeggender is de gemiddelde schuldgraad: bij maar liefst tien ploegen bedraagt die meer dan 100 %, wat wil zeggen dat ze meer schulden hebben dan activa op hun balans. In eerste klasse ziet het plaatje er een pak properder uit. Amper vier van de zestien teams kampen met een negatief eigen vermogen, en een schuldgraad van meer dan 100 %, en slechts twee laten een nettoverlies optekenen. Vermoedelijk zit het licentiesysteem er voor iets tussen dat de financiële toestand bij de meeste ploegen fors is verbeterd ten opzichte van een aantal jaren geleden.