De expo 'Voorbij de horizon. Samenlevingen in Kanaal en Noordzee 3500 jaar geleden' loopt tot 26 mei in het Provinciaal Erfgoedcentrum in Ename (Oudenaarde). In de buurt bevinden zich ook de archeologische musea van Velzeke (oudheid) en Ename (middeleeuwen).
...

De expo 'Voorbij de horizon. Samenlevingen in Kanaal en Noordzee 3500 jaar geleden' loopt tot 26 mei in het Provinciaal Erfgoedcentrum in Ename (Oudenaarde). In de buurt bevinden zich ook de archeologische musea van Velzeke (oudheid) en Ename (middeleeuwen). Als je vraagt welke kleren de mens droeg in de bronstijd (3000 tot 800 voor Christus), antwoorden de meesten 'huiden'. Dat klopt niet. Ze weefden al kledij, droegen verfijnde juwelen en hadden gesofisticeerde werktuigen. Ze voeren zelfs naar Engeland", vertelt professor Jean Bourgeois (UGent). Hij is een van de drijvende krachten achter de internationale expo 'Voorbij de horizon' in Ename. "Het is een van de meest omvattende tentoonstellingen over die periode van de voorbije en komende tientallen jaren in ons land." Archeologen hebben niet altijd de beste naam, denk maar aan het gefoeter van de Leuvense burgemeester Louis Tobback over de werken aan het Rector De Somerplein in zijn stad. "Inderdaad, sommige bouwwerven lopen vertraging op omdat wij er opgravingen doen. Maar dat is niet alleen onze erfenis. Wij onderzoeken hoe de mensen in vroegere tijden leefden, en dat is het verleden van iedereen, ook van misnoegde bouwondernemers en burgemeesters. Nu heb je de unieke kans te zien wat die vertragingen opleverden." "Archeologen zijn eigenlijk puzzelaars. We proberen het verleden stukje per stukje te reconstrueren. Wij laten zien hoe de mensen in het verleden leefden. Vaak is dat niet zo heel anders dan vandaag. Ook de mensen uit de bronstijd wilden het warm hebben in de winter, werden verliefd, sommigen waren jaloers, anderen waren ijdel. We groeven bijvoorbeeld scheermesjes en een epileertang op en we kunnen concluderen dat een verzorgde, gladgeschoren man het ideaal was, dus zonder wilde, lange baard. De metroman is geen 21ste-eeuwse uitvinding, maar 3500 jaar oud", lacht Bourgeois. In 1992 stootten archeologen in de haven van Dover op een van de oudste zeeschepen van Europa, een wrak van 3500 jaar oud. Onderzoekers slaagden erin de boot na te bouwen met dezelfde materialen en technieken als in 1550 voor Christus. "Ook het nabouwen van de boot heeft veel opgeleverd. Zo leerden we bijvoorbeeld dat kracht niet het belangrijkste is. Je kan maar 40 seconden kappen en dan moet je 20 seconden rusten om houtschilfers weg te vegen. Iedereen die aan de bouw deelnam, kwam op een gelijkaardig tempo uit." "Ik kijk vol bewondering naar de mensen die de boot vandaag -- op een schaal van 1 op 2 of 8 meter lang -- bouwden, maar ook naar hen die het toen deden. Eigenlijk is hun werk niet te vatten. Zij leefden niet in een geschreven samenleving, ze kenden geen metriek stelsel, toch paste elke stukje als legoblokken in elkaar, en dat zonder een spijker te gebruiken. Ze holden bomen van 20 meter uit en naaiden de onderdelen met twijgen aan elkaar. De ingenieuze plannen moeten in het hoofd van de scheepsbouwer gezeten hebben. Bovendien had hij materiaal nodig dat door een gespecialiseerde bronssmid was gemaakt." Op de expo zie je niet alleen werktuigen, maar ook prachtige juwelen. "De mensen in de bronstijd maakten reizen over afstanden van enkele tientallen kilometers, maar soms legden ze ook duizenden kilometers af. Dat was niet nieuw, ze reisden wel veel meer met paard en kar, en per boot dan voordien. Aangezien er geen geschreven bronnen zijn, weten we niet welke grenzen in hun hoofden bestonden. Toch zien we gelijkenissen tussen bepaalde streken. Het aardewerk, de voorwerpen, de huizen en de graven in de Scheldevallei lijken op die in de rest van de West-Atlantische regio, en verschillen van wat we in de Maasvallei aantreffen." "Het Kanaal was veel minder een grens dan we vandaag aannemen. Er zijn talloze redenen waarom men de zee overstak. Handel is er een van, bijvoorbeeld om metaal in te slaan. In Vlaanderen is er geen koper- of tinerts te vinden, maar er waren wel bronzen voorwerpen. In ieder geval was de overtocht een hachelijke onderneming, zonder kompas of gps. In het wrak dat we in Dover vonden, was plaats voor zestien tot achttien mannen. Zij peddelden naar de andere kant van de zee, want er waren geen zeilen. Wellicht maakten ze gebruik van de stand van de zon en van de getijden." "Reizigers waren het internet van toen. De mensen waren ook op de hoogte van de wereldgebeurtenissen. Het waren geen geïsoleerde boeren die niet veel meer wisten dan de kiekens op hun erf. Als er een tsunami aan de Middellandse Zee plaatsvindt, weten we dat hier binnen de 5 minuten. Toen werden ze ook van zo'n nieuws op de hoogte gebracht, het duurde gewoon veel langer. Het sijpelde langzaam door omdat het verteld werd." FREDERIC EELBODE