Ik heb zeker geen slapeloze nachten", zegt Christian Jourquin, de innemende CEO van het miljardenbedrijf Solvay in zijn statige kantoor op de hoofdzetel in Elsene. "Het schip is goed voorbereid op alle mogelijke stormen."
...

Ik heb zeker geen slapeloze nachten", zegt Christian Jourquin, de innemende CEO van het miljardenbedrijf Solvay in zijn statige kantoor op de hoofdzetel in Elsene. "Het schip is goed voorbereid op alle mogelijke stormen." Dat onweer kan van verschillende kanten komen, want Solvay is de laatste der Mohikanen. Geen enkel ander Europees midcapbedrijf is nog uitgebreid actief in zowel chemie als farma. Meer nog, Solvay hinkt op drie poten, want naast de takken 'farma' en 'chemie' is er ook nog de afdeling 'kunststoffen' waaronder vooral polymeren en vinylproducten vallen. Nochtans werd en wordt vaak betwijfeld of Solvay, dat vorig jaar een winst van 817 miljoen euro realiseerde op een omzet van ruim 9,5 miljard euro, met die waaier aan activiteiten de juiste keuze maakt. Want de farmasector heeft het momenteel niet onder de markt, en dat geldt zeker voor Solvay waar de groei van die afdeling het voorbije jaar is stilgevallen. Dat komt omdat twee potentiële nieuwe topproducten niet goedgekeurd raakten. De koppigheid van het Brusselse bedrijf blijkt echter steeds meer voordelen te hebben. Niet alleen is Solvay door zijn brede activiteitenactieradius voor kandidaat-kopers een stuk moeilijker te doorgronden dan een puur farmabedrijf als UCB, het heeft op die manier ook een subtiele gifpil tegen overnames in handen. "De huidige structuur is misschien wel het beste verdedigingsmechanisme voor zo'n middelgroot bedrijf", zegt een analist. Bovendien kan Solvay door zijn activiteitenmix van meerdere walletjes eten. Die risicospreiding leidt ertoe dat de chemie en kunststoffen de negatieve impact van de farmastrubbelingen kunnen temperen, terwijl de farmatak, naar omzet nog de kleinste afdeling maar naar winst wel de grootste, net was uitgebouwd om het cyclische karakter van de groep af te remmen. De hybride structuur van Solvay is grotendeels het werk van de vorige CEO's: Daniël Janssen en Aloïs Michielsen. Sinds mei 2006 houdt de 59-jarige Jourquin die cultus van het hybride chemie- en farmabedrijf in ere. Vragen over het nut van zo'n structuur heeft hij al vaker moeten pareren. Vooral sinds UCB, dat voor een stuk dezelfde familiale aandeelhouders heeft, resoluut opteerde voor farma en daarvoor aanvankelijk werd beloond met sterke koersstijgingen. UCB spendeerde in totaal 6,6 miljard euro aan de overname van het Britse Celltech en het Duitse Schwarz Pharma, maar de UCB-motor stokte vorig jaar toen de geplande opvolging voor de sterproducten het liet afweten. En vorige week kreeg UCB opnieuw klappen. Ook bij Solvay verloor de farmatak heel wat van zijn pluimen. Jourquin, die al 38 jaar bij Solvay aan de slag is, ziet echter geen enkele reden om het roer om te gooien. De Brusselaar is hondstrouw en weet waarover hij spreekt. Hij was voor Solvay eerder in Milaan, Zürich, Amsterdam, Lissabon en Barcelona aan de slag. Jourquin leidde elk van de afdelingen afzonderlijk, ademt kalmte en degelijkheid uit, en weerspiegelt daarmee perfect het imago van het huis. Solvay behoort namelijk nog steeds tot het krimpende kransje defensieve goedehuisvaderaandelen. Een sterke prestatie gezien de uppercuts die de farmatak heeft gekregen, en de vrees dat de meer conjunctuurgevoelige chemieactiviteiten aan de vooravond van een lastige periode staan. Jourquin benadrukt dat de hybride structuur