De auteur is adjunct-hoofdredacteur van Trends.
...

De auteur is adjunct-hoofdredacteur van Trends. Het wordt een raar jaar. Tot juni zal het lijken alsof het 'Belgian business as usual' is. Veel principiële verklaringen, weinig bereidheid om de fundamenten te herzien, gevolgd door allerlei gehakketak voor en achter de schermen, en ten slotte een compromis dat de grenzen niet echt verlegt. Oorzaak? De sociale verkiezingen in mei en de politieke (Vlaamse en Europese) verkiezingen in juni. De eerste laten niet toe dat de vakbonden te ver afwijken van hun principiële fundamenten, de tweede laten niet toe dat de politici al te onpopulaire maatregelen zouden nemen. Wat niet wil zeggen dat er tot juni geen belangrijke dingen zullen gebeuren. De sleutel ligt in handen van minister van Werk Frank Vandenbroucke ( SP.A). Kan hij de vakbonden meekrijgen in een modern discours? Zijn dossierkennis, zijn koppigheid en het feit dat hij socialist is - een liberaal is in dit dossier totaal kansloos - geven hem redelijk wat kansen. Een beetje meer emotionele intelligentie zou wel helpen. Het eerste sociale dossier dat op tafel ligt, is de sociale zekerheid van de zelfstandigen. De rondetafel hierover verloopt moeizaam, maar eind januari moet de regering een akkoord hebben. De hervorming zal immers geld kosten en een begrotingscontrole in februari is onmogelijk zonder dat men het kostenplaatje kent. De VLD wil in dit dossier ook absoluut resultaten boeken. Het wordt een moeilijke oefening. Iedereen is voor de verbetering van het statuut, maar de invulling loopt erg uiteen. De prioriteiten lopen al niet gelijk: de ene legt meer nadruk op de kleine risico's in de gezondheidszorg, de andere op het minimumpensioen, een derde op de arbeidsongeschiktheid. Tweede probleem: hoe ver gaan we met het individueel sparen voor de opbouw van toekomstige rechten, en hoeveel ruimte blijft er voor de solidarisering van risico's. De zelfstandigenorganisaties neigen meer naar het eerste, de overheid meer naar het tweede. Over dat alles kan men waarschijnlijk nog wel een compromis bereiken. De grote vraag wordt de financiering van het pakket maatregelen. Hoeveel wil of kan de overheid bijdragen? Hoeveel willen de zelfstandigen betalen? Hoe zwaar kan men de bedrijven, via de geplande verhoging van de vennootschapsbijdrage, mee laten betalen? De overheid heeft geen geld, de zelfstandigen willen zo weinig mogelijk betalen en de bedrijven voelen zich (terecht) niet verantwoordelijk voor de financiering van de sociale zekerheid van de zelfstandigen. Laten we een gok wagen: het wordt een meerjarenplan, dat iedereen doet bloeden maar de lasten zo uitsmeert dat het niet echt zwaar gevoeld wordt. Minister Vandenbroucke heeft voor het probleem van de sociale fraude al een pakket maatregelen aangekondigd. Zeker is dat die tegen het zwartwerk nog in het voorjaar zullen volgen. Het is ook een thematiek die de sociale verkiezingen niet stoort. Bij het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) zijn ze ervan overtuigd dat veel opgelost zou kunnen worden met een vereenvoudiging van de wetgeving. De reglementering op overuren en uurroosters, bijvoorbeeld, is zo complex dat vooral bij KMO's ook veel onbewuste fraude voorkomt. Het tweede luik van de strijd tegen de sociale fraude ligt veel gevoeliger: de controle op de beschikbaarheid van werklozen. Daar is de kans veel groter dat Vandenbroucke wacht tot na de sociale verkiezingen. Toch moet een akkoord mogelijk zijn, want ook de vakbonden zijn tegen fraude door werklozen. Ze verzetten zich echter tegen willekeur en budgettaire uitgangspunten in deze discussie. En om de vakbonden mee over de streep te trekken, zal de minister een plan moeten uitwerken om de schijnzelfstandigheid aan te pakken. ABVV-voorzitster Mia De Vits verklaarde in een recent interview in De Tijd dat ze pas bereid is te praten over de controle