De auteur is correspondent van The Economist in Brussel.
...

De auteur is correspondent van The Economist in Brussel. De 25 nationale regeringen van de Europese Unie hebben zichzelf, na de ondertekening in oktober 2004, twee jaar de tijd gegeven om de Europese grondwet te ratificeren. Een aantal van die regeringen, die zich hoogst zenuwachtig maken over de reactie van hun kiespubliek (vooral Groot-Brittannië en Denemarken), zullen hun referendum waarschijnlijk uitstellen tot 2006, in de hoop dat een reeks goedkeuringen elders in Europa een voorzet zullen vormen voor een positief resultaat. Andere landen zullen ervoor opteren om enkel bij stemming in het parlement te ratificeren: Finland, Zweden en waarschijnlijk ook Duitsland. Maar een aanzienlijke groep landen zal in 2005 wél een referendum houden. Spanje: ja Spanje, dat in februari als eerste aan de beurt komt, zou voor het pro-grondwetkamp geen probleem mogen vormen. Het is een land dat bij de EU veel baat gevonden heeft en blijkbaar in de stemming is om, na de terugtrekking van de Spaanse troepen uit Irak, zijn Europese geloofsbrieven opnieuw voor te leggen. Nederland: nipt ja Het ziet ernaar uit dat Nederland zal volgen in de lente. Als medeoprichters van de EU en archetypes van 'goede Europeanen', moeten de Nederlanders beschouwd worden als een zekere waarde. Maar met de opkomst van Pim Fortuyn, de flamboyante anti-immigratieactivist die in 2002 vermoord werd, is een nieuw soort populisme de Nederlandse politiek binnengeslopen. De Nederlanders hebben er ook een hekel aan dat ze meer aan de EU moeten betalen dan om het even wie. Als de EU in 2005 onderhandelingen begint met Turkije, wat waarschijnlijk lijkt, zou dat tegelijk het imago van de Unie kunnen aantasten in Nederland, waar de moslimimmigratie een gevoelig punt is - zeker na de moord op de filmmaker Theo van Gogh door een moslimextremist. Alle ingrediënten voor een verrassende wending lijken dan ook aanwezig. Maar het establishment van het land duwt in de richting van een goedkeuring. Samen met de traditionele pro-Europese gevoelens van Nederland moet dat volstaan voor een ja-stem. Polen: nipt ja De echte schokken zouden zich wel eens in de herfst kunnen voordoen als Frankrijk en Polen verondersteld worden te stemmen. De Polen verliezen onder de voorgestelde constitutie aan stemgewicht en de invloedrijke katholieke Kerk heeft haar ongenoegen geuit over het feit dat er in de tekst geen verwijzing staat naar het christelijke erfgoed van Europa. De Poolse landbouwers zullen begin 2005 gulle subsidies krijgen van Brussel en dat zou de stemming kunnen doen omslaan. Frankrijk: nipt ja Ook de Fransen lijken steeds meer ontgoocheld over Europa. De uitbreiding van de EU naar 25 landen in 2004 heeft het voor Parijs een pak moeilijker gemaakt om zijn traditionele leidersrol in Europa waar te maken. De Fransen zijn chagrijnig omdat ze in Brussel aan invloed verliezen en omdat het Engels opkomt als de werktaal van de EU. Waarschijnlijk stoomt ook Frankrijk af op een nipte ja-stemming. Als er in een van die landen iets mis gaat, zal de EU geconfronteerd worden met een crisis. Juridisch gezien kan de grondwet niet van kracht worden, tenzij de 25 landen ze allemaal ratificeren. Een klein land kan er wellicht toe verplicht worden om opnieuw te stemmen, maar een verwerping in een groot land als Groot-Brittannië en - zeker - Frankrijk zou de grondwet ten dode opschrijven. Technisch zou het betekenen dat de EU verder gerund wordt volgens de bestaande regels. Politiek zou het een zware klap betekenen. De gestage stroom van referendums zal van 2005 een zenuwachtig jaar maken voor de EU. Ondertussen moeten ook andere zaken behandeld worden. De nieuwe Europese Commissie, geleid door José Manuel Barroso, een voormalig Portugees premier, moet zich inwerken. Barroso zal trachten het vertrouwen in en het moreel van een instelling, die geleden heeft onder twee opeenvolgende zwakke voorzitterschappen, te herstellen. De eerste grote test voor Barroso komt er in maart, wanneer hij een EU-top zal leiden die zich zal buigen over de tussentijdse evaluatie van de Lissabon-agenda: de inspanningen om economische hervormingen door te voeren en de groei aan te zwengelen. In 2000 beloofden de EU-leiders in Lissabon dat ze van Europa "tegen 2010 de meest competitieve kenniseconomie ter wereld" zullen maken. Die belofte is er in de loop van de jaren steeds bespottelijker op geworden, naarmate de Europese economische groei consequent achterbleef op die van de VS en Azië. De regeringsleiders die getracht hebben om moeilijke economische hervormingen door te voeren - zoals Gerhard Schröder in Duitsland - moesten daarvan bijna catastrofale politieke gevolgen dragen. Barroso moet middelen vinden om het economische hervormingsproces nieuw leven in te blazen en tegelijk het vertrouwen te bewaren van grote lidstaten zoals Frankrijk en Duitsland, die hem er al van verdenken een doctrinaire liberaal te zijn. Door persoonlijk de leiding te nemen over de Lissabon-procedure, toont Barroso dat hij klaar staat om de uitdaging aan te gaan. Een hernieuwde aanzet tot economische hervormingen en een reeks geslaagde referendums zou 2005 voor de Europese Unie tot een erg goed jaar maken. Gideon RachmanOok de Fransen lijken steeds meer ontgoocheld over Europa.