Biologische landbouw is beperkt in oppervlakte", vertelt Wim De Middeleer, terwijl hij uitkijkt over de 100 hectare landbouwgrond van zijn biologische Speiboerderij in Sint-Lievens-Esse, een deelgemeente van Herzele. "Sommige landbouwbedrijven hebben makkelijker toegang tot grond dan andere. Heb je onvoldoende grond beschikbaar, dan is het niet mogelijk een groot bedrijf uit te bouwen."
...

Biologische landbouw is beperkt in oppervlakte", vertelt Wim De Middeleer, terwijl hij uitkijkt over de 100 hectare landbouwgrond van zijn biologische Speiboerderij in Sint-Lievens-Esse, een deelgemeente van Herzele. "Sommige landbouwbedrijven hebben makkelijker toegang tot grond dan andere. Heb je onvoldoende grond beschikbaar, dan is het niet mogelijk een groot bedrijf uit te bouwen." De Middeleer zette al in 1998 de stap naar een biologische melkveehouderij. Hij anticipeerde op de zich aankondigende veranderingen in de mestwetgeving en gewasbescherming. De kunstmeststoffen verdwenen van de boerderij, en voor het voeder viel de keuze op een grasklaverrantsoen, aangevuld met eigen granen. Zo werd de Speiboerderij op het gebied van veevoeder zelfvoorzienend. Die aanpak vergt veel grond, en dus breidde De Speiboerderij zich in bijna 25 jaar van 60 naar 100 hectare uit, met 100 koeien en 500 geiten. In 2017 kreeg het bedrijf er ook een grote grasdroogschuur bij met een opslagcapaciteit van 3.000 kubieke meter. Het maakt van de Speiboerderij een middelgrote biolandbouwonderneming, waarin Wim De Middeleer ook zijn vrouw en zijn volwassen kinderen voltijds tewerkstelt. Kan of moet het groter om het aandeel van biolandbouw te vergroten? "Grootschaligheid en biologische landbouw passen minder samen", geeft Wim De Middeleer toe. "Maar sowieso blijft de toegang tot grond het belangrijkste probleem bij het uitbreiden van de biolandbouw. De grondprijzen zijn hoog en er wordt almaar minder verpacht. Dat geldt ook voor de conventionele landbouw, maar voor bio is het extra bezwarend. Bio zoekt toegang tot gronden voor de lange termijn. In een jaar is een perceel dat jarenlang bemest werd bovendien niet klaar voor biologische landbouw." De biolandbouw plukt nu wel de vruchten van de zelfvoorzienende aanpak. De Speiboerderij is immuun voor de hoge prijzen van granen en kunstmest. "We kopen enkel een beperkte hoeveelheid graanvoer bij", zegt De Middeleer. "We halen met grasklaver een aanvaardbare opbrengst." Ook het recent gesloten stikstofakkoord van de Vlaamse regering baart de biolandbouwer weinig zorgen. De vermindering van de uitstoot in de veeteelt laat zich veeleer voelen op varkens- en kippenboerderijen, en de meststop in waardevolle natuur en bossen deert de biolandbouw niet. "Bij ons maken bijvoorbeeld roostervloeren plaats voor volle vloeren, en we zullen dat ook wel merken bij vergunningsaanvragen. De landbouw sleurt een geschiedenis mee van varkens- en kippenbedrijven met een grootte die ver boven de norm zit die de biolandbouw hanteert. Ik begrijp dat iets moest gebeuren om de uitstoot onder controle te houden." De biolandbouw heeft de reputatie van een dalende opbrengst na de omschakeling. Wim De Middeleer bevestigt dat zijn jaarlijkse opbrengst per koe bij de overstap daalde van 7.500 naar 6.000 liter melk, om vervolgens weer toe te nemen. "In de gangbare landbouw haal je 8.500 tot meer dan 10.000 liter per koe. Wij zitten daar ongeveer 2.000 liter onder en mikken niet hoger. Het is deel van de filosofie om de koeien niet kunstmatig meer melk te laten geven dan je met een natuurlijk grasklaverrantsoen kunt bekomen. Koeien met een natuurlijke productie worden ook minder snel ziek." Bovendien heeft de biomelk een heel stabiele prijs. Wim De Middeleer is medebestuurder bij Biomilk.be, een coöperatie van 54 biologische melkveehouders. Biomilk.be bundelt de biologische koemelk van de leden en verhandelt ze tegen de best mogelijke voorwaarden. "Jaarlijks bundelen we 20 miljoen liter biologische koemelk. We streven naar een kostendekkende en stabiele melkprijs. Vroeger lag onze prijs makkelijk 12 tot 14 cent per liter hoger dan die van gangbare melk. Nu betalen we 48 cent per liter, en komt de prijs van gangbare melk ook in die buurt. Dat is een tikje frustrerend, maar als je een keuze voor een stabiele prijs hebt gemaakt, dan moet je daaraan vasthouden." Biomilk heeft een divers klantenbestand, al valt op dat 7 tot 8 miljoen liter naar Delhaize gaat. De coöperatie levert de melk tegen een kostendekkende melkprijs, waarna de supermarktketen ze tot bioproducten laat verwerken. Ondanks de stabiele prijs voor koemelk koos de Speiboerderij in 2015 voor een extra bedrijfstak. In de plaats van de melkveehouderij te verbreden, koos de familie onder impuls van de nieuwe generatie voor biogeitenhouderij. Lore en Jasper De Middeleer runnen de geitentak. "We hebben zo het risico gespreid", zegt Wim De Middeleer. "Bovendien komen die twee activiteiten op één locatie niet in elkaars vaarwater." Terwijl boerderijen als De Speiboerderij kiezen voor een realistisch groeitempo, heeft de Europese Commissie de ambitie het biologische areaal tegen 2030 uit te breiden naar een kwart van het totale landbouwareaal. Op dit moment haalt België volgens cijfers van de Europese Commissie 7 procent. "Het landbouwsysteem wordt acuut geconfronteerd met de nood aan de externe inbreng van voeder. Bio is daar minder gevoelig voor, en toont aan dat het beter is met eigen voederproductie een goed product te maken. Momenteel is bio een nichemarkt. Het is maar de vraag of er een afzetmarkt is voor 25 procent biologische landbouw." Bovendien rijst de vraag of de timing van Europa nog goed zit. Het productieverlies bij een omschakeling naar biologische landbouw komt nu niet gelegen. "Er is geen slecht moment om over te schakelen", repliceert Wim De Middeleer. "Maar je moet duidelijk kiezen voor biolandbouw als niche, of als model voor het landbouwsysteem. Het gaat niet om de vraag of het 25 of 50 procent biolandbouw moet zijn. Kras gesteld: ofwel ga je voor niche, ofwel ga je voor een systeem met 100 procent biolandbouw. Dan kies je heel bewust voor een landbouw zonder kunstmest, zonder fyto (gewasbescherming, nvdr), met een lagere productie en een minder verspillend voedingspatroon voor de consument."