De business gaat goed momenteel", bevestigt Jim Frazier (54), de Amerikaanse fabrieksdirecteur van Norbord in Genk. "We profiteren al vier jaar van de sterke Duitse economie, al vlakt die groei nu wat af. Duitsland is goed voor de helft van onze omzet, de rest van de OSB-platen wordt in de Benelux verkocht. Dat is vooral om logistieke redenen zo, het is te duur om die bouwplaten naar de andere kant van Europa te transporteren." Frazier, een Texaan, kwam in 2009 naar België om de Genkse fabriek van Norbord te leiden.
...

De business gaat goed momenteel", bevestigt Jim Frazier (54), de Amerikaanse fabrieksdirecteur van Norbord in Genk. "We profiteren al vier jaar van de sterke Duitse economie, al vlakt die groei nu wat af. Duitsland is goed voor de helft van onze omzet, de rest van de OSB-platen wordt in de Benelux verkocht. Dat is vooral om logistieke redenen zo, het is te duur om die bouwplaten naar de andere kant van Europa te transporteren." Frazier, een Texaan, kwam in 2009 naar België om de Genkse fabriek van Norbord te leiden. De Canadese groep, met hoofdkwartier in Toronto, telt vijftien productievestigingen in Canada, de Verenigde Staten en Europa. Het beursgenoteerde bedrijf stelt wereldwijd 1950 mensen tewerk en realiseert een omzet van een miljard dollar. De Europese tak van de groep wordt geleid vanuit Cowie in Schotland. Het bedrijf heeft drie fabrieken in het Verenigd Koninkrijk. De site in Genk is de enige productie-eenheid van Norbord op het Europese vasteland. Met 125 medewerkers realiseert de Genkse fabriek op jaarbasis een nettoproductie van meer dan 330.000 kubieke meter plaatmateriaal. De OSB-markt is in Europa niet zo groot als in de Verenigde Staten, waar in de woningbouw traditioneel veel meer met hout wordt gewerkt. Europese bouwers en verbouwers houden meer van stenen, al wordt tegenwoordig almaar meer OSB ingezet in passiefhuisbouw. Ook als basislaag voor vloeren, wanden en onderdaken wint de OSB-plaat aan populariteit. Naast Norbord in Genk zijn er nog een tiental OSB-producenten actief in Europa: in Luxemburg, Frankrijk, Duitsland, Spanje, Groot-Brittannië, Ierland, Bulgarije, Tsjechië en Polen. "De fabrieken in Oost-Europa mikken ook op de Russische markt, potentieel een belangrijke groeipool, maar gezien de huidige problemen in die regio is dat nog afwachten", duidt Jim Frazier, die ook actief is in de Europese sectorfederatie EPF (European Panel Federation). De supply chain van een OSB-producent lijkt eenvoudig. Boomstammen worden aangevoerd, gedroogd, verwerkt en geperst tot platen. Daarna worden de afgewerkte OSB-platen verscheept naar de klanten. Dat zijn aannemers, distributeurs, doe-het-zelfzaken, industriële klanten enzovoort. "Ongeveer de helft van het hout dat we verwerken komt van lokale leveranciers, 30 procent kopen we in het Verenigd Koninkrijk en de rest komt uit verschillende landen, afhankelijk van het aanbod, zoals Spanje, de Baltische staten, Noorwegen... Het hout wordt deels met vrachtwagens aangevoerd, maar vooral met schepen via het Albertkanaal. Ons fabrieksterrein grenst aan het kanaal. Het aangevoerde hout wordt met kranen gelost en kan vrijwel meteen worden verwerkt. We hebben een constante aanvoer van hout nodig om de productie continu draaiende te houden", zegt Jim Frazier. Frazier is een minzame Amerikaan, een nuchtere selfmade man, opgeklommen van supervisor tot general manager. Hij loopt inmiddels dertig jaar mee in de sector, en klaagt niet over het ondernemingsklimaat waarin hij moet produceren. "Maar er zijn uitdagingen." Hij heeft het niet over de arbeidskosten, die hier substantieel hoger zijn dan bij zijn collega's van de groep in Engeland en Schotland, want daar heeft hij geen invloed op. "De grootste uitdaging voor onze plant ligt op milieuvlak. Toen deze industriezone, Genk-Zuid, in de jaren zestig ontwikkeld werd, was ze bedoeld voor zware industriële activiteiten. Vandaag hebben we woningen als buren op een paar honderd meter hiervandaan", analyseert