niet zomaar een geërfd 'accident de parcours' is. "Dit is het gevolg van de beslissing eind jaren zeventig om na de oliecrisis voor activiteiten te kiezen die minder cyclisch zijn, een hoge toegevoegde waarde hebben en vrij zijn van de impact van energie", stelt Jourquin. De CEO lacht gul en verheft zijn stem tijdens het gesprek nooit, maar het stoort hem duidelijk dat de jarenlange metamorfose niet naar waarde wordt geschat. "Er zijn enorme inspanningen gebeurd. De wijzigingen aan het portfolio van Solvay worden sterk onderschat. We zijn uit twee uiterst cyclische activiteiten gestapt, polyetheen en polypropeen, en het geld dat we daarvoor kregen hebben we gebruikt voor de fluorpolymeren en speciale polymeren", legt Jourquin uit. Hij wijst erop dat Solvay ook voortdurend fors investeert in een rist grote projecten in de takken chemie en kunststoffen, onder meer in Thailand, Rusland en Zuid-Amerika. Daarin worden honderden miljoenen euro gepompt. "Over onze spreiding in de wereld ben ik gerust. We investeren waar de groei zit en herstructureren waar het moet. Zo zijn er problemen in de fluorpolymeren en we zijn volop bezig dat te corrigeren", aldus de Franstalige CEO, die dankzij een verblijf van tien jaar in Nederland (1980 tot 1990) ook het Nederlands meester is. Jourquin, net terug van een reisje naar Korea voor een vergadering van het uitvoerend comité, werkt intussen naarstig voort aan het verleggen van de focus van de chemie- en kunststofdivisie richting Azië en Zuid-Amerika. Jourquin: "Dat loopt als een trein." Ook Rusland doet het goed. Wel had de CEO duidelijk gehoopt op een grotere aanwezigheid in China. "Ik heb geleerd dat je er het nodige geduld moet hebben. Ik zie niemand die daar beter in slaagt dan wij, dus we zijn zeker niet wanhopig", zegt hij. Het onwrikbare zelfvertrouwen van het Solvaymanagement wordt nochtans niet door iedereen gedeeld. Angelsaksische beurshuizen houden het in hun adviezen voor investeerders meestal op een voorzichtig 'hold' of 'neutraal' omwille van de beperkte visibiliteit op middellange termijn. Zo ook Standard & Poor's, dat voor het bedrijf een A-1-kortetermijnrating heeft en een A voor de lange termijn. Het gereputeerde Goldman Sachs gaat een stap verder en raadt beleggers aan te verkopen wegens de relatief zwakke farmapijplijn en de negatieve impact van de groeivertraging van de economie op de winstgevendheid in de twee andere afdelingen: chemie en kunststoffen. Ook Alain Deneef, hoofdredacteur van de beleggingsmagazines Cash en Inside Beleggen, verwacht dat de afdelingen chemie en kunststoffen aan de bovenkant van hun cyclus zitten en weldra meer onder druk zullen komen. "We zitten, om het beleefd te zeggen, cyclisch aan de top, en dat geldt ook voor Solvay", zegt Deneef. "En dan zal farma de boel moeten redden, hoewel er vanuit die hoek niet veel slecht nieuws meer mag komen." Of de marktvrees voor een terugval van chemie en kunststoffen gerechtvaardigd is, valt af te wachten. Jourquin liet bij de voorstelling van de jaarresultaten weten nog altijd voorzichtig optimistisch te zijn voor alle divisies. Enkel in de Europese pvc-tak kunnen prijsverhogingen minder snel doorgerekend worden aan klanten, maar gelukkig bracht de verlaging van de Chinese exportsubsidies soelaas. Daarmee werd een structureel overaanbod vermeden. Solvay is de op twee na grootste pvc-producent ter wereld. Het mag zich wel gelukkig prijzen dat het niet actief is in de VS, waar de andere producenten het moeilijk hebben door de crisis op de huizenmarkt. Jourquin wordt