Een internationale groep van 23 wetenschappers plaatste twee weken geleden een open brief in de Britse krant The Guardian. Ze beweren dat een test werd doodgezwegen die de schadelijke effecten van genetisch gewijzigde aardappelen bij ratten vaststelde. Kop van jut was vooral de Amerikaanse multinational Monsanto. Onmiddellijk ontstond een enorme heisa in Groot-Brittannië, waar eerder al een aantal koks van toprestaurants zich liet opmerken door te beloven in hun bereidingen geen gemanipuleerde voeding te gebruiken. Bijna gelijktijdig met de explosie in de Britse publieke opinie besliste de Europese Unie ( EU) om de invoer van genetisch gemodificeerd katoen niet toe te laten.
...

Een internationale groep van 23 wetenschappers plaatste twee weken geleden een open brief in de Britse krant The Guardian. Ze beweren dat een test werd doodgezwegen die de schadelijke effecten van genetisch gewijzigde aardappelen bij ratten vaststelde. Kop van jut was vooral de Amerikaanse multinational Monsanto. Onmiddellijk ontstond een enorme heisa in Groot-Brittannië, waar eerder al een aantal koks van toprestaurants zich liet opmerken door te beloven in hun bereidingen geen gemanipuleerde voeding te gebruiken. Bijna gelijktijdig met de explosie in de Britse publieke opinie besliste de Europese Unie ( EU) om de invoer van genetisch gemodificeerd katoen niet toe te laten. Veel minder prominent in de actualiteit, maar even belangrijk is de ontwikkeling van een computermodel door Nederlandse wetenschappers om de effecten van genetisch gewijzigd voedsel (GMO: genetically modified organisms) te voorspellen. De synchronisatie van deze tegenstrijdige berichten is niet toevallig. Voor- en tegenstanders weten dat momenteel biotechnologie op de Europese politieke agenda staat en zetten alle zeilen bij. De herziening van richtlijn 90/220 - de Europese richtlijn die sedert 1990 de verbouwing van GMO regelt - hield de europarlementsleden half februari bezig. De EU besloot om één centraal goedkeuringsorgaan op te richten naar het voorbeeld van de Amerikaanse Food and Drug Administration ( FDA). Voor de industrie een belangrijke stap in de goede richting. Al volgde na een moment van euforie snel een koude douche: de roep om een moratorium op de verbouwing van genetisch gewijzigde producten neemt toe. Het grote publiek - zeker in Groot-Brittannië, waar het trauma van BSE nog vers in het geheugen ligt - lijkt klaar om de griezelverhalen over Frankenstein food te slikken. Een donkere wolk hangt boven een sector die in Europa nog steeds zoekt naar rendabiliteit. Of de groene lobby het zal halen, is onduidelijk. Maar het debat is geopend. 1. Europa dreigt de boot te missenHet areaal met transgene planten groeit spectaculair: in 1996 ging het om 1,7 miljoen hectare, in 1997 al om 11 miljoen en in 1998 om 27,8 miljoen hectare. In deze cijfers is zelfs China niet opgenomen, algemeen toch beschouwd als een van de landen waar trangsgene oogsten in de toekomst zullen doorwegen. Vooral de Verenigde Staten, Argentinië en Canada dragen het succes van de nieuwe zaad- en voedseltechnologie. In de VS waren er dit jaar zo'n 22 soorten GMO op de markt. In de komende zes jaar zouden er daar nog eens 27 bijkomen. Voor de populairste planten - soja, maïs en koolzaad - verzesvoudigde het aantal velden tegenover 1996. In 1997 was de oogst van sojabonen al voor 30% tot 40% afkomstig van genetische zaden.Hoewel in Europa zeer waardevolle research op dit vlak gebeurt, dreigt het Europese bedrijfsleven de biotechnologische boot te missen. Europa staat vijandig tegenover de transgene planten en de boeren zijn er nog niet mee vertrouwd. Sommige waarnemers beweren dat de Europese boeren er nog niet aan denken om hun rendabiliteit via transgene planten op te drijven omdat subsidies voor hun inkomen vandaag nog te belangrijk zijn. Voor de researchgebonden projecten zou op langere termijn deze afwijzende houding in Europa zeer nefast kunnen werken."Nu al vertrekken Europese onderzoekers en bedrijven omdat hun innovatie-inspanningen hier stuklopen op het negatieve klimaat," aldus Paul Muys, die de communicatie voor EuropaBio - de vereniging van Europese bio-industrieën - verzorgt. 2. Het debat wordt door emoties beheerstBiotechnologie is breder dan het schaap Dolly of de transgene aardappelen van Monsanto. In het oog van de huidige storm staat de zogenaamde plantgenetica waarvan de Belgische professor Marc Van Montagu van de Universiteit Gent zowat de peetvader is. Voor hem is plantenbiotechnologie - genetisch gewijzigd voedsel - een wetenschappelijk instrument om het voedselprobleem en de overbevolking van de wereld aan te pakken. De industrie, met op kop bedrijven als Monsanto, Novartis, Zeneca en Agrevo, volgt daarnaast ook een economische logica waarin het uitbreiden van het marktaandeel en het opdrijven van de winst centraal staan. De Amerikaanse, Canadese en Argentijnse boeren zien in biotechnologie een middel om hun rendabiliteit op te drijven. Milieu-organisaties als Greenpeace en Friends of the Earth beschouwen vanuit een ecocentrische visie (waarin niet de mens, maar het milieu de maatstaf der dingen is) biotechnologie als een spelletje knoeien met de schepping. Zij willen daarom GMO van de markt houden en te allen