Het uit 1903 daterende pomphuis aan het inmiddels verdwenen droogdok nummer 7 in de Antwerpse haven stond er de jongste jaren bij als een stuk vervallen industrieel erfgoed. Om het indrukwekkende gebouw van de ondergang te redden, schreef het Havenbedrijf, dat eigenaar is, een concessie uit. Drie horecaondernemers, Tom Van Gils, Ronny Sauvilliers en Rudi Mattheussen, zetten hun schouders onder het project. Dit triumviraat maakte van het pomphuis een megarestaurant met meer dan 150 zitplaatsen. De drie waren niet aan hun proefstuk toe: vier jaar geleden openden zij het...

Het uit 1903 daterende pomphuis aan het inmiddels verdwenen droogdok nummer 7 in de Antwerpse haven stond er de jongste jaren bij als een stuk vervallen industrieel erfgoed. Om het indrukwekkende gebouw van de ondergang te redden, schreef het Havenbedrijf, dat eigenaar is, een concessie uit. Drie horecaondernemers, Tom Van Gils, Ronny Sauvilliers en Rudi Mattheussen, zetten hun schouders onder het project. Dit triumviraat maakte van het pomphuis een megarestaurant met meer dan 150 zitplaatsen. De drie waren niet aan hun proefstuk toe: vier jaar geleden openden zij het Grand Café Park West in Berchem. Het was een schot in de roos. Het Pomphuis is sinds 1993 als monument geklasseerd. Daarom werd het oude gebouw met res- pect voor het verleden gerestaureerd en heringericht. Onder het imponerende dak kwamen een 'grand café' en een restaurant, met vergaderzalen en feestruimte. De opening van Het Pomphuis, in mei 2002, deed het nodige stof opwaaien. Het chique publiek uit Antwerpen-stad en Brasschaat en omstreken stroomde vanaf de eerste dag toe. Het volkje kwam voor de omgeving en voor elkaar, want als je tot de 'happy few' behoort, wil je dat laten zien. Maar de keuken stond niet op punt en grootmeester Roger Souvereyns werd binnengehaald om de kwaliteit op te krikken. 'Le beau monde' maakte inmiddels plaats voor een minder select publiek, dat komt om een avondje stemmig en onbezorgd te tafelen. Wij kwamen met twee naar de Antwerpse haven en parkeerden de auto tussen de kranen bij het Straatsburgdok. Binnenkomen doe je via de turbinehal. De industriële kathedraal is ingericht met pluche gordijnen, een oud bad gevuld met kiezels waartussen vlammen opstijgen, rotanmeubilair en stijlvol gedekte tafels. Achterin bevindt zich een 'hangend podium' met een 'zwevende piano'. De muziek, de sfeerverlichting met de vele kaarsjes en het geroezemoes zorgen voor de gepaste sfeer om romantisch te tafelen. Chef-kok is Ivo Van Geel. Zijn repertoire is gevarieerd en gaat van traditionele bereidingen, zoals garnaalkroketten (9,50 euro), tot de inventieve en avontuurlijk gekruide 'Pacific Rim Cooking', zoals tataki van tonijn met thai-dressing (13,50 of 18,25 euro). Wij kozen verschillende voorgerechten. Twee royale sneden terrine van ganzenlever kwamen op het bord met honingzoete compote van druiven, portsiroop en getoast rozijnenbrood (20 euro). Rundcarpaccio kreeg het geslaagde gezelschap van geplette bloemkool, witte truffelolie en veldsla. De combinatie vormde ambrozijn (13 euro). Voor het hoofdgerecht kregen drie stukken zeebaars van goede kwaliteit het gezelschap van risotto van witte kool en prei, curryolie en tomaat (19,50 euro); tegelijk kwam een royale portie gamba's uit de keuken met linguini, tomatencoulis en pastinaak (22,95 euro). De wijnkaart vermeldt vooral duurdere wijnen. Onze keuze viel op een fruitige en kruidige Saint-Joseph, Duc de Caderousse, A. Ogier 1999 (39 euro). Als afsluiter van deze smakelijke maaltijd kregen we een lekkere 'dame blanche', gepresenteerd in een diep bord (5,70 euro) en een zachte 'panna cotta' met een bol ijs van roze pompelmoes (7,25 euro). Pieter van Doveren