natuurlijk niet betaald om pessimistisch te zijn, maar weet zich wel gesteund door de controlerende aandeelhoudersfamilie, zeg maar de afstammelingen van stichter Ernest Solvay. Die hebben zich verenigd in de holding Solvac, met 30 % veruit de grootste speler in een voorts erg versnipperd aandeelhouderslandschap. De op een na grootste aandeelhouder, ING International Advisory, heeft een belang van niet meer dan 0,35 %. Jourquin heeft intussen gezworen er alles aan te doen om de onafhankelijkheid van Solvay te bewaren en de aandeelhouders voldoende te belonen. Dat betekent om te beginnen - in de traditie van zijn voorganger Michielsen - een gemiddeld jaarrendement van meer dan 10 %, maar bovenal een politiek om het dividend elk jaar minstens te handhaven en indien mogelijk te verhogen. De voorbije 27 jaar is het dividend bij Solvay nooit verlaagd. Wat wel lager ging, is de aandelenkoers. Solvay, dat vorig jaar zijn beurskapitalisatie had zien zakken van bijna 10 tot ruim 8 miljard euro, noteerde eind 2007 nog aan een koers-winstverhouding van 10. Een jaar eerder was dat 12 en momenteel ongeveer 8,5. Waarnemers achten een koers-winstverhouding van 11 tot 12 zeker haalbaar als de farmadivisie opnieuw zou groeien. De aandelenkoers houdt intussen nog grotendeels gelijke tred met de Bel20-index. Solvay noteerde in de lente van vorig jaar nog tegen ruim 120 euro, maar vertoeft dezer dagen rond 80 euro. "Ik kijk elke dag naar die koers. Er zit geen logica meer in. Zelfs de beste bedrijven bewegen soms als een noot op een golf", zegt Jourquin. In de huidige volatiele beurstijden kan Solvay nog meer slecht nieuws dan ook maar beter vermijden. Want de markt heeft het wat dat betreft wel even gehad. Zo moest eind 2005 de lancering van het veelbelovende middel tegen schizofrenie, bifeprunox met twee jaar worden uitgesteld. Een jaar later werd de ontwikkeling stopgezet van cilansetron, een potentieel middel voor de behandeling van ernstige darmstoornissen, het zogenaamde prikkelbaredarmsyndroom. Zowel de Amerikaanse geneesmiddelenregulator FDA als diens Britse equivalent MHRA keurden het product niet goed. Een koude douche omdat cilansetron toen net als bifeprunox werd beschouwd als mogelijke 'blockbuster'. Dat is een geneesmiddel met een piekverkoop van meer dan 1 miljard dollar per jaar. In augustus vorig jaar botste Solvay opnieuw op bezwaren van de FDA over bifeprunox, dat het eerste middel sinds lang moet worden dat vanuit eigen onderzoek naar de markt zou worden gebracht. En dat terwijl Jourquin kort daarvoor nadrukkelijk had gesteld dat bifeprunox als de absolute prioriteit zou worden behandeld. Eind vorige maand maakte Wyeth, de partner van Solvay voor de lancering van bifeprunox in de VS, een einde aan die samenwerking omdat er volgens het Amerikaane farmabedrijf onvoldoende winst te rapen valt met het product. En dat terwijl Solvay hoopte via farma de marges van de groep snel op te trekken. Jourquin heeft in ieder geval de hoop niet opgegeven en zegt dat het middel voort wordt ontwikkeld. "We kunnen alleen voortdoen of met een andere partner, maar we blijven overtuigd dat het een goed product is", zegt hij. "Ook de FDA betwist dat niet, maar heeft meer informatie nodig, een risico dat ook andere farmabedrijven steeds meer lopen." Jourquin, wijst erop dat er in de VS vorig jaar slechts 18 nieuwe producten op de markt zijn gekomen uit een totaal investeringsbudget van 70 miljard dollar. "Deze sector vergt steeds meer geduld en steeds meer zelfvertrouwen, want het percentage van