De auteur is speciaal correspondent voor The Economist.
...

De auteur is speciaal correspondent voor The Economist.Wie al geruime tijd beelden voor zich krijgt van een herrijzend China dat dreigend over het regionaal toneel paradeert, gaat een frustrerend 2004 tegemoet. Voorlopig zal China alleen pogen aan te tonen dat het een onberispelijke buur is en (op voorwaarde dat het de mogelijk gevaarlijke situatie in Noord-Korea goed aanpakt) zelfs een modelwereldburger. Want eigenlijk zijn er in eigen huis te veel uitdagingen die de volle aandacht vergen van degenen die beweren dat ze dit uitgestrekt, chaotisch land besturen. Voor de Chinese machthebbers geldt: hoe minder internationale afleiding hoe beter - vooral als die zou kunnen leiden tot een verstoring van de onverzadigbare aanvoer van grondstoffen, meer bepaald olie en geld, die nodig zijn om de economische omvorming van het land voort te zetten. Dat vergt goede betrekkingen met de Verenigde Staten. In Azië zelf zal China in 2004 veel in het werk stellen om oude grieven met zijn buren te begraven, ook al behoudt het zich het recht voor om een aantal daarvan later weer op te graven. Het zal zich ertoe verbinden nooit geweld te gebruiken in zijn territoriale geschillen met zijn Aziatische buren over de Zuid-Chinese Zee, waar zich olie en gas bevinden. Disputen over landsgrenzen met Vietnam en Rusland werden al geregeld en China zal ook geluiden laten horen om de grensgeschillen met India op te lossen, die in 1962 nog leidden tot oorlog. Zijn belangrijkste territoriaal geschil - Taiwan - zal evenwel in de koelkast blijven. In 2004 zal de grimmigste diplomatieke proef voor China draaien rond Noord-Korea, waarvan het regime in leven gehouden wordt door de import van Chinese olie en waarvan de nucleaire houding een directere bedreiging is geworden voor de wereldveiligheid dan Irak. Tot nu toe kon Kim Jong Il een uitdagende houding aannemen - waarbij hij toegeeft dat zijn land atoomwapens bouwt die het op om het even welk ogenblik kan testen - omdat China elke poging dwarsboomt om Noord-Korea voor de Veiligheidsraad te sleuren en sancties opgelegd te krijgen. China heeft weliswaar niet veel liefde meer over voor zijn oude bondgenoot, maar het vreest wel dat, wanneer Noord-Korea onder druk wordt gezet, het regime in elkaar zou kunnen storten met onheilspellende gevolgen voor China (zoals een vloed van vluchtelingen). Enkele Chinese leiders zien in hoe kortzichtig dat is en drukken in stilte hun spijt uit over China's eigen verleden van wapenproliferatie. Die subtiele geesten willen nu dat China ten opzichte van Noord-Korea een hardere lijn volgt en zich schaart naast de Amerikanen, Zuid-Korea, Japan en Rusland om te eisen dat Kim zijn nucleaire en andere militaire programma's op controleerbare wijze afbouwt in ruil voor massale injecties van hulp en niet-aanvalsgaranties, maar ook voor een verbintenis om hervormingen Chinese stijl door te voeren in zijn hopeloze economie. Dezelfde leiders voeren aan dat als Kim niet op dat aanbod reageert (of zoals gewoonlijk alleen reageert door zijn woord te breken), hardere maatregelen tegen Noord-Korea overwogen moeten worden, geweld inbegrepen. In eigen huis komen er in 2004 sterke signalen dat er verandering op til is in de wijze waarop de Chinezen hun leven kunnen leiden. Op het economische front zal in maart 2004 een of andere waarborg voor het recht op privé-eigendom ingeschreven worden in de grondwet en zal een poging ondernomen worden om de rooftochten van de staat in te perken. Het privé-ondernemerschap, nu een fundamenteel onderdeel van de economie, zal wellicht de kans krijgen om vastere grond onder de voeten te krijgen. De communistische middelen voor sociale controle worden ook radicaal gevierd en dat zal in het komende jaar versneld voortgezet worden. De regels voor de registratie van gezinnen zullen minder streng worden om geschoolde Chinezen ertoe aan te zetten om in beweging te komen om werk te zoeken. De tientallen miljoenen arme migranten uit het platteland die op zoek gaan naar werk in de steden, alleen om daar het slachtoffer te worden van willekeurige politierepressie, zullen beschermd worden door nieuwe regels die verbieden dat ze gerepatrieerd of massaal vastgehouden worden in kampen. Steeds vaker zullen werkbrigades en plaatselijke ambtenaren kunnen beslissen wie een paspoort kan krijgen, terwijl individuen uit steeds meer steden daar automatisch recht op krijgen. Reisbeperkingen naar Hongkong werden aanzienlijk afgezwakt en zullen nog verder versoepeld worden. Dit wordt het jaar dat het Chinese vasteland echt de wereld zal leren kennen. Maar waarom zouden president Hu Jintao en zijn collega's zulke ingrijpende veranderingen gedogen? Het lot van de migranten-arbeiders verbeteren ondersteunt de doelstelling om de armere delen van het land te ontwikkelen. Ondanks officiële campagnes om de investeringen in de arme regio's aan te zwengelen, zijn het nog altijd de terugkerende uitgeweken arbeiders die het meeste kapitaal injecteren. Regelingen die het makkelijker maken om naar Hongkong te reizen, moeten gezien worden als een poging om de kwakkelende economie van China's speciale zone op te krikken. Op het eerste gezicht lijkt het er bovendien op dat heel wat onderdelen van het onderdrukkend staatsapparaat, die ingevoerd werden toen nog elk aspect van het persoonlijk leven geregeerd werd door de Communistische Partij, de wil om te regeren aan het verliezen zijn. Inderdaad, zelfs gewapende bureaucratische dictaturen willen populair overkomen. Wat ook de redenen voor die veranderingen mogen zijn, ze zullen doorgevoerd worden op elk niveau en de vraag naar méér aanzwengelen. Om maar een voorbeeld te noemen: heel wat goed geïnformeerde Chinezen weten dat de vrije pers van Hongkong in 2003 verscheidene honderden levens redde toen ze gedaan kreeg dat de geheimdoenerige centrale regering uiteindelijk toegaf dat er een ernstige sars-crisis heerste. Voorts zal een groot deel van de 8 miljoen bezoekers uit het vasteland die in 2004 Hongkong zullen aandoen, terugkeren met een verlangen naar een manier van leven die op het vasteland gewoon niet bestaat. Zullen die wijzigingen inhouden dat recht afgestevend wordt op een liberale manier van regeren en burgerrechten? Integendeel, ze zullen de kloof tussen de verwachtingen van het volk en een leiderschap dat de hefbomen van de macht op een onvolkomen wijze bedient, alleen maar vergroten. En dat kan de kiem leggen van publieke ontgoocheling. De uiteindelijke voorspelling voor 2004 moet dan ook zijn: dit wordt het jaar waarin de Chinezen onrustig worden. Dominic ZieglerDit wordt het jaar dat het Chinese vasteland echt de wereld zal leren kennen.