Het btw-tarief werd twee jaar geleden tijdelijk verlaagd naar 6 procent bij de bouw of aankoop van een nieuwe woning. De verlaging was beperkt tot een schijf van 50.000 euro van de kost- of aankoopprijs. Aanvankelijk was erin voorzien dat het voordeel slechts zou gelden voor 2009. Het werd vervolgens met een jaar verlengd, op voorwaarde dat de bouwaanvraag vóór 1 april 2010 was ingediend. Eind 2010 liep de regeling onherroepelijk af.
...

Het btw-tarief werd twee jaar geleden tijdelijk verlaagd naar 6 procent bij de bouw of aankoop van een nieuwe woning. De verlaging was beperkt tot een schijf van 50.000 euro van de kost- of aankoopprijs. Aanvankelijk was erin voorzien dat het voordeel slechts zou gelden voor 2009. Het werd vervolgens met een jaar verlengd, op voorwaarde dat de bouwaanvraag vóór 1 april 2010 was ingediend. Eind 2010 liep de regeling onherroepelijk af. Daarnaast was er ook een tijdelijke uitbreiding van het verlaagde tarief van 6 procent bij de afbraak en heropbouw van woningen. Deze regeling geldt normaal gezien slechts op voorwaarde dat de woning gelegen is in een stad of gemeente die voorkomt op een speciaal daartoe opgestelde lijst. Antwerpen, Brussel en Luik zijn voorbeelden van steden op deze lijst. In 2009 werd de regeling uitgebreid naar het hele grondgebied van België. De uitbreiding werd nadien ook met een jaar verlengd, opnieuw op voorwaarde dat de bouwaanvraag vóór 1 april 2010 was ingediend. Eind 2010 kwam aan deze uitbreiding ook een einde. Vanaf begin dit jaar geldt de verlaging dus opnieuw slechts als de woning gelegen is in een van de steden of gemeenten die op de voormelde lijst voorkomen. Het aflopen van tijdelijke tariefverlagingen is altijd onaangenaam. Het verschil tussen 6 procent of 21 procent btw scheelt een stevige slok op de borrel. Niet te verwonderen dus, dat in de praktijk naarstig gezocht werd naar middelen om toch nog gebruik te kunnen maken van de tijdelijke verlaging van het btw-tarief. Die mogelijkheden zijn vlug gevonden. Bij 'diensten' wordt de btw in principe opeisbaar op het ogenblik van de voltooiing van de dienst. Bij bouwwerkzaamheden is dat zodra het werk uitgevoerd is. Maar er bestaan ook 'subsidiaire oorzaken van opeisbaarheid van de btw'. Die spelen als ze zich voordoen vooraleer de dienst voltooid is. De betaling of facturering van (een deel van) de prijs maakt zo'n subsidiaire oorzaak uit. De btw is dan verschuldigd tegen het tarief dat op dat ogenblik van toepassing is. Om nog gebruik te kunnen maken van het verlaagde tarief, volstond het dus ervoor te zorgen dat (een deel van) de prijs nog betaald of gefactureerd werd vóór eind 2010. Maar zo eenvoudig is het niet. Het btw-wetboek bevat een algemene antimisbruikbepaling. Die moet voorkomen dat men louter om fiscale redenen allerlei constructies opzet. Nog net voor Kerstmis, toen iedereen ongeveer op punt stond met vakantie te vertrekken, liet de fiscus weten dat hij het naar voren schuiven van betalingen of factureringen die louter ingegeven zijn om nog in aanmerking te komen voor het verlaagde tarief, als een misbruik beschouwt. Maar de beslissing bevatte tegelijk een belangrijke tolerantie. De belastingadministratie liet weten dat zij vooruitgeschoven betalingen of factureringen in verband met bouwwerkzaamheden die een aanvang nemen of voortduren in 2011, in geen geval als misbruik zal aanmerken, wanneer de voorschotten hoogstens betrekking hebben op 25 procent van de bouwprijs. In de tijdelijke regeling waarbij het tarief naar 6 procent verlaagd werd op een schijf van 50.000 euro, wil dit zeggen, dat er (bijna) nooit sprake zal zijn van misbruik. 50.000 euro is immers meestal lager dan 25 procent van de prijs van een appartement of woning. In het kader van de tijdelijke uitbreiding van de verlaging van het tarief bij afbraak en heropbouw van woningen kan het 25 procentregeltje daarentegen wel voor onaangename verrassingen zorgen. De tariefverlaging is hier immers niet geplafonneerd. Zij geldt voor de volledige prijs. Wat als in het kader hiervan wel meer dan 25 procent voorschot werd betaald of gefactureerd? Het staat in de sterren geschreven dat nogal wat belastingambtenaren het regeltje zullen omdraaien, en misbruik zullen vermoeden telkens de vervroegde betaling of facturering meer dan 25 procent van de bouwprijs bedroeg. Voor de betrokkenen mag het een troost zijn, dat het 25 procentregeltje weinig of geen juridische waarde heeft. Maar dat er gevochten zal worden, staat nu al buiten kijf. JAN VAN DYCK - Advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog