De bijna zeventigjarige Amerikaanse econoom Jeremy Rifkin is een van de invloedrijkste futurologen, zowel in de Verenigde Staten als in Europa. Een bestsellerauteur ook, met op zijn palmares onder meer De derde industriële revolutie. De titel van zijn jongste opus, The Zero Marginal Cost Society, klinkt niet bepaald wervend. Zijn uitgever raadde hem overigens aan die titel te veranderen. Maar als Rifkin iets meegenomen heeft uit zijn militante jeugd, toen hij opkwam tegen de oorlog in Vietnam en tegen de petroleumlobby, dan is het wel zijn sterke neiging tot weerspannigheid. Zo weinig sensationeel de titel oogt, des te opmerkelijker is het uitgangspunt van het boek. Rifkin voorspelt niet minder dan de teloorgang van het kapitalisme over vijftig jaar.
...

De bijna zeventigjarige Amerikaanse econoom Jeremy Rifkin is een van de invloedrijkste futurologen, zowel in de Verenigde Staten als in Europa. Een bestsellerauteur ook, met op zijn palmares onder meer De derde industriële revolutie. De titel van zijn jongste opus, The Zero Marginal Cost Society, klinkt niet bepaald wervend. Zijn uitgever raadde hem overigens aan die titel te veranderen. Maar als Rifkin iets meegenomen heeft uit zijn militante jeugd, toen hij opkwam tegen de oorlog in Vietnam en tegen de petroleumlobby, dan is het wel zijn sterke neiging tot weerspannigheid. Zo weinig sensationeel de titel oogt, des te opmerkelijker is het uitgangspunt van het boek. Rifkin voorspelt niet minder dan de teloorgang van het kapitalisme over vijftig jaar. "De menselijke geschiedenis heeft weinig grote veranderingen van economische modellen gekend", zegt Rifkin. "Maar als die veranderingen dan toch plaatsvonden, was daarvoor een convergentie van drie soorten technologie nodig: een nieuwe vorm van communicatie, een nieuwe vorm van energie en een nieuwe vorm van transport." De eerste industriele revolutie werd inderdaad geboren uit de combinatie van industriële drukpersen, de stoommachine en de spoorweg. De tweede revolutie werd gedragen door radio en televisie, petroleum, en de verbrandingsmotor en autosnelwegen. Vandaag ligt de kiem van een nieuw economisch systeem volgens Rifkin in het internet der dingen en hernieuwbare energie. Voor het eerst "sinds de opkomst van het kapitalisme en het socialisme aan het einde van de 19e eeuw" vallen de puzzelstukjes nog eens op de juiste plaats. Rifkin heeft het meer bepaald over collaborative commons, vrij vertaald een samenwerking van de burgers. Achter die ietwat bizarre term gaat de praktijk schuil om zaken op het internet te delen. Voorbeelden zijn de samenstelling van de gratis online-encyclopedie Wikipedia, de ontwikkeling en distributie van open programma's, het delen van video's, muziek, artikels enzovoort. Dat systeem, dat steunt op kosteloosheid en delen, zet zich af tegen het kapitalisme, dat zich voedt met individualisme en de neiging alles om te vormen tot koopwaar. Dat systeem wordt ook wel eens de 'zero marginal cost'-maatschappij genoemd. Heel wat goederen worden geproduceerd tegen een dalende marginale kostprijs: hoe meer geproduceerd wordt, hoe lager de kostprijs van het laatst geproduceerde product (de marginale kostprijs, noemen economen dat). "Tegenwoordig boeken we zo'n grote productiviteitswinst dat de marginale kostprijs in de buurt van nul komt", verzekert Rifkin. In de uitgeverijsector, bijvoorbeeld, worden boeken tegen verlaagde prijs of zelfs gratis aangeboden op het internet en kan men het stellen zonder uitgever, drukker, groothandelaar, distributeur, boekhandelaar enzovoort. De ontspanningssector (muziek, film) en de Amerikaanse onderwijssector voelen volop de impact van de uitwisselingsplatforms die muziek, films, onderwijs gratis binnen ieders bereik brengen. Dat is de paradox van het kapitalisme. Door een systeem van creatieve destructie heeft het een dynamiek in het leven geroepen, die dreigt het te vernietigen of toch naar de achtergrond te verwijzen, stelt Rifkin vast. In die wereld worden we 'prosumenten', tegelijk producent en consument, meent de econoom. Velen geloven nog dat die revolutie alleen de ontspanningssector of het uitgeversvak aan het wankelen brengt. Dat klopt niet. Rifkin stelt vast dat dankzij het internet en de 3D-printers en met de hulp van grote groepen als Cisco, GE, Siemens een grens verlegd is. "Alle voorwerpen zullen met elkaar verbonden zijn", zegt hij. "Het internet der dingen wordt het zenuwcentrum van de planeet. Nu al houden sensoren op de wegen de evolutie van het verkeer in de gaten, op velden volgen ze de gewassen op. Ze zitten ook in auto's en in opslagplaatsen, waar ze helpen de logistieke keten te