De Amerikaanse president Harry Truman vroeg ooit om een eenhandige economist. Al zijn economische raadgevers presenteerden één perspectief in de ene hand en een ander perspectief in de andere hand. Truman wilde geen discussies, maar beslissingen. We verlangen opnieuw naar eenhandige economisten, deze keer als het gaat over de inflatieopstoot in de wereldwijde economie.
...

De Amerikaanse president Harry Truman vroeg ooit om een eenhandige economist. Al zijn economische raadgevers presenteerden één perspectief in de ene hand en een ander perspectief in de andere hand. Truman wilde geen discussies, maar beslissingen. We verlangen opnieuw naar eenhandige economisten, deze keer als het gaat over de inflatieopstoot in de wereldwijde economie. Aan de ene hand zijn er economen die de inflatie vooral eenmalig en voorbijgaand vinden, te wijten aan de plotse heropleving na de pandemie, aan tijdelijke bevoorradingsproblemen van energie, aan een piek in de aankoop van goederen in plaats van diensten, en aan overbelaste toevoer- en transportketens. Aan de andere hand zijn er economen voor wie de hogere inflatie een blijver is. Het klimaatbeleid betekent meer vraag naar investeringen, grondstoffen, nieuwe industrie en al dies meer. Fossiele energie, de uitstoot van broeikasgassen en het internationale transport zullen duurder worden. Als het menens is met de relance, staan we voor een decennium van extra groei via overheidsinvesteringen. De tanker van de globalisering keert richting regionale verankering, en dat betekent zowel nieuwe investeringen als duurdere producten. De vergrijzing leidt tot talentschaarste en maakt arbeid dus duurder. Ik heb ook twee handen en ik ben geen economist. Ik denk dat beide kampen gelijk hebben. Er is voorbijgaande inflatie, er zijn trends die wijzen op een structureel inflatierisico. De tijdelijke fenomenen beleven we nu. De trends zijn toekomstgericht en dus onzeker. De vraag is hoe we daarmee omgaan. De jaren zeventig zijn een collectief beleidstrauma, omdat het monetaire beleid toen te laat op de hogere inflatie reageerde, waardoor iedereen - bedrijven, consumenten, gezinnen, werknemers en banken - vanuit een inflatieverwachting zelf hogere prijzen begon te vragen of activiteit uitstelde. Dat leidde tot stagflatie, de onzalige combinatie van hoge inflatie, hoge werkloosheid en lage groei. We leven niet in de jaren zeventig, maar het monetaire beleid ligt opnieuw onder de loep. Sinds de bankencrisis van 2008 gedragen de centrale banken zich alsof we in een staat van economische depressie verkeren. Geld lenen is nog nooit zo goedkoop geweest. De Europese Centrale Bank heeft zich ontpopt tot een infuus voor schuldverslaafde lidstaten, met al meer dan 8000 miljard nationale overheidsschuld op de balans. Dat extreme monetaire beleid was het alternatief voor een onmachtig macro-economisch beleid van regeringen die maar niet tot crisismaatregelen in staat bleken. Het heeft banen gered en de beurskoersen doen exploderen. We leven niet meer in een grote recessie. De pandemie is niet voorbij, maar leidt ook niet langer tot een economische comatoestand. Nationale regeringen hebben de kar gekeerd richting macro-economische relance. Het staat in de sterren geschreven dat het monetaire beleid moet normaliseren - lees: geld en schulden duurder maken. Maar dan komt de kat op de koord. Als de centrale banken te traag handelen, voeden ze een inflatiespiraal. Als ze te snel handelen, fnuiken ze de economische heropleving. Het is een kwestie van timing, maar ooit, wist Truman, moet er gewoon worden gekozen. De onvermijdelijke normalisering van het monetaire beleid betekent een nieuw tijdperk voor België. Ons land torst een gigantische overheidsschuld. Onze begrotingstekorten zijn structureel. Een procentje meer interest betekent vele extra miljarden, jaar na jaar. Het begrotingsherstel wordt een stuk moeilijker. Het spook van de automatische loonindexeringen keert terug. Hogere prijzen verzuren de bevolking en vergen politieke gunsten. Onze politici beleven monetaire wittebroodstijden. Een nieuw inflatienormaal zal hun stiel nog veel moeilijker maken dan die al was.