Frazier. "Voor onze activiteit is het moeilijk om stil en geurloos te werken. We verwerken vijftig vrachtwagenladingen per dag, elke dag. Dat heeft een impact op de omgeving en het milieu, het is niet eenvoudig om niemand last te bezorgen." Norbord is tien jaar actief in Genk. De Canadese groep nam in 2004 het verlieslatende Agglo over. In die tijd had het bedrijf geen goede reputatie op het vlak van milieu, veiligheid en gezondheid. Vandaag is de situatie anders, dat horen we ook in vakbondskringen. Zo werd geïnvesteerd in filterinstallaties, een biomassacentrale, veiligheids- en kwaliteitssystemen en opleidingsprogramma's. Jim Frazier: "De helft van de investeringen die we hier de laatste jaren gedaan hebben, is gegaan naar milieu-ingrepen om onze vergunning te behouden. We spenderen ook heel wat aan veiligheid op de werkvloer, dat is echt een belangrijk thema in het bedrijf. Het is altijd een evenwicht zoeken tussen rendabel produceren, op een veilige manier en met een minimale milieu-impact." Het bedrijf kreeg drie jaar geleden in beroep een nieuwe milieuvergunning van de toenmalige minister van Leefmilieu Joke Schauvliege, waaraan een traject van tweeënhalf jaar vooraf was gegaan. Klachten over geurhinder zorgden toen voor een ellenlang vergunningsparcours. Vandaar de investeringen om te voldoen aan alle emissienormen. Daarnaast heeft Norbord - naar verluidt als eerste bedrijf in Vlaanderen - een geurbeheersplan opgesteld. Communicatie is daar een belangrijk onderdeel van. Zo is er elk jaar een informatievergadering voor de buurtbewoners van de fabriek. Begin augustus raakte bekend dat Norbord een uitbreiding van de milieuvergunning heeft gevraagd om de productiecapaciteit op te drijven van 360.000 kubieke meter plaatmateriaal per jaar naar 400.000 kubieke meter. "Het is een project waar we al geruime tijd aan werken. Dit is het geschikte moment om het kapitaal - 16 miljoen euro - aan onze raad van bestuur te vragen en de uitbreiding te realiseren. Over drie à vier jaar kunnen we zo de productiecapaciteit optrekken met 10 procent. Het is een sterke case om onze bestuurders voor te leggen: met de investering verbeteren we onze milieuprestaties en we kunnen ze terugverdienen door meer te produceren. Zo slaan we twee vliegen in één klap", weet Jim Frazier. De capaciteitsuitbreiding zou de tewerkstelling doen toenemen met een tiental rechtstreekse jobs. De 16 miljoen euro zal voor een deel geïnvesteerd worden in nieuwe machines, het upgraden van de brandbeveiligingssystemen (in mei 2012 had het bedrijf nog een zware brand in de productiehal), het installeren van voorzieningen die de ergonomie voor de operatoren verbeteren. "Ons belangrijkste werkpunt is de geurhinder van het hout aanpakken. We doen wat we kunnen om dat te verhelpen. Het geurprobleem is afkomstig van het terpeen van zachte houtsoorten zoals spar en den. We zoeken nu zo veel mogelijk naar harde houtsoorten, berk en eik bijvoorbeeld, die minder geurhinder veroorzaken. Hardere houtsoorten vergen ook nieuwe machines om dat materiaal te verwerken. Een andere mogelijkheid die we bestuderen, is de inzet van hoogwaardig recyclagehout. Het gaat om droog materiaal. Dat is de richting die we uit moeten. Als we minder grondstoffen met terpeen of vluchtige organische stoffen in het proces brengen, verkleint het geurprobleem. En zo werken we aan verschillende punten in het productieproces, om continu te verbeteren op het vlak van productiviteit, kwaliteit, veiligheid en milieu-emissies", legt Frazier uit. "We zouden natuurlijk de deuren kunnen sluiten en geen OSB meer produceren - dan is het milieuprobleem opgelost - maar dat is geen optie. Ik werk twintig jaar in een productieomgeving. Je loopt in de fabriek, merkt iets op en je wilt het meteen verbeteren. Ook onze medewerkers zijn zo. Werken aan een oplossing, dat is onze missie." KURT DE CAT, FOTOGRAFIE KRIS VAN EXEL"We verwerken vijftig vracht-wagenladingen per dag, elke dag. Het is niet eenvoudig om niemand last te bezorgen"