Van alle economische zeepbellen die de voorbije jaren zijn doorgeprikt, is die van de reputatie van de economen wellicht de spectaculairste, zo stelde The Economist onlangs. De geloofwaardigheid van de twee grote economische theorieën - die van Keynes en de meer liberale klassieke theorie - kreeg een ernstige knauw. De jongste decennia ging de slinger nu eens in de richting van het meer interventionis-tische keynesianisme, dan weer richting de neoklassieke theorie. De klassieke school heeft haar bloeiperiode gekend tussen 1970 en vandaag. Wie denkt dat de slinger nu best weer in de richting van het keynesianisme gaat, vergist zich, schrijft Roger Farmer in How the Economy Works.
...

Van alle economische zeepbellen die de voorbije jaren zijn doorgeprikt, is die van de reputatie van de economen wellicht de spectaculairste, zo stelde The Economist onlangs. De geloofwaardigheid van de twee grote economische theorieën - die van Keynes en de meer liberale klassieke theorie - kreeg een ernstige knauw. De jongste decennia ging de slinger nu eens in de richting van het meer interventionis-tische keynesianisme, dan weer richting de neoklassieke theorie. De klassieke school heeft haar bloeiperiode gekend tussen 1970 en vandaag. Wie denkt dat de slinger nu best weer in de richting van het keynesianisme gaat, vergist zich, schrijft Roger Farmer in How the Economy Works. Farmer pleit ervoor om beide stromingen met elkaar te verzoenen. Van het klassieke economische denken neemt hij de stelling over dat individuen nut maximaliseren en ondernemingen winsten maximaliseren. Hij gaat er ook van uit dat mensen onafhankelijk van elkaar handelen op basis van relevante informatie. Hij onderschrijft tegelijk het uitgangspunt van Keynes dat de markt niet altijd zelfregulerend is. De overheid moet dan tussenkomen met een budgettair beleid dat het begrotingstekort laat oplopen om de economie aan te zwengelen. Maar Farmer vraagt zich af hoe effectief dat beleid is. De achterliggende gedachte van Keynes is dat het overheidsgeld deels naar de consumenten gaat, die dat extra geld uitgeven. Farmer betwist die stelling. Hij sluit zich eerder aan bij de theorie van het Ricardo-Barro-effect. Als de overheid het begrotingstekort laat oplopen, reageren consumenten vooruitziend door hun spaarquote te verhogen. Farmer vond via eigen onderzoek dat dit exact is wat er in 2009 in de VS en Europa gebeurd is, toen de overheden de begrotingstekorten lieten oplopen om de economie te stimuleren. "De toename van de spaarquote heeft het positieve effect van de toegenomen overheidsbestedingen nagenoeg volledig tenietgedaan." Budgettair beleid, de hoeksteen van het keynesiaans beleid, kan volgens de auteur de economie wel degelijk een steuntje in de rug geven, maar het is zeker niet zo effectief als de keynesianen willen laten uitschijnen. "De prijs ervan is een permanente toename van de grootte van de overheidssector die door onze kinderen en kleinkinderen betaald zal worden", schrijft de auteur. Meer dan overheidstussenkomst is het vertrouwen van de consument belangrijk voor de economie, stelt Farmer. "Vertrouwen speelt een grote rol: een verlies aan vertrouwen door de consumenten wordt een selffulfilling prophecy en leidt tot een neerwaartse spiraal in de economische activiteit." Een budgettair beleid kan dus alleen een gunstige invloed hebben indien de consumenten en bedrijven vertrouwen winnen. Hier duikt de rationeel handelende mens uit de klassieke theorie op. Volgens Farmer speelt de aandelenbeurs hierbij een grote rol. Mensen baseren zich immers op hun subjectieve welvaart om te consumeren. Als de waarde van de aandelen achteruitgaat, consumeren ze minder. Dat besef is volgens de auteur te weinig of zelfs helemaal niet aanwezig bij de keynesianen. "Een overheid die geld leent en het uitgeeft aan goederen en diensten is onvoldoende als de consumenten pessimistisch blijven." Een stijgende beurs kan dus de katalysator zijn bij een herstel van de economie. ROGER FARMER, HOW THE ECONOMY WORKS. CONFIDENCE, CRASHES AND SELF-FULFILLING PROPHECIES, OXFORD UNIVERSITY PRESS, 2010, 204 BLZ., 20 EURO Het vertrekpunt van Economen uit het verleden over de crisis van het heden is een uitspraak van Nobelprijswinnaar Economie Paul Krugman uit januari 2008. "Wij leven momenteel in de middeleeuwen van de macro-economie. Wat de middeleeuwen middeleeuws maakt is dat zo veel dat bekend was bij de Grieken en de Romeinen daarna vergeten werd." Vandaar dat Huigh van der Mandere en Arjen van Witteloostuijn de inzichten van vroegere economen van onder het stof halen. Onder anderen Keynes, Schumpeter, Hayek, Friedman, Olson en Sen passeren de revue. HUIGH VAN DER MANDERE & ARJEN VAN WITTELOOSTUIJN, ECONOMEN UIT HET VERLEDEN OVER DE CRISIS VAN HET HEDEN, ASPEKT, 2010, 172 BLZ., 19,95 EURO Politici dragen samen met de centrale bankiers een verpletterende verantwoordelijkheid in de crisis van 2008-2009. Aan hen om de problemen nu op te lossen. Dean Baker gaat het in zijn boek False Profits verder zoeken dan de usual suspects als Alan Greenspan en Ben Bernanke. Bill Clinton krijgt er in het boek stevig van langs. Hij lag meer dan wie ook aan de basis van de huizenbubbel. Het boek is een vervolg op Plunder and Blunder: The Rise and the Fall of The Bubble Economy.DEAN BAKER, FALSE PROFITS: RECOVERING FROM THE BUBBLE ECONOMY, POLIPOINT PRESS, 2010, 174 BLZ., 15 EURO België is een aantrekkelijk land voor superrijke Franse fiscale vluchtelingen. Maar het is niet alleen door fiscaal interessante landen op te zoeken dat ze minder belastingen betalen. Journalist Aymeric Mantoux toont in Voyage au pays des ultra-riches aan hoe ze worden geadviseerd door tal van fiscale experts die hen helpen via allerlei constructies amper belastingen te betalen. Ze kiezen daarbij voor investeringen in moderne kunst, wijngaarden of zeiljachten die onder de vlag van fiscale paradijzen varen. AYMERIC MANTOUX, VOYAGE AU PAYS DES ULTRA-RICHES, FLAMMARION, 2010, 291 BLZ., 20 EURO TD