managen. De wereld telt al 30 miljard sensoren, in 2030 zullen dat er 1000 miljard zijn." Dat superinternet zal het zero marginal cost-model laten doordringen in alle geledingen van de economie. In de autosector bijvoorbeeld. Een maand geleden is in Chicago 's werelds eerste voertuig voorgesteld dat vervaardigd werd door een 3D-printer. Of neem de energieproductie. De verspreiding van zonnepanelen op de daken van huizen, de windmolens, de warmtepompen enzovoort zorgen voor energie die gratis is zodra de installatiekosten afgeschreven zijn. "De zon of de wind sturen geen facturen", voert Rifkin aan. "In Europa wordt veel gesproken over soberheid", gaat Rifkin voort. "Om de problemen op te lossen, moeten hervormingen worden doorgevoerd. Het Duitsland van kanselier Gerhard Schröder deed dat al tien jaar geleden. Maar wie alleen maar dat doet, zal de economie niet zien aantrekken." Rifkin benadrukt dat we aan de vooravond van een derde industriële revolutie staan, "met een superinternet dat in de verwerkende nijverheid dezelfde omwenteling zal teweegbrengen als die die de uitgeverij- en de ontspanningssector op de knieën dwong." Sommige landen wedden al op dat paard. "Ik heb de Duitse kanselier Angela Merkel ontmoet bij het begin van haar mandaat. Ze vroeg me haar te helpen de problemen van de Duitse economie op te lossen. Nadat ik haar mijn plan uiteengezet had, zei ze: "Dat wil ik voor Duitsland." Duitsland haalt intussen al 27 procent van zijn energie uit wind- en zonnekracht. In 2020 zal dat 35 procent zijn. Amper 7 procent van die hernieuwbare energie wordt geproduceerd door de grote Duitse energieleveranciers. De rest komt van de gezinnen, ondernemingen, landbouwers. "De politici begrijpen niet dat we een exponentiële tendens meemaken, die vergelijkbaar is met de opkomst van de chip. In 1979 kostte het nog 70 dollar om een watt zonne-energie te produceren. Vandaag is dat nog 66 cent." Het Duitse voorbeeld krijgt overigens navolging. China heeft besloten in vier jaar 82 miljard dollar te investeren in zonne-energie. Die derde industriële revolutie zal onze kijk op de wereld veranderen, meent Rifkin. In de boomperiode na de Tweede Wereldoorlog was een auto bezitten de droom van iedereen. "Tegenwoordig willen de jongeren geen auto meer, maar ze willen wel mobiel zijn", zegt Rifkin. We zien bijvoorbeeld diensten voor autodelen opduiken. Idem voor speelgoed. In de Verenigde Staten en stilaan ook bij ons verschijnen uitleendiensten. "Dat is heel belangrijk", benadrukt de econoom. "Vroeger kochten de ouders een stuk speelgoed voor hun kind. Dat speelgoed is voor jou en voor niemand anders, zeiden ze. Vandaag zeggen de ouders tegen hun kinderen: iemand heeft dit speelgoed al voor jou gebruikt en het goed bewaard zodat je er nu mee kan spelen. Draag er ook zorg voor, zodat na jou een ander kind het kan lenen." In het licht van die nieuwe productiewijzen en uitwisselingsgewoonten zal het kapitalisme veel van zijn glans verliezen. Rifkin voorspelt zelfs de teloorgang ervan. Wanneer autodelen gemeengoed wordt, kan bijvoorbeeld het aantal voertuigen dat in de stad nodig is met 80 procent dalen, zegt hij. "Collaborative commons en kapitalisme zullen moeten leren samen te leven, af en toe zullen ze elkaar aanvullen en soms tegen elkaar ten strijde trekken." Maar in die strijd zal het kapitalisme het onderspit delven, meent Rifkin. Over uiterlijk vijftig jaar valt het kapitalisme van zijn voetstuk. "Ondernemingen met een winstdoel zullen enkel in de marge van de economie overleven dankzij een almaar schaarser cliënteel voor gespecialiseerde goederen en diensten", voorspelt hij. De futuroloog voegt eraan toe dat de strijd heftig zal zijn, maar de uitkomst is onontkoombaar. Die derde industriële revolutie is overigens ook de enige economische oplossing om de strijd aan te binden met de klimaatverandering. Daarover maakt Rifkin zich erg ongerust: "Ons ecosysteem, dat berust op de watercyclus, is grondig verstoord. We maken nu de zesde golf van uitsterving van soorten mee. De discussies in de Verenigde Naties dienen tot niets. Als we niets doen, dreigt tegen het einde van de eeuw 75 procent van de menselijke bevolking te verdwijnen, stellen wetenschappers. We hebben geen plan B. Wat ik voorstel, heeft gewoon te maken met gezond verstand. Het is de enige manier om een ecologische beschaving op te bouwen. Ik denk niet dat het daarvoor al te laat is." Jeremy Rifkin, The Zero Marginal Cost Society: The internet of things, the collaborative commons, and the eclipse of capitalism, 2014, Palgrave MacmillanPIERRE-HENRI THOMAS"Het internet der dingen wordt het zenuwcentrum van de planeet"