De assemblagelijn bij CNH Industrial in de Antwerpse Haven is niet te vergelijken met die van een autoproducent. Daar neemt één handeling ongeveer 40 seconden in beslag, in Antwerpen wordt voor één operatie een kwartier uitgetrokken. De fabriek maakt aandrijfsystemen voor tractoren. Aan één machine wordt elf uur gesleuteld. Niets is seriewerk, alles wordt op maat van de klant gemaakt. Elke afgewerkte order wordt anderhalf uur getest. "Het aandrijfsysteem is het hart van een tractor", zegt fabrieksdirecteur Luc Thysen. "We produceren verschillende modellen, met specifieke kenmerken voor elk merk. Alle versnellingsbakken zijn automatisch."
...

De assemblagelijn bij CNH Industrial in de Antwerpse Haven is niet te vergelijken met die van een autoproducent. Daar neemt één handeling ongeveer 40 seconden in beslag, in Antwerpen wordt voor één operatie een kwartier uitgetrokken. De fabriek maakt aandrijfsystemen voor tractoren. Aan één machine wordt elf uur gesleuteld. Niets is seriewerk, alles wordt op maat van de klant gemaakt. Elke afgewerkte order wordt anderhalf uur getest. "Het aandrijfsysteem is het hart van een tractor", zegt fabrieksdirecteur Luc Thysen. "We produceren verschillende modellen, met specifieke kenmerken voor elk merk. Alle versnellingsbakken zijn automatisch." De fabriek is bij de buitenwereld niet zo bekend, en toch werken er duizend mensen. Aanvankelijk was ze een onderdeel van Ford. Het Amerikaanse bedrijf vestigde zich in 1930 in de haven voor de productie van personenwagens. Vanaf 1964 verschoof die activiteit naar Genk, waar de vestiging eind vorig jaar sloot. Antwerpen ging tractoren bouwen, tot midden jaren negentig. De eindproductie ging toen naar Basildon in Engeland en Sankt Valentin in Oostenrijk. "Wij produceren bijna uitsluitend voor die zusterbedrijven", zegt Luc Thysen. "Het zijn de twee grote tractorfabrieken van CNH Industrial. We maken de aandrijfsystemen voor de merken New Holland Agriculture, Case International Harvester Agriculture en Steyr." Ook al ligt de fabriek in de haven, via het water wordt er niets vervoerd. "Onze aandrijfsystemen gaan rechtstreeks naar de tractorfabrieken, op het tempo van de af te werken bestellingen. Via het water zou het transport te lang duren. Het gebeurt allemaal met vrachtwagens." CNH Industrial, dat een beursnotering heeft in Milaan en New York, heeft als hoofdaandeelhouder de familie Agnelli, die ook de referentieaandeelhouder is van de autobouwers Fiat Chrysler en Ferrari. Het bekendste merk is Iveco, dat bussen en vrachtwagens fabriceert. CNH Industrial maakt daarnaast landbouwvoertuigen, brandweerwagens, graafmachines en motoren. In het landbouwsegment zijn de merknamen New Holland, Case IH en Steyr een begrip. "We werken vooral in het premiumsegment", zegt Luc Thysen. Dat geldt ook voor de fabriek in Zedelgem, de bekendste vestiging van CNH Industrial in België. Het is een van de grootste fabrieken van het concern, op een oppervlakte van 36 hectare en met 2500 werknemers. Zedelgem maakt de grootste maaidorsmachines ter wereld, naast balenpersen en hakselaars, die bijvoorbeeld mais tot veevoeder vermalen. "Wij produceren de Ferrari's onder de landbouwvoertuigen", stellen de West-Vlamingen. 97 procent van de productie gaat naar de export, waaronder Duitsland, Engeland en Frankrijk. Zedelgem heeft ook het belangrijkste onderzoeks- en ontwikkelingscentrum van de landbouwafdeling van het concern. Ook Oekraïne en Rusland waren de voorbije jaren belangrijke klanten. De resultaten deinen op en neer met de evolutie van de landbouwprijzen. 2011 tot 2013 waren goede jaren, maar sinds 2014 is het vet van de soep. De burgeroorlog in Oekraïne en de economische en politieke perikelen in Rusland eisten hun tol. Ook de wereldwijde landbouwprijzen gingen terug naar af, onder meer door de dalende vraag in China. In 2014, en ook dit jaar, werd de productie in Zedelgem enkele weken stilgelegd. De eerste helft van 2015 bracht geen kentering: de landbouwafdeling van CNH Industrial zag haar omzet met 31 procent zakken. "In 2009, een zwaar crisisjaar, maakten we 17.000 aandrijfsystemen", zegt Luc Thysen. "In een heel goed jaar bouwen we er 30.000. Dit jaar komen we naar verwachting aan 22.000. Wat brengt de toekomst? Dat is moeilijk te zeggen. Een tractor is een investeringsgoed, en er zijn periodes dat er meer en dat er minder wordt geïnvesteerd." Luc Thysen wijst op de troeven van zijn Antwerpse fabriek, die alleen nu en dan een onderdeel produceert voor het zusterbedrijf in Zedelgem. De lonen in België liggen hoger dan in de buurlanden, maar ook hoger dan in Italië, het moederland van CNH Industrial. "We spreken minder over de concurrentiepositie, we spreken vooral over de complementariteit van de fabrieken. De sterkte van de Antwerpse fabriek is haar verticale integratie. Wij assembleren niet alleen, we maken ook onze hoofdcomponenten. Daarin hebben we veel kennis en kunde. Die componenten worden ook gebruikt in andere fabrieken en in andere toepassingen, onder meer in Zuid-Amerika en Italië." Antwerpen doet ook mee aan het wereldwijde kwaliteitsprogramma World Class Manufacturing. "Dat is onze dagelijkse leidraad, onze bijbel, de rode draad van wat we elke dag doen. We zijn een bronzen fabriek. Je kunt zilver en goud halen, en helemaal bovenaan staat de World Class Manufacturing-fabriek. Maar brons is al een mooie waardering." Wolfgang Riepl, fotografie Kris Van Exel