prijze vermijden dat op Europese velden GMO worden verbouwd. Het debat wordt door emoties beheerst. In de Verenigde Staten speelde dat minder een rol; de eetcultuur heeft er minder diepe wortels en de hang naar nieuwe dingen is ginds groter. Europa reageert anders."Voeding is niet rationeel," beklemtoont Anthony Arke, secretaris-generaal van EuropaBio. "Emoties spelen een grote rol bij de beslissing of je een voedingsproduct wil kopen of niet. De angst voor de voedingsproducten waarin GMO worden gebruikt, is irrationeel. Er zijn bij mijn weten weinig voedingsproducten die aan zulke strenge controles zijn onderworpen: een tiental jaar research, een wetgeving ter zake en wetenschappelijke controle. Deze producten zijn veiliger en beter gecontroleerd dan de meeste 'normale' producten." 3. Europa schiet tekortIn de Europese context bepalen twee richtlijnen de plaats van GMO. De Europese Commissie herzag twee weken geleden richtlijn 90/220. Een meerderheid vond dat de verbouwing van GMO moet worden toegelaten. De lidstaten zijn verplicht om deze uit 1990 daterende richtlijn - in navolging van Joseph Hellers oorlogsroman smalend " Catch 220" genoemd - op te nemen in hun nationale wetgevingen. Dat lukt niet al te best. Tot grote frustratie van de industriële spelers bouwden verschillende landen hun eigen variant. De tweede richtlijn betreft de invoer van zogenaamde novel food, dat GMO bevat of ervan is afgeleid (richtlijn 97/258), en voorziet in specifieke toelatingsprocedures en regels voor de etikettering. Luxemburg en Oostenrijk gingen hier dwarsliggen en verboden elke vorm van transgene planten of producten. De EU wil beide landen nu met een proces voor het Europees Gerechtshof de richtlijnen opleggen. Ook Frankrijk staat eigenzinnig tegenover de Europese beslissingen, terwijl in Groot-Brittannië de conservatieve partij zich als oppositie voor de regering-Blair probeert te profileren door voor een moratorium te pleiten. 4. De consument is enthousiastEen experiment van het Britse Zeneca met tomatenpasta bewees het enthousiasme van de consument. Zeneca ontwikkelde genetisch gewijzigde tomaten, oogstte ze in Amerika en voerde ze als pasta uit naar Groot-Brittannië. In de warenhuisketen Sainsbury stonden de 'normale' tomatenpasta en de biotechnologische netjes naast elkaar. Het verschil was duidelijk op een speciaal etiket aangegeven. Uiteindelijk verkoos een meerderheid de nieuwe transgene tomaten. Naar verluidt was daarbij het smaakverschil een belangrijker argument dan het kleine prijsverschil. Zeneca wil op termijn de tomaten in Europa - waarschijnlijk in Spanje - produceren, maar besliste om daarmee voorlopig te wachten. Labeling is volgens EuropaBio geen nadeel. De sector gelooft dat gewone en transgene producten naast elkaar kunnen bestaan. In tegenstelling met wat vaak wordt aangenomen, staat de sector open voor een verplichte etikettering, op voorwaarde dat ze bruikbaar blijven en de regels daarvoor eerlijk zijn opgesteld. Arke: "Momenteel ligt in de regulering nog geen drempelwaarde vast. Een schip met maïs zal altijd een bepaald onzuiverheidsgehalte kennen. Dat percentage moet nog worden vastgelegd."De meeste producenten beweren dat een etiket uiteindelijk zelfs als een kwaliteitslabel kan fungeren. Een vergelijking die zich in dat verband opdringt, is de keuze voor groenten met en zonder bio-label.5. De biodiversiteit loopt gevaarEen van de aangehaalde pluspunten van transgene planten is hun resistentie tegen welbepaalde sproeistoffen. Door het invoegen van een gen dat de plant beschermt tegen het actieve ingrediënt van een bepaalde sproeistof, zou er minder moeten worden gesproeid. In dat verband weerklinken kritische bemerkingen. Zo veronderstellen sommige waarnemers dat deze herbicidetolerantie uiteindelijk zal leiden tot overmatig gebruik van totaalherbiciden.De milieuorganisaties trachten de biotechnologie van de Europese velden te houden met het argument van de biodiversiteit. Gezien de rendementen zouden boeren wel eens massaal kunnen kiezen voor dezelfde soorten van zaaigoed. Dat leidt uiteindelijk tot verarming van het aantal soorten en mogelijk tot het uitsterven van bepaalde plantenrassen. Paul Muys: "De eerste aardappel is ook niet meer te vergelijken met onze huidige aardappelen. Kruisbestuiving bestaat al lang. De moderne technieken van plantgenetica maken deze processen juist beter controleerbaar. Daarom is de biotechnologie geen bedreiging, maar een middel om de biodiversiteit te bewaren." 6. De producten zijn multifunctioneelEen van de argumenten tegen de nieuwe producten is het verwijt dat de industrie alle winsten in haar zakken steekt. Voorlopig klopt dat. De consument zou op termijn minder betalen voor dezelfde producten, maar eigenlijk denken producenten voor de toekomst aan kwaliteitsvoordelen voor de consument. Dat gaat van het opdrijven van de houdbaarheid van bananen - zodat ze langer aan de boom kunnen rijpen -, tot het toevoegen van eigenschappen aan een product zodat het aan meerdere voedingsbehoeften tegelijk kan voldoen."Ik kan me voorstellen dat een diabetespatiënt gelukkig zal zijn dat hij geen insuline meer hoeft in te spuiten, maar zijn dagelijkse dosis kan opnemen door het eten van een speciale appel." Roeland Byl