Vanheede Environment Group - met hoofdkwartier in het West-Vlaamse Geluwe - is met 450 werknemers actief in heel België en Noord-Frankrijk. Het draait een niet-geconsolideerde omzet van 90 miljoen euro. Niet slecht voor een bedrijf dat aan het einde van de jaren zestig begon met afvalvervoer in containers. "Het eigenlijke begin van de professionalisering van de sector", meent CEO David Vanheede. "Daarvoor werd afval opgehaald met tractor en kar, of met de vrachtwagen."
...

Vanheede Environment Group - met hoofdkwartier in het West-Vlaamse Geluwe - is met 450 werknemers actief in heel België en Noord-Frankrijk. Het draait een niet-geconsolideerde omzet van 90 miljoen euro. Niet slecht voor een bedrijf dat aan het einde van de jaren zestig begon met afvalvervoer in containers. "Het eigenlijke begin van de professionalisering van de sector", meent CEO David Vanheede. "Daarvoor werd afval opgehaald met tractor en kar, of met de vrachtwagen." Na de dood van hun vader in 1999 kregen David - amper 31 toen- en zijn twee jaar jongere zus Caroline de teugels van het familiebedrijf in handen. "We waren al een stuk voorbereid. Uiteindelijk groei je er letterlijk in op." Met zijn diploma bedrijfsadministratie-marketing op zak was David aan het begin van de jaren negentig dadelijk in de zaak beginnen te werken. "De nieuwe generatie kreeg zeer snel het vertrouwen. Caroline staat in voor het commerciële, ik houd me meer bezig met de strategie." Vader Herwig en moeder Claudette namen in 1985 het beheer van een stortplaats over. De kinderen zetten de diversificatie voort, met activiteiten in recyclage, grondstoffen en hernieuwbare energie. "We baten die stortplaats nog steeds uit, maar nu komen alleen nog nichestromen en het onverbrandbare afval daar terecht. Nu gaat alles zoveel mogelijk naar de productie van nieuwe grondstoffen, of als brandstof voor energie." Het maakt van Vanheede een geïntegreerd milieubedrijf met vier bedrijfstakken: logistiek (afvalophaling), diensten (advies, ophaling gevaarlijk en medisch afval), grondstoffen (die worden geproduceerd uit het afval) en hernieuwbare energie (vooral biomassa). Een opgemerkte zijsprong was de investering van de familie in het metaalbouwbedrijf Espeel, dat vervolgens werd omgedoopt in Motushapes. De overname gebeurde via de familieholding Dacar. "Die investeert in vastgoed, metaal en landbouw. We treden daar meer op als financier. Milieu blijft onze speerpunt, maar eigenlijk is het een stuk spreiding van de risico's. Ik slaap nu een stuk geruster." ( lacht) Vanheede blijft zich dus specialiseren in de ophaling en de verwerking van afval bij overheden - intercommunales en gemeentes zijn goed voor 15 procent van de omzet - en bij bedrijven - zowel grote en middelgrote, industriële bedrijven als kleine zelfstandigen zoals bakkers, slagers en garagisten. Het logistieke verhaal (ophalen, sorteren) is goed voor de helft van de omzet. Daar zet Vanheede een kleine 300 van de 450 werknemers in. De dienstentak (gevaarlijk en medisch afval, advies en grondreiniging) is met 25 werknemers goed voor zowat 10 procent van de omzet. Nog eens 15 procent wordt door de vijftig medewerkers van de tak grondstoffen geproduceerd. Het gaat om grondstoffen voor vooral de kunststof- en de glasnijverheid. Ten slotte is er de tak hernieuwbare energie. Die is gegroeid uit de stortplaats. Daaruit haalt Vanheede gas, dat omgezet wordt in elektriciteit en warmte voor de naburige bedrijven. "Zo zijn we in de biomassavergisting gerold. We bouwen nu met onze eigen ingenieurs vergistingsinstallaties bij klanten." De 70 werknemers zijn goed voor een kwart van de omzet en bijna een derde van de winst. "Maar wij kiezen niet om specifiek in één tak uit te breiden. Wij willen groeien in alle vier: synergie geeft de beste mix." Om die groei vol te houden, is personeel nodig, maar last van de war for talent heeft Vanheede niet. "Wij hebben geen schrik van een Fransman in het bedrijf, of van mensen van welke nationaliteit, geslacht of geaardheid ook. Je merkt wel dat de ene generatie anders naar werk kijkt dan de andere, maar daar moet een onderneming zich op kunnen instellen." Wat hij wel ziet evolueren, is de relatie met de klant. "Doordat we in een normale industriële omgeving terechtkomen, wordt de dienstverlening naar de klant belangrijker. Je moet opener zijn, met een transparantere communicatie en digitale rapportage. Kortom: er is meer betrokkenheid. De visie op afvalmanagement veranderde door de jaren. Nu werken we mee aan het sluiten van de cirkel van grondstoffen bij onze klanten." Niet dat Vanheede de enige is die op dat idee is gekomen. De top vijf van Belgische milieubedrijven wordt bevolkt door buitenlandse groepen: Sita, Van Gansewinkel - dat recentelijk het nummer vier Veolia, overnam - Shanks en Indaver. Daarna komen Vanheede Environment Group en het Limburgse Machiels. "Voor die groepen is België een regio geworden", meent Vanheede. "Tegelijk blijft afval een lokale business, waar de nabijheid bij de klant belangrijk blijft. Er is een evolutie om materiaalstromen over grotere afstanden te vervoeren, maar verder dan 250 kilometer is niet doenbaar. Contracten op Europese schaal zijn amper realiseerbaar. Misschien verandert dat als de Europese wetgeving is geharmoniseerd, maar dat is pas voor over twintig jaar." Zelf bood Vanheede ook op Veolia, net als het Duitse Remondis, nochtans de Europese marktleider. "Het was een opportuniteit. We hebben het goed bekeken, maar zijn niet verontrust doordat we het hebben gemist. Integendeel: het heeft ons bevestigd dat we goed bezig zijn, en er zullen nog kansen komen. Wij blijven ambitieus in de milieu-industrie. Ik pin me niet graag vast op nieuwe regio's, nieuwe activiteiten of technieken, maar we willen op een gezonde manier blijven groeien." Dat het familiebedrijf een aanlokkelijke prooi kan zijn voor concurrenten, beseft hij, maar: "Wij hebben nog nooit zelfs maar een onderhandeling opgestart over een verkoop. En we zijn het ook niet van plan." LUC HUYSMANS"Wij hebben nog nooit zelfs maar een onderhandeling opgestart over een verkoop"