Als u straks, op 13 juni, uw stem geeft aan een politicus die in het Vlaamse parlement wil zetelen, dan mag u gerust weten dat deze persoon - als hij of zij verkozen wordt - 87.707 euro bruto per jaar zal opstrijken, omgerekend zo'n 6750 euro per maand. Extraatjes zoals verplaatsingskosten en gratis openbaar vervoer zijn daarbij niet inbegrepen.
...

Als u straks, op 13 juni, uw stem geeft aan een politicus die in het Vlaamse parlement wil zetelen, dan mag u gerust weten dat deze persoon - als hij of zij verkozen wordt - 87.707 euro bruto per jaar zal opstrijken, omgerekend zo'n 6750 euro per maand. Extraatjes zoals verplaatsingskosten en gratis openbaar vervoer zijn daarbij niet inbegrepen. Als deze politicus zijn ultieme droom - een ministerambt - realiseert, verdient hij zo'n 170.000 euro per jaar, of 13.200 euro op maandbasis. Niet mis als je deze cijfers vergelijkt met wat het gemiddelde Belgische kaderlid - níét de absolute top - in de farmaceutische sector verdient: zo'n 5900 euro bruto per maand. In vergelijking met wat topmanagers of chief executive officers in de privé-sector opstrijken, zijn die bedragen echter peanuts. Het loonzakje van premier Guy Verhofstadt ( VLD) of Vlaams minister-president Bart Somers (VLD) weegt een flink stuk lichter dan wat bijvoorbeeld ex-directievoorzitter Remi Vermeiren van bankverzekeraar KBC aan zijn fin de carrière opstreek: 600.000 euro. De vergoeding van Vermeiren zat Europees gezien dan nog in het laagste segment. Zijn confrater, de Belg Michel Tilmant van ING, kreeg vorig jaar, inclusief bonussen, een bedrag van 1,54 miljoen euro uitbetaald (een stijging met 15 % in vergelijking met 2002). In deze context kan de vraag terecht gesteld worden: verdienen politici te weinig? Het antwoord is negatief als je de bestuurders van de NV België als 'middenkaderleden' beschouwt, wat voor het merendeel van de federale en Vlaamse politici inderdaad het geval is. Het antwoord is echter positief als de topverantwoordelijken onder hen - met andere woorden, de ministers - als het 'directiecomité' van dit land worden beschouwd en geëvalueerd. Wie er het jongste jaarverslag van een West-Vlaamse multinational zoals Be-kaert op naslaat, ziet dat het hele directiecomité vorig jaar bruto 5,71 miljoen euro verdiende, of gemiddeld 297.000 euro per man. Een gemiddeld topkaderlid van Bekaert krijgt dus 39 % meer dan wat een Belgische premier als jaarsalaris opstrijkt. Is dat normaal? Uit vergelijkend onderzoek van Hay Management bleek dat het mediane beloningsniveau voor gedelegeerd bestuurders in Europa vorig jaar 2,2 miljoen euro bedroeg. Voor divisiehoofden werd gerekend op 750.000 euro. Daar kunnen Verhofstadt en Somers nog niet aan tippen. Bij executive searchers leeft eerder de mening dat ministers als middenkaderleden beoordeeld moeten worden, toch zeker als het op hun vergoeding aan komt (zie blz. 58). De inflatie aan ministers- of staatssecretarispostjes in dit complexe land - meer dan 45 op federaal en regionaal niveau - heeft daar mede voor gezorgd. Politici dragen zelf de schuld voor hun degradatie. Een brutoverloning per regering vastleggen en in functie daarvan de mogelijkheid voorzien om het aantal leden van die bewindsploeg te verminderen, zodat het inkomen per hoofd stijgt, zou geen slechte zaak zijn. Waarom zouden ook bonussen voor ministers een taboe moeten blijven? Daar moeten inderdaad targets aan vastgeplakt worden. De graduele afbouw van de staatsschuld of het in toom houden van de uitgaven in de gezondheidszorg als criteria voor een variabele verloning, zijn pistes om te verkennen. Een andere graadmeter is de afbouw van de kabinetten: de budgetten die daar vrijgemaakt kunnen worden door dossiers te delegeren aan de administratie, zijn niet min. Helaas zette de paarse regering hier een flinke stap terug. Eind vorig jaar schroefde Marie Arena ( PS), federaal minister voor Ambtenarenzaken, het beloofde jaarsalaris van pakweg 190.000 euro voor topambtenaren van de federale ministeries fors terug. Zo'n loonsom kon niet, aldus de politica, hoewel die incentive de mogelijkheid bood om de kabinetten geleidelijk aan af te schaffen en de administraties meer beleidsevaluatie en verantwoordelijkheid te geven. Wat ze er niet bij vertelde, was dat de federale topambtenaren op die manier 7 à 10 % meer dan de leden van de regering dreigden te verdienen. En zoiets was - in het kader van verloning en jobmotivatie - helemaal uit den boze. piet.depuydt@trends.be hoofdredacteurEen gemiddeld topkaderlid van Bekaert verdient 39 % meer dan wat een Belgische premier als jaarsalaris opstrijkt.