Door corona is de expo over Jean Dubuffet in La Louvière wat ondergesneeuwd geraakt. Onterecht, want het Centre de la Gravure et de l'Image Imprimée maakte er een pareltje van. En goed nieuws: de tentoonstelling werd verlengd tot 24 januari. Wie op kunstbeurzen als Tefaf rondliep, weet dat Dubuffets oeuvre aan een herontdekking bezig is. Zijn oeuvre wordt a...

Door corona is de expo over Jean Dubuffet in La Louvière wat ondergesneeuwd geraakt. Onterecht, want het Centre de la Gravure et de l'Image Imprimée maakte er een pareltje van. En goed nieuws: de tentoonstelling werd verlengd tot 24 januari. Wie op kunstbeurzen als Tefaf rondliep, weet dat Dubuffets oeuvre aan een herontdekking bezig is. Zijn oeuvre wordt art brut genoemd, maar de Franse kunstenaar is veel meer dan een kunstenaar die waanzin als een creatieve motor zag. Hij inspireerde zich vaak op naïeve kindertekeningen of prehistorische kunstuitingen. Het resultaat: primitieve, uit de buik gemaakte tekeningen, schilderijen en sculpturen, die niet aansluiten bij andere kunststromingen in de twintigste eeuw. In La Louvière ligt de focus op zijn grafiek, en meer bepaald op een minder bekende reeks, Les Phénomènes. Tussen 1958 en 1962 maakte Dubuffet litho's van allerhande texturen, materialen en oppervlakken die hij tegenkwam. Maniakaal ging hij op beeldenjacht op straat, in het bos of op het strand. In zijn herbarium van de wereld probeerde hij zelfs ongrijpbare natuurfenomenen zoals sterren en wolken te vangen op papier. Die collectie maakte hij eigenlijk als basismateriaal voor latere werken, maar de reeks groeide uit tot een serie volwaardige werken: 324 litho's gesorteerd in 22 thematische albums. Daaruit is een flinke greep te zien op de expo. Ze laat ook zien hoe Dubuffet in zijn vroegste drukwerkexperimenten uiteindelijk tot zijn obsessieve catalogus van texturen kwam. En vooral: hoe ze inspiratie vormden voor nieuwe composities, het originele doel van zijn herbarium. Niet te missen, zelfs voor wie Dubuffets schilderijen al beu gezien is.