Gemeenten in de fout

Enkele gemeenten kwamen onlangs in het nieuws omdat ze privégegevens van burgers over bouwvergunningen doorgaven aan commerciële bedrijven die op basis daarvan directmarketingacties ondernamen. De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer oordeelde dat dit niet meer kan. In februari 2012 schreef de Belgian Direct Marketing Association hierover een brief aan de Vlaamse regering. "De situatie was juridisch verwarrend", zegt Philippe Verschueren, directeur van de BDMA. "We hadden voorgesteld op de aanvraag een hokje te zetten dat aangevinkt kon worden als men bereid was commerciële...

Enkele gemeenten kwamen onlangs in het nieuws omdat ze privégegevens van burgers over bouwvergunningen doorgaven aan commerciële bedrijven die op basis daarvan directmarketingacties ondernamen. De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer oordeelde dat dit niet meer kan. In februari 2012 schreef de Belgian Direct Marketing Association hierover een brief aan de Vlaamse regering. "De situatie was juridisch verwarrend", zegt Philippe Verschueren, directeur van de BDMA. "We hadden voorgesteld op de aanvraag een hokje te zetten dat aangevinkt kon worden als men bereid was commerciële informatie te ontvangen. Een opt-in." De overheid is daar nog niet op ingegaan. Wanneer een organisatie iemand in een directmailingbestand opneemt, moet ze die persoon daarover inlichten, hem zeggen waarvoor het bestand wordt gebruikt en dat bestand aangeven bij de privacycommissie. Het moet ook duidelijk zijn of deze directmailinglijst aan derden kan worden doorgegeven, opdat de consument zich daartegen kan verzetten. Wettelijk heeft de consument immers het recht van inzage en van correctie. Hij kan ook vragen uit het bestand verwijderd te worden. Wie van geen enkel bedrijf op naam gestuurde commerciële brieven wil ontvangen, kan zijn naam en adres laten opnemen in de Robinsonlijst. Sinds vorig jaar heeft de wetgever ook de bel-me-niet-meerlijst in het leven geroepen. Binnen de vijf dagen na zijn aanvraag moet een consument op die lijst staan. Oproepen voor marktonderzoek vallen niet onder die wetgeving.Het privacydilemma betekent dat hoe meer een bedrijf over een consument weet, hoe juister de informatie is die het kan toesturen en hoe groter de kans dat die informatie ook welkom is. Wie weinig informatie over zichzelf vrijgeeft, krijgt veel meer onnodige informatie. Niets is pijnlijker dan direct mailings op naam van een overledene in de bus te vinden. In Nederland bestaat er een overlijdensregister, in ons land niet. De BDMA heeft de overheid al gevraagd om gegevens over overleden inwoners te krijgen, maar dat werd niet goedgekeurd. Inmiddels werkt het Nederlandse overlijdensregister onder meer samen met adressenbroker MCLS aan een Belgisch overlijdensregister. Lucas de Vries: "We verwachten te starten met een dekkingsgraad van 50 procent. Na een termijn van één jaar denken we dat die 70 procent is en na twee jaar 90 procent." Hoe zit het met de privacy? Uit contacten met Binnenlandse Zaken leerde De Vries dat bij het overlijden van een persoon de privacy vervalt. De Vries wijst erop dat het overlijdensbestand enkel als 'wegduwbestand' en niet als commercieel prospectiemiddel gebruikt mag worden. Voor direct mailings en telemarketing zijn de Robinson-lijsten opt-outsystemen: de consument moet expliciet zeggen dat hij geen mailings of telemarketing calls wil ontvangen. Voor online (e-mailing) en mobile (sms) is een opt-in noodzakelijk. De consument moet daarvoor - zoals de Europese richtlijn bepaalt - aan de bedrijven een voorafgaandelijke toestemming geven. AD VAN POPPEL