'Nuttig maar niet voldoende.' Of: 'te weinig om ons uit het moeras te trekken'. Vanuit de bedrijfswereld klinkt dankbaarheid, maar ook bezorgdheid over het relanceplan van de nieuwe federale regering. "Elke maatregel die de solvabiliteit van de bedrijven ondersteunt, valt toe te juichen", zegt Jan Oosterlinck, partner bij het consultancybedrijf BDO. "Maar de bedrijven in moeilijkheden hebben nu vooral liquiditeitssteun nodig. Het relanceplan komt niet tegemoet aan die behoefte." Het plan kreeg bovendien vorm tijdens de regeringsonderhandelingen in de zomer, toen het virus onder controle leek en de economie herstelde. Twee maanden later maakt de tweede besmettingsgolf nieuwe ingrijpende maatregelen noodzakelijk. Op korte termijn verschuift de focus van de regering zo opnieuw van relance naar acuut crisisbeheer.
...

'Nuttig maar niet voldoende.' Of: 'te weinig om ons uit het moeras te trekken'. Vanuit de bedrijfswereld klinkt dankbaarheid, maar ook bezorgdheid over het relanceplan van de nieuwe federale regering. "Elke maatregel die de solvabiliteit van de bedrijven ondersteunt, valt toe te juichen", zegt Jan Oosterlinck, partner bij het consultancybedrijf BDO. "Maar de bedrijven in moeilijkheden hebben nu vooral liquiditeitssteun nodig. Het relanceplan komt niet tegemoet aan die behoefte." Het plan kreeg bovendien vorm tijdens de regeringsonderhandelingen in de zomer, toen het virus onder controle leek en de economie herstelde. Twee maanden later maakt de tweede besmettingsgolf nieuwe ingrijpende maatregelen noodzakelijk. Op korte termijn verschuift de focus van de regering zo opnieuw van relance naar acuut crisisbeheer.Al voor de crisis kampte de helft van de bedrijven met een te lage kredietwaardigheid, waarbij het eigen vermogen maximaal 25 procent van het balanstotaal bedroeg. "De schade van de coronacrisis kan pas eind volgend jaar worden opgemeten, maar gezien het aantal bedrijven dat geraakt is door de crisis, schatten we dat de bedrijven minimaal 10 procent van hun eigen vermogen verliezen. Dat is een verlies van 65 miljard euro", zegt Pascal Flisch, analist van Trends Business Information. Het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) schat dat één op zes bedrijven die voor de crisis nog gezond waren, nu in financiële moeilijkheden verkeert, zelfs na de steunmaatregelen van de overheid. De tweede coronagolf zal de schade alleen groter maken. "De problemen dreigen zich vanuit de getroffen sectoren als een olievlek te verspreiden over de hele economie", zegt Jan Oosterlinck. De regering-De Croo wil met haar relance- en transitieplan de economie naar eigen zeggen 'een elektroschok' geven. Voor zover de pandemie dat toelaat, moet dat plan geleidelijk de rol overnemen van de tijdelijke steunmaatregelen die de regering-Wilmès heeft genomen. Van steun naar relance dus, al zitten veel bedrijven vandaag nog altijd vast in het moeras van de crisis. Voor hen staan geen nieuwe hulplijnen in het federale regeerakkoord. Door de nieuwe besmettingsgolf hebben de federale en de regionale regeringen bovendien weinig andere keuze dan een aantal van de tijdelijke maatregelen uit te breiden of te verlengen. Zo krijgt de horeca een steunpakket van 500 miljoen euro. Het relanceplan is een tweetrapsraket. De eerste trap is dat de regering, in samenspraak met de deelstaten en de lokale overheden, de overheidsinvesteringen tegen 2030 wil optrekken tot 4 procent van het bruto binnenlands product, tegenover 2,6 procent nu. De tweede trap is gericht op de bedrijven. "In 2020 en 2021 is het cruciaal dat de solvabiliteit en de liquiditeit van de bedrijven worden versterkt", staat in het regeerakkoord. Ondernemingen kunnen op een fiscaalvriendelijke manier hun eigen vermogen herstellen. Een deel van de winst die ze maken in 2021, 2022 en 2023 is vrijgesteld van vennootschapsbelasting, als de winst in het bedrijf blijft. De regering spreekt over de aanleg van een wederopbouwreserve. De winst die in aanmerking komt voor de fiscale vrijstelling, is maximaal gelijk aan de verliezen van 2020, met een maximum van 20 miljoen euro."De filosofie daarachter is de gezonde bedrijven een boost te geven. We geven hen de boodschap ervoor te gaan. Geef gas en investeer, om later winst te maken", zegt ondernemer Christian Leysen, die als volksvertegenwoordiger van Open Vld die maatregel al in de zomer aan het parlement had voorgelegd. De wederopbouwreserve raakte toen niet aangenomen, ook omdat het eerder aan een volwaardige regering toekomt een maatregel te nemen die doorwerkt tot 2024. De regering trekt voor dat relanceplan ongeveer 2 miljard euro uit, verspreid over de periode 2021-2024. In dat bedrag zit ook een budget om de verhoogde investeringsaftrek met twee jaar te verlengen. Toch kost de aanleg van een wederopbouwreserve de belastingbetaler op lange termijn zo goed als niets. De aangelegde wederopbouwreserves worden belast zodra ze worden uitgekeerd in de vorm van dividenden of kapitaalverminderingen. "Het gaat dus om een uitgestelde belasting. De bedrijven krijgen als het ware een gratis lening van de overheid. Dat kost de schatkist niets dankzij de extreem lage rentevoeten", zegt Jean Baeten, fiscaal expert van het VBO. "De inspectie Financiën heeft bevestigd dat de maatregel op termijn belastingneutraal is. Dat is belangrijk opdat Europa de maatregel niet kan zien als ongeoorloofde overheidssteun. Simulaties gewagen zelfs van een opbrengst van 200 miljoen euro, omdat de bedrijven meer investeren dankzij die maatregel", zegt Christian Leysen. De versterking van het eigen vermogen op een fiscaalvriendelijke manier is echter niet voor elk bedrijf weggelegd. In de eerste plaats moet een onderneming in de periode 2021-2023 winst maken om reserves te kunnen aanleggen. "De bedrijven moeten dus zelf hun eigen vermogen herstellen. Dat is op de maat van de ondernemingen die tijdelijk geraakt worden door de crisis, maar structureel gezond zijn. We zijn het concept genegen, omdat het bijdraagt aan het herstel van het eigen vermogen", zegt Karl Collaerts, adviseur fiscaliteit van de Vlaamse werkgeversorganisatie Voka. Ook de verhoogde investeringsaftrek komt enkel de bedrijven ten goede die kunnen investeren, omdat ze over voldoende eigen vermogen en cashflow beschikken. "De bedrijven die opereren met lage marges in sectoren met scherpe prijsconcurrentie of sectoren die met structurele overcapaciteit te kampen hebben, hebben niet de capaciteit om via winstreservering hun eigen vermogen te versterken. Zij vallen met die maatregel uit de boot", zegt Jan Oosterlinck. Het relanceplan van de regering geeft dus vooral de structureel gezonde bedrijven een duw in de rug. "We kunnen niet alle bedrijven redden. Elke onderneming moet keuzes maken. De echte relance moet komen van de modernisering van de arbeidsmarkt. Bedrijven moeten flexibel kunnen inspelen op de veranderende economie, bijvoorbeeld door hun personeelsbestand vlotter uit te breiden of af te bouwen. Die visie moet worden gedragen door de sociale partners", zegt Christian Leysen. Een portie gezonde creatieve destructie is bovendien mogelijk geen slechte kuur voor de Belgische economie, die volgens internationale studies kampt met een relatief hoog aantal zombiebedrijven, die mensen en kapitaal vasthouden in minder productieve activiteiten. "Chronische verliezers laten verdwijnen is volgens mij geen probleem op zich. Integendeel: we zien veel te veel niet-rendabele ondernemingen actief blijven. Ze zorgen voor oneerlijke competitie en beletten competitieve bedrijven gezond te werken", zegt Pascal Flisch. "Het is vrij genereus om de bedrijven drie jaar te geven om in te spelen op een crisis van maximaal een jaar. Als bedrijven langer dan drie jaar verlies maken, komt dat doordat ze hun businessmodel niet weten aan te passen. Daar moet de belastingbetaler niet voor opdraaien." De regering zou de transitie wel kunnen verzachten met begeleidende maatregelen. "Laat ondernemingen die in de coronacrisis geen verlies hebben geboekt ook genieten van de wederopbouwreserve als ze een verlieslatende onderneming overnemen. Dat kan helpen om kmo's te laten groeien", zegt Pascal Flisch. De regering legt enkele extra voorwaarden op. Zo kunnen bedrijven die gebruikmaken van het fiscale voordeel om reserves aan te leggen in dezelfde periode geen dividenden of kapitaal uitkeren aan hun aandeelhouders. De bedrijven mogen zich niet ophouden in belastingparadijzen. Er is ook een link met het personeelsbestand en het behoud van de tewerkstelling. Dat moet de werkgelegenheid ondersteunen en voorkomen dat postbusfirma's of louter financiële vehikels gebruikmaken van de maatregel. Dat is allemaal logisch. Minder vanzelfsprekend is de voorwaarde dat als de loonmassa met meer dan 15 procent daalt, het fiscale voordeel proportioneel wordt afgebouwd. "Soms kunnen bedrijven niet anders dan te herstructureren, om later opnieuw winst te kunnen maken. Een aantal structurele trends, zoals de digitalisering en de vergrijzing, verplicht de bedrijven zich sneller aan te passen. Die ondernemingen hebben ook nood aan de versterking van hun eigen vermogen, maar zij komen minder in aanmerking voor de steunmaatregel. Dat kan hun transformatie afremmen", zegt Karl Collaerts. Die voorwaarde dreigt ook de kleine bedrijven te benadelen, zegt Pascal Flisch. "Stel dat een kapsalon een van zijn twee werknemers moet ontslaan. De personeelskosten dalen met 50 procent, waardoor de zaak geen fiscaal vriendelijke wederopbouwreserve kan aanleggen. Maar een grote onderneming die 30 mensen ontslaat, zou dat wel kunnen, omdat ze maar een klein percentage van haar tewerkstelling afbouwt. De regering moeten dus met goede criteria komen voor wie wel en wie niet in aanmerking komt."