op werklozen wanneer ze duidelijkheid krijgt over de strijd tegen wat ze 'sociale engineering' noemt. Het moeilijkste dossier in 2004 wordt dat van de einde- loopbaan. Minister Frank Vandenbroucke is vastbesloten iets aan dat geweldige probleem te doen. Slechts 25 % van de Belgen boven de 55 jaar werkt. In de andere Europese landen loopt dat cijfer op tot 66 %. Tot nu toe was die discussie vooral gecentreerd rond het brugpensioen. En daar hebben de vakbonden, en dan vooral het ACV, zich achter de barricade verschanst. Een frontale aanval op het brugpensioen maakt dan ook weinig of geen kans. Vandenbroucke zal er in het voorjaar vooral goed aan doen om het dossier te demystificeren. Maar het is zo klaar als pompwater dat het echte debat pas na de sociale verkiezingen zal kunnen beginnen. Guy Cox, directeur-generaal op de federale overheidsdienst Werkgelegenheid en een belangrijk adviseur van Vandenbroucke, zette in een interview met Trends (18 december 2003) de teneur: "Bij de 60 % niet-actieven ( nvdr - boven de 50 jaar) zijn bruggepensioneerden en oudere werklozen niet het enige probleem. Er zijn ook vervroegd gepensioneerden, niet-actieven zonder uitkering. Het probleem is dus ruimer. (...) We moeten een meersporenbeleid ontwikkelen." Mia De Vits heeft de boodschap begrepen, want in het Tijd-interview maakt ze een opening om een debat aan te gaan over de eindeloopbaan. De hamvraag zal worden hoe men het ACV over de brug kan krijgen. De uitslag van de sociale verkiezingen - wordt het ACV winnaar of verliezer? - kan een belangrijke rol spelen. Het VBO is voorstander van een meerjarenplan. "We hebben vijf à zes jaar nodig voor de afbouw van het brugpensioen naar 60 jaar," zegt directeur-generaal Pieter Timmermans. "We kunnen daarbij uitzonderingen maken voor bepaalde beroepscategorieën." In het latere najaar starten de sociale partners het overleg op over een interprofessioneel akkoord voor 2005-2006. De centrale taak van dat overleg is de bepaling van de loonnorm. De kans is groot dat het een klassiek overleg wordt. De werkgeversfederatie Agoria heeft begin december weliswaar opgeroepen om de loonnorm in de loop van 2004 grondig aan te passen. Agoria wil eerst een akkoord over een plan om de bestaande loonhandicap van circa 10 % weg te werken. Daarna moet een nieuw soort loonnorm van kracht worden. Achter de schermen kan hierover misschien gepraat worden vóór mei, maar de bereidheid om dat te doen lijkt klein. En ook na mei is dit geen makkie. Zullen de vakbonden aanvaarden om de loonkost 10 % te doen dalen via onder andere loonmatiging, terwijl het erop lijkt dat de conjunctuur weer zal aantrekken, terwijl de sfeer op het terrein grimmiger wordt (zie de recente gijzelingen bij Sigma en Alstom), terwijl er al zoveel andere 'hete aardappels' op het bord liggen? Wij gokken op 'neen'. Het interprofessioneel overleg zou dus een normaal overleg kunnen worden. Waarschijnlijk wel met een matige loonontwikkeling als resultaat. De werkgevers zullen zeker niet nalaten om het argument van de fiscale hervorming te gebruiken, die in 2005 en 2006 op kruissnelheid komt en die de werknemers een koopkrachtverhoging van 0,5 % tot 1 % zal opleveren. En ook de loonstop in Nederland zal gebruikt worden. De werkgevers zullen er geen baat bij hebben om het overleg op te blazen als de conjunctuur weer aantrekt. Want hoe lager het niveau waarop onderhandeld wordt, hoe meer kans op ontsporingen. Bovendien is de kans groot dat de discussie over de eindeloopbaan wel opgestart wordt op initiatief van minister Vandenbroucke in een soort rondetafel, maar dat ze naar het einde van 2004 wordt doorgeschoven naar het interprofessioneel overleg. Reden te meer om het overleg te doen slagen. Er kan dus gevreesd worden dat de grondige hervorming van de loonnorm en een serieuze aanpak van de loonhandicap een zaak voor 2005 en 2006 zal worden. Guido Muelenaer