Voor een groot deel van de voorbije drie decennia was China de opwindendste uithoek van de wereldeconomie. Met zijn niet-aflatende opgang voedde het de wereldgroei. In 2015 legde het beslag op de veel minder begerenswaardige titel van grootste bron van volatiliteit. De vrees dat het afstevende op een crash schrikte de internationale markten op. Vooraanstaande economen zegden dat het aan de rand van een recessie stond. Het eerdere optimisme over het vermogen van China om een snelle groei aan te houden was misschien overdreven, maar de plotse vloedgolf van bezorgdheid over een nakende catastrofe is eveneens misplaatst.
...

Voor een groot deel van de voorbije drie decennia was China de opwindendste uithoek van de wereldeconomie. Met zijn niet-aflatende opgang voedde het de wereldgroei. In 2015 legde het beslag op de veel minder begerenswaardige titel van grootste bron van volatiliteit. De vrees dat het afstevende op een crash schrikte de internationale markten op. Vooraanstaande economen zegden dat het aan de rand van een recessie stond. Het eerdere optimisme over het vermogen van China om een snelle groei aan te houden was misschien overdreven, maar de plotse vloedgolf van bezorgdheid over een nakende catastrofe is eveneens misplaatst. Voor de onrust in 2015 was China zelf verantwoordelijk. Eerst keken zijn regelgevers de andere kant uit toen investeerders zwaar leenden om te gokken op aandelen en zo een ernstige, zij het kortstondige bubbel in het leven riepen. Met hun ongelukkige inspanningen om een bodem te leggen onder de afbrokkelende aandelenkoersen maakten ze zich belachelijk. En toen maakte de centrale bank een puinhoop van de minieme afzwakking van de wisselkoers van de yuan. Daardoor vroegen velen zich af of de economie er niet veel slechter voorstond dan vermoed. Het mangelt de officiële economische gegevens inderdaad aan geloofwaardigheid, maar er is een groot verschil tussen een recessie en een groei van 6 procent. In 2016 wordt duidelijk dat het laatste plaatje het meest accurate is. Er is dan ook nog zelden sprake van de gevreesde 'harde landing'. Een aantal bekommernissen over de toestand van de Chinese economie verdwijnt stilaan. De Chinese beurs domineerde de krantenkoppen in 2015, maar daarbij ging het eerder om een randverschijnsel, dat niets te maken had met de economische fundamenten, dan om een belangrijke indicator dat er moeilijkheden waren. Tegen het begin van 2016 heeft China een solide halfjaarlijkse groei van zijn retailverkoop kunnen opbouwen sinds de meltdown van zijn effectenhandel. Veerkrachtige huishoudbestedingen helpen de economie een nieuw evenwicht te vinden, weg van investeringen en naar consumptie (zie grafiek). De gezondheidstoestand van de vastgoedmarkt is ook al lang een bron van zorgen. Omdat tientallen miljoenen huizen leeg staan, zijn de woningprijzen in de kleinere steden weggekwijnd en is het aantal nieuwe bouwwerven drastisch gedaald, wat weegt op de economie. Niettemin sijpelt de opleving van de prijzen, die midden 2015 begon in de grote steden, in 2016 door naar de kleinere steden. Bovendien begint de toename van de verkoop aan de voorraden te knagen en dat brengt de ontwikkelaars ertoe nieuwe projecten aan te vatten. Een nieuwe bouwwoede komt er niet, maar de hervatting van de bouwactiviteit brengt weer wat animo in de groei. De regering brengt in maart ook haar nieuw vijfjarenplan uit voor de periode 2016-2020. Zeker is dat het doel voor de jaarlijkse groei (nu 7 procent) verlaagd wordt, maar waarschijnlijk wordt toch nog gemikt op een tempo van 6,5 procent tot het einde van het decennium. Dat zou meteen aantonen dat de regering overtuigd is dat ze geld heeft om de economie overeind te houden en dat ze bereid is dat ook te doen. Hoewel de kortetermijnzorgen over China in 2016 afnemen, neemt de ongerustheid over de vooruitzichten op langere termijn toe. De vooruitgang ging soms met horten en stoten, maar China bewoog zich over het algemeen in de juiste richting door zich open te stellen voor de wereld en zijn economie vrij te maken. Er was in 2015 wel een terugval, getuige daarvan de onbeholpen interventie op de beurs. In 2016 wordt duidelijk dat het nieuwe plan om de staatsondernemingen te hervormen in feite neerkomt op strengere overheidscontrole. Na zoveel beroering op de markt slinkt de appetijt voor financiële hervormingen. De centrale bank stelt zich behoudender op. De Chinese economie staat nog lang niet op instorten, maar de huidige introversie zet mensen aan het denken of het land ooit wel zijn echt potentieel kan realiseren. De auteur is redacteur Aziatische economie van The Economist. Simon Rabinovitch