afwijzingen stijgt voortdurend. Men accepteert geen enkel risico meer, maar vergeet dat er geen enkel middel is zonder neveneffecten." Gelukkig slaagde Solvay er eerder dit jaar in een eerste aanval te pareren op de octrooibescherming van zijn kaskraker fenofibraat, dat onder de merknaam Tricor wordt verkocht. De schade zou anders nog veel groter geweest zijn. Het Israëlische Teva had immers een aanvraag ingediend om een generische versie te lanceren van die populaire cholesterolbestrijder. Een juridische demarche van Solvay houdt Teva nu alvast 2,5 jaar uit de markt. Intussen wordt na de uitschuivers met cilansetron en bifeprunox steeds meer getwijfeld aan de productenpijplijn van Solvay. Vorig jaar haalde Solvay uit farma een omzet van 2,5 miljard euro. Nu bifeprunox in de touwen hangt en door mogelijke problemen met de patentbescherming van Tricor - tot nader order de enige voltreffer uit de pijplijn van het overgenomen Fournier - is het bijlange niet zeker dat de farma-ambities worden vervuld. De farmadivisie omvat een dertigtal producten, waarbij de top zes ruim de helft van de totale omzet uit de farmatak vertegenwoordigt. Twee jaar geleden heette het nog dat farma in 2010 een omzet van 3,5 miljard euro moest halen. Door het uitstel voor bifeprunox werd de omzetdoelstelling teruggebracht tot 3,2 miljard in 2010, maar nog steeds met een rendement van 20 %. "En op dit moment heb ik geen enkele reden om te betwijfelen of we dat zullen halen", zegt Jourquin, die de opmerking van sommige analisten dat Solvay bespaart op het onderzoeksbudget van farma met klem ontkent. "Commercieel en op vlak van productie is er bespaard, op onderzoek niet", klinkt het. "Bifeprunox was natuurlijk een teleurstelling. We hadden dat niet verwacht. Maar er zitten nog veelbelovende producten in onze pijplijn, bijvoorbeeld de nieuwe generatie fenofibraten die we samen met Abbott hebben ontwikkeld en waarvoor we wachten op de beslissing van de FDA. En er is ook een tweede product in aantocht tegen de ziekte van Parkinson." Wat investeringen in onderzoek en ontwikkeling betreft, zit Solvay volgens Jourquin perfect op schema. Momenteel gaat 17 % van de omzet naar O&O, op termijn wil de topman dat laten groeien tot 20 %. Bovendien springen bedrijven zoals Abbott - en tot voor kort ook Wyeth - bij voor de ontwikkelingskosten van nieuwe producten. Solvay gaat intussen wel met de grove kam door de farma-afdeling. Het uitstel van bifeprunox moet worden opgevangen door een besparingsprogramma van 300 miljoen euro per jaar, met onder meer het verdwijnen van ruim duizend banen als gevolg. Maar besparen alleen volstaat niet om het vertrouwen te herwinnen. Solvay heeft nood aan een katalysator om de farma-afdeling weer haar elan te geven. Een nieuwe overname zou ideaal zijn. De financiële ademruimte is er, nu de overname van Fournier verteerd is. Bovendien is de gearing - zeg maar de verhouding tussen de nettoschuld en het eigen vermogen - die na die acquisitie van Fournier geklommen was tot rond de 45 %, weer gezakt tot een comfortabele 29 %. Solvay heeft ook een fortuintje in de oorlogskas zitten. "We kunnen snel honderden miljoenen euro op tafel leggen. Een aankoop als Fournier was op anderhalf jaar verteerd. We hebben een heel sterke cashflow", zegt Jourquin. "We hebben zeker de mogelijkheid om overnames te overwegen, maar we zijn voorzichtig. We moeten voorbereid zijn voor het geval er een crisis komt. Maar als er een goede 'gelegenheid' komt, zullen we die zeker grijpen."(T) Door Bert Lauwers/Foto's Jelle Vermeersch