De Picanolwet is nog maar eens vastgelopen. De privacycommissie velde een afwijzend oordeel. Ze noemt het bekendmaken van het loon een te grote aantasting van de privacy van de managers. Daardoor was er geen meerderheid meer in de Kamer om de wet ongewijzigd goed te keuren. Als de wet nu wordt aangepast, moet ze eerst nog terug naar de Senaat. Ze zal dus zeker niet meer gelden voor de jaarverslagen van 2005, die nu worden voorbereid.
...

De Picanolwet is nog maar eens vastgelopen. De privacycommissie velde een afwijzend oordeel. Ze noemt het bekendmaken van het loon een te grote aantasting van de privacy van de managers. Daardoor was er geen meerderheid meer in de Kamer om de wet ongewijzigd goed te keuren. Als de wet nu wordt aangepast, moet ze eerst nog terug naar de Senaat. Ze zal dus zeker niet meer gelden voor de jaarverslagen van 2005, die nu worden voorbereid. De Picanolwet verplicht beursgenoteerde bedrijven om de individuele lonen van alle directieleden bekend te maken. Dat de Picanolwet (tijdelijk) wordt afgevoerd, kunnen we alleen maar toejuichen. Het is een typisch voorbeeld van emopolitiek en van onnodig overheidsoptreden. Emopolitiek. De wet kreeg vorm nadat bekend was geraakt welk buitensporig loon Jan Coene, de toenmalige gedelegeerd bestuurder van de weefgetouwenfabrikant Picanol, kreeg. Vandaar ook de naam van de wet. De wet kwam dus tot stand uit verontwaardiging. Een slechte basis. En zou de wet de geheime afspraken die Coene had met enkele van de aandeelhouders verhinderd hebben? Uiteraard niet. Onnodig overheidsoptreden. Er bestaat een code-Lippens die het resultaat is van een grondige interne bevraging onder de beursgenoteerde bedrijven. Die code voorziet de vrijwillige melding vanaf dit jaar van het individuele loon van de gedelegeerd bestuurder en een 'globale' melding voor de rest van het directiecomité. Die code gaat uit van het zogenaamde comply or explain- principe. Ofwel melden de bedrijven de gevraagde bedragen, ofwel doen ze dat niet. Maar dan moeten ze wel uitleggen waarom ze het niet doen. De beleggers kunnen dan die uitleg naar waarde schatten. Hoe transparanter het bedrijf, hoe meer beleggers geneigd zullen zijn hun geld toe te vertrouwen aan dat bedrijf. De code moet op een spontane manier zorgen voor de noodzakelijke transparantie. Het loon van de gedelegeerd bestuurder is het loon dat ertoe doet. Hij is het die vat heeft op de ondernemingsstrategie. En dus is het belangrijk om te weten hoeveel de CEO verdient en, vooral, hoe zijn loon tot stand komt. Welke factoren - die hij kan sturen - zorgen ervoor dat de CEO meer verdient? Die eventuele gewilde bijsturing van de bedrijfsstrategie is niet altijd in het voordeel van de belegger. Geef de Code-Lippens minstens twee jaar. Stel dat na twee jaar slechts 10 à 15 % van de beursgenoteerde bedrijven het loon van de gedelegeerd bestuurder hebben bekendgemaakt. En stel dat de uitleg die ze geven om dat niet te doen aan de magere kant is. Dan is er wel degelijk een probleem. Pas dan moet de overheid zich mengen in dit debat. Dan kan een Picanolwet (maar dan gebaseerd op een objectieve en rustige analyse) nuttig zijn. En dan moet de vrijwilligheid van de code-Lippens worden omgezet in een verplichting. De privacycommissie mag zich op dat moment niet dwars opstellen. Het is zoals een televisiester die de publiciteit opzoekt en daarna klaagt dat zijn of haar privacy gestoord wordt. Een bedrijf dat het publiek opzoekt (via een beursnotering) kan niet eisen dat de privacy van de gedelegeerd bestuurder absoluut is. Maar de enige graadmeter hier is de informatie waarover een belegger moet beschikken. Wil een bedrijfsleider die informatie privé houden? Dan moet hij in de beslotenheid van de familiale en niet-beursgenoteerde vennootschap blijven. Guido Meulenaer