De vakantie heeft blijkbaar de gemoederen niet laten bedaren. Het kamp van de separatisten blijft zweren bij een splitsing van het land en droomt van regionale natiestaten. Belgicisten blijven trouw aan de driekleur alsof zij bereid zouden zijn te sterven voor de natie. Het is alsof iedereen ook na de vakantie blijft kamperen in zijn loopgraaf.
...

De vakantie heeft blijkbaar de gemoederen niet laten bedaren. Het kamp van de separatisten blijft zweren bij een splitsing van het land en droomt van regionale natiestaten. Belgicisten blijven trouw aan de driekleur alsof zij bereid zouden zijn te sterven voor de natie. Het is alsof iedereen ook na de vakantie blijft kamperen in zijn loopgraaf. Terwijl de enen er alles aan doen om aan te tonen dat de federale constructie haar grenzen heeft bereikt, probeert het andere kamp de communautaire plooien glad te strijken. Beider acties worden gespijsd door harde oneliners, petities en vendelgezwaai. België barst, België verdampt, België verst(r)ikt, hoont de ene kant. Red de solidariteit, eenheid maakt macht, I want you for Belgium, weergalmt het van de andere kant. 'Met getrokken zwaarden' of 'het mes op de keel zetten', 'voorthollend van ultimatum naar ultimatum' zijn vaak gebruikte metaforen. Ze lijken te alluderen op oorlogstijden. Vette vissen, lepeltjes suiker en borrelnootjes moeten het geheel enigszins verteerbaar maken voor de diverse kampen. Waarmee zijn we toch bezig? Ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat heel wat politici zich, in een nostalgie naar hun jeugdjaren, op scoutskamp wanen. De 'gevechten' tussen separatisten en belgicisten hebben nu al lang genoeg geduurd. De competitieve positie van ons land en al zijn regio's daalt zienderogen (zie mijn column in Trends van 17 juli), de economische groei stagneert en het budget vertoont tekorten. De kampeertijd moet nu over zijn. Aan het werk, zou ik zeggen. De realiteit bestaat immers niet uit kampen. We moeten stoppen met te denken in tegenstellingen. Het is niet omdat iemand geen separatist is, dat hij belgicist is. Beide strekkingen gaan er immers van uit dat de kern van de maatschappij de natie is. De natie, volgens de veel gebruikte definitie van Anderson, is de ingebeelde samenleving ( the imagined community). Vlamingen verwijzen dan naar iets wat alle Vlamingen bindt. Het enige waar men dan bij terechtkomt is de taal. De geschreven taal is voor alle Vlamingen dezelfde. De taal wordt dan het bindmiddel voor de nieuwe natiestaat Vlaanderen. Anderstaligen zijn minoriteiten. Zij hebben geen recht op sociale woningen of leefloon. Aan de andere kant van het spectrum staan zij, die zweren bij de natiestaat België. Maar wat bindt de Belgen: het Koningshuis, Brussel, de Gemeenschappelijke afscheuring van de Nederlanden of nog onze kolossale publieke schuld? De mislukte natiestaat België vervangen door de natiestaten Vlaanderen enerzijds, en Walbru anderzijds, biedt geen oplossing aan de uitholling van het concept natiestaat in een geglobaliseerde wereld. Het verdaagt gewoon de problemen. Het archaïsch denken waarbij een overlapping moet zijn tussen Staat en Natie, is immers voorbijgestreefd in onze postmoderne wereld. Ons 'zijn' is nu meerlagig. We zijn Vlaming/Waal/Brusselaar én Belg én Europeaan én wereldburger. Zelf ben ik trouwens tegen alle 'ismen': separatisme, fundamentalisme, belgicisme, flamingantisme, rattachisme verwijzen stuk voor stuk naar systemen alsof één oplossing een antwoord op alle uitdagingen zou kunnen bieden. In een meerlagig denken moet een staatshervorming de instellingen in overeenstemming brengen met de efficiënte niveaus van regulering. Milieuproblemen moeten liefst op wereldniveau worden aangepakt (Kyoto), monetaire politiek op Europees niveau, geluidsnormen voor vliegtuigen minstens op federaal niveau, cultuurbeleid op gewestniveau en concrete opvolging van de werkloze op lokaal niveau. De staatshervorming moet dus gebeuren volgens één criterium: efficiëntie. Het efficiëntiestreven - gelukkig eindigt dat niet op 'isme' - wordt uitgedrukt in een kosten-batenanalyse. Laat ons gewoon alle beleidsdomeinen screenen en op basis van een technische analyse de zaken plaatsen waar ze het efficiëntst kunnen worden uitgevoerd. Hetzelfde geldt voor ons kiessysteem. De federale regering heeft betrekking op alle Belgische onderdanen en de kieskring moet daarom dan ook federaal zijn. Regionale verkiezingen moeten regionaal zijn. Gemeenteverkiezingen gebeuren best op gemeenteniveau. Zo moeilijk is dat toch allemaal niet? Als politici zich nu even zouden laten leiden door een efficiëntielogica in plaats van door een politieke logica die enkel gestuurd wordt vanuit de volgende verkiezingen, dan zou de NV België kunnen worden geleid als een onderneming waarbij de conceptie, productie en verkoop gebeurt waar ze het meest efficiënt is. Plooi nu de tent op, het kamperen heeft lang genoeg geduurd, tijd voor een goed socio-economisch beleid waarbij ondernemers ondernemen, werkers werken en werklozen werk zoeken. En maak dat voor elk van die drie categorieën het principe 'loon naar werken' wordt toegepast. Dat impliceert lagere belasting, minder overheid maar beter, het beperken van de duur van werkloosheidsvergoeding en ervoor zorgen dat werken meer loont dan niet-werken. (T) DE AUTEUR IS PROFESSOR ECONOMIE AAN EHSAL, HOGESCHOOL GENT EN UNIVERSITEIT VAN NANCY. Rudy Aernoudt