De ellende begon voor Tessenderlo Group in 2008, na de uitbraak van de financiële en economische crisis. Anders dan bij vorige economische crisissen belandde het chemiebedrijf zwaar in de rode cijfers. De wet van de communicerende vaten, waarbij de verliezen van een afdeling werden gecompenseerd door de winsten van andere divisies, bleek niet meer te werken voor Tessenderlo. De groep werd pijnlijk geconfronteerd met haar strategische zwaktes: ze was te Europees gericht en hing te veel af van basischemie, en was dus...

De ellende begon voor Tessenderlo Group in 2008, na de uitbraak van de financiële en economische crisis. Anders dan bij vorige economische crisissen belandde het chemiebedrijf zwaar in de rode cijfers. De wet van de communicerende vaten, waarbij de verliezen van een afdeling werden gecompenseerd door de winsten van andere divisies, bleek niet meer te werken voor Tessenderlo. De groep werd pijnlijk geconfronteerd met haar strategische zwaktes: ze was te Europees gericht en hing te veel af van basischemie, en was dus te weinig actief in de opkomende landen en in chemische specialiteiten. Toen Frank Coenen begin 2010 de nieuwe topman werd, was een grondige herstructurering de topprioriteit. In dat proces deed hij heel wat afdelingen en activiteiten van de hand. Het probleem was dat die participaties bijna altijd werden verkocht onder de waarde waartegen ze in de boeken stonden. Dat gaf aanleiding tot stevige afwaarderingen, en dus tot chronische verliescijfers. Die transformatie is achter de rug. Eind vorig jaar werd Frank Coenen aan de top afgelost door een duo, Mel de Vogue en Luc Tack, die ook CEO van de weefmachineproducent Picanol is. Tot ieders verrassing had Picanol die zomer het belang van 27,6 procent dat SNPE -- zeg maar de Franse overheid -- in Tessenderlo had, overgenomen voor 192,4 miljoen euro, of 22 euro per aandeel. De nieuwe groep, die vooral bestaat uit Tessenderlo Kerley (gespecialiseerde meststoffen uit afvalstromen van raffinaderijen) en Gelatine/Akiolis (verwerking van dierlijk en plantaardig afval), moet voor diversificatie zorgen, naast de zeer cyclische weefmachinebusiness. Heel wat maanden noteerde de koers 10 à 20 procent onder de overnameprijs van 22 euro. Daar kwam verandering in na de tradingupdate over het eerste kwartaal. De groepsomzet van Tessenderlo zakte nog met 18,5 procent tot 396,4 miljoen euro. De vergelijkbare omzet (zonder aankopen en desinvesteringen) daarentegen steeg met 3,8 procent -- deels door de zachte winter. De meest positieve verrassing was het herstel van de recurrente bedrijfskasstroom (rebitda) met 33,8 procent, tot 39,7 miljoen euro. Dat cijfer zit ver boven de analistenconsensus, die was uitgegaan van een daling tot 20,6 miljoen euro. De vergelijkbare rebitda klom met 27,9 procent naar 41,8 miljoen euro. De kostenbesparingen beginnen duidelijk hun effect te hebben. Het aandeel noteert opnieuw in de buurt van 22 euro. Tot die prijs is het aandeel aantrekkelijk voor beleggers. We zien in Tessenderlo voor de komende jaren een basiswaarde voor de portefeuille van de goede huisvader-belegger. DANNY REWEGHS