2004 gaat ongetwijfeld de geschiedenis in als het jaar waarin de Belgische staat zijn fiscaal verloren gelopen zonen en dochters uitnodigde om met hun buitenlands opgepotte grijze tot zwarte tegoeden terug te keren naar het vaderhuis. Op voorwaarde dat ze bereid zijn het boetekleed aan te trekken en een eenmalige bevrijdende bijdrage van 6 of 9 % te betalen.
...

2004 gaat ongetwijfeld de geschiedenis in als het jaar waarin de Belgische staat zijn fiscaal verloren gelopen zonen en dochters uitnodigde om met hun buitenlands opgepotte grijze tot zwarte tegoeden terug te keren naar het vaderhuis. Op voorwaarde dat ze bereid zijn het boetekleed aan te trekken en een eenmalige bevrijdende bijdrage van 6 of 9 % te betalen. Om verschillende redenen is de boeteprocessie traag op gang gekomen. De regisseur gaf om te beginnen een erg onzekere indruk. De wet over de eenmalige bevrijdende aangifte (EBA) kwam slechts moeizaam tot stand. Bovendien zullen de laatste luiken van de federale en gewestelijke wetgeving pas ten vroegste tegen het einde van het jaar in het Staatsblad te lezen staan. Voorts is de EBA-wet een schoolvoorbeeld van hoe het niet moet. De wet laat vele vragen onbeantwoord en zorgt niet enkel bij de boetelingen maar ook bij hun begeleiders voor grote onzekerheid. Ten slotte is er de moeilijk te keren Belgische mentaliteit, die wil dat elke eurocent die men aan de fiscus verliest 'kwaad geld' is en dat men dus best zo ver mogelijk uit zijn gezichtsveld blijft. Niet verwonderlijk dus dat de verhoopte massale belangstelling in het begin beperkt bleef tot enkele eenzame boetelingen. Maar inmiddels is de processie aangedikt en draaien de EHBO-posten overuren om alle kandidaten tijdig van het nodige gerief te voorzien. Bovendien zijn er al maatregelen genomen om dossiers die tegen het eind van dit jaar administratief nog niet helemaal rond zijn, begin volgend jaar af te wikkelen. Want eind dit jaar is het definitief voorbij. De grote poort van de vaderlijke burcht gaat bij de overgang naar het nieuwe jaar onherroepelijk dicht. Al zou het wel kunnen dat de klokken hier en daar eventjes stil worden gezet, om de laatste vluchtelingen barmhartig aan boord te hijsen. ONGENADIG. Daarna is het gedaan en zullen de uitkijkposten in de torens van de Belgische burcht meer dan ooit - zo is gezegd - bemand worden met wachters die hardleerse fraudeurs ongenadig zullen aanpakken. Afwachten wat dat wordt. Hoe dan ook heeft de onlangs nog aangescherpte antiwitwaswetgeving, in combinatie met de mogelijkheden waarover men tegenwoordig beschikt om verdachte tegoeden in beslag te nemen, tot gevolg dat het steeds hachelijker wordt om met zwarte of grijze gelden terug naar België te komen. Ook bankiers zullen steeds meer aarzelen om hun medewerking te verlenen, uit schrik om vandaag of morgen van medeplichtigheid aan een witwasmisdrijf te worden beschuldigd. Zo krijgen bezitters van zwarte tegoeden stilaan de proporties van de mythische koning Midas die alles wat hij aanraakte in goud zag veranderen, maar tot zijn grote verbazing moest vaststellen dat hij hopeloos vast zat, omdat ook zijn voedsel veranderde in onverteerbaar goud. INVORDERING. In 2004 is er nog een andere evolutie aan de oppervlakte gekomen. In vakkringen was al langer voorspeld dat na de hervorming van de personen- en de vennootschapsbelasting en van de fiscale procedure, de schijnwerpers gericht zouden worden op de invordering van de achterstallige belastingschulden. Als alle belastingen die ooit ingekohierd werden, ook effectief ingevorderd zouden worden, had België geen begrotingsprobleem meer. Vandaar dat de ogen van de beleidsmakers nu gericht zijn op de pot geld die daar ligt slecht te worden: de ingekohierde, maar om tal van redenen nog niet ingevorderde belasting. Tijdens de jongste begrotingsopmaak zijn twee frappante maatregelen aangekondigd. Ten eerste wil de overheid een deel van de in te vorderen belastingschuld op een of andere manier verkopen aan de banken. Hoe dit zal gebeuren, is op dit ogenblik nog een groot geheim. Maar het idee is dat de schatkist op deze manier een pak geld moet kunnen recupereren (lees: vroeger dan normaal zal kunnen innen). KWIJTSCHELDING. Ten tweede is in de nakende programmawet een maatregel opgenomen die de belastingontvanger de bevoegdheid moet bieden om de belastingschuld in bepaalde gevallen gedeeltelijk kwijt te schelden. Hij zal met belastingplichtigen die nog inkomstenbelastingen verschuldigd zijn, en die deze belastingschulden toch nooit kunnen voldoen, afspraken kunnen maken over het voldoen van een deel van de uitstaande belastingschuld in ruil voor de kwijtschelding van het saldo. Gehoopt wordt dat op deze manier meer aan achterstallige belasting kan worden gered, dan wanneer men de zaken op hun beloop laat. VERJARING. De uitstaande belastingschuld dreigt op een andere manier als vanzelf te verdwijnen: door verjaring. Weliswaar kan de verjaring worden gestuit. Maar de dwangbevelen die daartoe in het verleden uitgevaardigd zijn, blijken bij nader inzien technisch niet bij machte om een stuitend effect te hebben. Dus is de verjaring bij vele uitstaande belastingschulden sluipend ingetreden. De wetgever heeft geprobeerd de zaken recht te zetten. Maar een eerste onhandige poging bleek al gauw een mislukking te zijn. De minister van Financiën dokterde dan een nieuwe oplossing uit waarbij gepoogd werd de 'slechte' dwangbevelen alsnog om te toveren in 'goede' dwangbevelen. Maar of dat veel zal helpen, is nog zeer de vraag. Het Arbitragehof is al om vernietiging van deze oplossing verzocht en de rechtbank van eerste aanleg in Brussel heeft haar zonder meer naar de prullenmand verwezen. Jan Van DyckFiscale fraudeurs krijgen meer en meer de aard van de onfortuinlijke Midas.