Iedere keer als olie goedkoper wordt, kondigt Rusland aan dat het zijn beleid over een andere boeg gooit en zijn economie wil diversifiëren om niet langer bloot te staan aan de grillen van de olieprijs. Maar in de twaalf jaar dat Vladimir Poetin het land met ijzeren vuist regeert, is Rusland nog nooit zo afhankelijk geweest van de olieprijs als nu.
...

Iedere keer als olie goedkoper wordt, kondigt Rusland aan dat het zijn beleid over een andere boeg gooit en zijn economie wil diversifiëren om niet langer bloot te staan aan de grillen van de olieprijs. Maar in de twaalf jaar dat Vladimir Poetin het land met ijzeren vuist regeert, is Rusland nog nooit zo afhankelijk geweest van de olieprijs als nu. De olieregio's van Rusland behoren tot de rijkste van de wereld en bevatten onder meer een derde van de wereldwijde gasreserves. Olie en gas zijn goed voor liefst 50 procent van het bruto binnenlands product (bbp) van het land en voor 70 procent van de export. Beide grondstoffen leveren 50 procent van de federale begroting op. De Russische overheidsfinanciën zijn pas in evenwicht als de olieprijs noteert boven 70 dollar per vat. Rusland kan bovendien alleen actief investeren in zijn ontwikkeling als de olieprijs hoger is dan 90 dollar. De olieprijs moet ook elk jaar stijgen. De ontginning van olie en gas uit de Russische ondergrond wordt immers almaar moeilijker. De belangrijkste economische uitdaging van Vladimir Poetins derde mandaat als president bestaat er eens te meer in de Russische economie te diversifiëren (zie ook 'Afkicken van olie', in Trends nr. 29-30 van 19 juli 2012). Die hervorming wordt bovendien erg dringend. Toen de olieprijs in 2008 sterk achteruitging, moest de Russische economie dat bekopen met een terugval van meer dan 7,9 procent. Sindsdien is het land er nauwelijks meer in geslaagd aan te knopen met de groeicijfers van weleer. Ook dit jaar wordt geen hoogvlieger. De regering heeft haar groeivooruitzichten voor 2012 onlangs verlaagd tot 3,4 procent. Vorig jaar was de economie nog vooruitgegaan met 4,3 procent. Maar die jaren van zwakke groei hebben niet alleen negatieve effecten. In december 2011 bedroeg de Russische inflatie 6,4 procent op jaarbasis - het laagste niveau in de voorbije twintig jaar. De Russische centrale bank kon de financiële markten daardoor verrassen met een verlaging van de herfinancieringsrente voor de Russische banken van 8,25 tot 8 procent. De Russische olieboom heeft de voorbije jaren een sterke middenklasse doen ontstaan. De inkomens van de Russische gezinnen zijn tussen 1999 en 2007 elk jaar met 10 à 15 procent gestegen. Als de nationale industrie competitiever was, zou de consumptie een van de motoren van de economie kunnen zijn. Maar de Russische industrie is door gebrek aan investeringen en vooruitziendheid niet in staat aan de behoeften van de consumenten te voldoen. De Russische import is daardoor in tien jaar tijd vervijfvoudigd. Ondanks die nieuwe welvaart blijven de traditionele problemen van Rusland aanhouden. Een daarvan is de corruptie. Volgens kwatongen evolueert het smeergeld mee met de olieprijs. "Het zakelijke klimaat in Rusland blijft een hardnekkige handicap voor de economie", stelden ook de experts van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) vast. Die weinig stimulerende omstandigheden werken bovendien het zwarte circuit in de hand. Volgens de Russische federale dienst voor statistiek is het deel van de economie dat ontsnapt aan de fiscale administratie naar schatting goed voor 16 procent van het nationale bbp. Een maatregel die de internationale instellingen al meermaals hebben verdedigd, maar die tot nu toe altijd op een Russisch njet is gestuit, is de privatisering van belangrijke sectoren zoals de energie. De energiesector, de belangrijkste pijler van de Russische economie, moet worden gemoderniseerd. De infrastructuur van de olie-, gas- en elektriciteitsbedrijven is verouderd en dringend aan vervanging toe. De uitdagingen waar de Russische economie mee wordt geconfronteerd, hebben beleggers bang gemaakt. Ook het feit dat de Russische leider nog altijd dezelfde is als twaalf jaar geleden, boezemt weinig vertrouwen in. De middenklasse staat almaar kritischer tegenover de overheid, waardoor het risico op sociale spanningen toeneemt. Ook die zouden nefast zijn voor de economie. Buitenlandse beleggers halen daarom massaal hun spaargeld uit Rusland weg. In het eerste kwartaal van dit jaar verdween niet minder dan 27 miljard euro uit het land, een record. Al die factoren sterken ons in de overtuiging dat Rusland op korte termijn voorzichtig moet worden benaderd, of louter worden beschouwd als een belegging in de oliesector. KARINE HUET