Met Koen Clement staat een Vlaming aan het hoofd van de Weekbladpers Groep (WPG) in Amsterdam, een van de belangrijkste boekenuitgevers in het Nederlands taalgebied. Decennia werden Vlamingen in het boekenbedrijf in Nederland met een scheef oog bekeken. Vlaamse uitgevers slaagden er maar niet in om in Nederland voet aan de grond te krijgen. En Vlaamse auteurs die in Nederland aan de bak wilden raken, konden maar beter hun werk proberen te verpatsen via een uitgever boven de Moerdijk.
...

Met Koen Clement staat een Vlaming aan het hoofd van de Weekbladpers Groep (WPG) in Amsterdam, een van de belangrijkste boekenuitgevers in het Nederlands taalgebied. Decennia werden Vlamingen in het boekenbedrijf in Nederland met een scheef oog bekeken. Vlaamse uitgevers slaagden er maar niet in om in Nederland voet aan de grond te krijgen. En Vlaamse auteurs die in Nederland aan de bak wilden raken, konden maar beter hun werk proberen te verpatsen via een uitgever boven de Moerdijk. Iemand die dat aan den lijve mocht ondervinden, was Angèle Manteau (1911-2008), de grande dame van de Vlaamse uitgeverswereld. In Vechten tegen de bierkaai brengt Kevin Absillis het relaas van de uitgeverij Manteau die er maar met veel moeite in slaagde een vaste stek te verwerven op de Nederlandse boekenmarkt. Het was inderdaad vechten tegen de bierkaai en het uitgevershuis Manteau flirtte meer dan eens met het faillissement. Het boek kan gelezen worden als literatuur-, cultuur- of bedrijfsgeschiedenis. Het is een pareltje en de auteur vertelt op meeslepende wijze hoe Angèle Manteau het Vlaamse boekenbedrijf probeerde uit te bouwen. De vrouw uit Dinant leek allesbehalve voorbestemd om in de Vlaamse literaire wereld haar sporen te verdienen. Ze studeerde eind jaren twintig enige tijd scheikunde aan de ULB. Ze verbleef bij de Nederlandse schrijver-dichter Jan Greshoff waar ze zich aangetrokken voelde tot de Nederlandstalige letteren. Na enkele jaren secretaressewerk startte Manteau in 1932 een eigen importboekhandel. De boekhandel werd al snel een uitgeverij die tijdens de Tweede Wereldoorlog haar glorieperiode kende. Toen was lezen een van de weinige vormen van ontspanning. Manteau wist de kruim van de Vlaamse letteren aan haar fonds te binden: Hugo Claus, Louis Paul Boon, Jos Vandeloo, Jef Geeraerts, enzovoort. Ook buitenlandse schrijvers als Françoise Sagan werden in het fonds opgenomen. Manteau had een gezonde commerciële reflex en koppelde literaire topkwaliteit aan blockbusters voor een breder publiek. Een van de moneymakers van de uitgeverij was de katholiek-flamingant Valère Depauw. Toen hij na de oorlog tot een jaar gevangenisstraf werd veroordeeld, haalde de vrijzinnige Manteau de auteur weer binnen in haar fonds: deze veelschrijver had ze meer dan nodig. Het boek van Absillis toont aan dat een rendabele uitgeverij opzetten geen lachertje is. Manteau probeerde jaren een stevige positie te verwerven op de Nederlandse boekenmarkt, maar als Vlaamse werd ze nooit voor vol aangezien. Toen de uitgeverij in 1965 onder controle kwam van de Nederlandse Van Goor-groep ging het wat beter. Maar in 1970 verliet Manteau de uitgeverij omdat ze in onmin leefde met de Nederlandse top. Bovendien had ze steevast af te rekenen met balorige auteurs. Manteau had de jonge Hugo Claus met zijn eerste roman De Metsiers gelanceerd. Maar voor zijn tweede roman onderhandelde hij achter de rug van Manteau met het Nederlandse De Bezige Bij. Claus liet achteraf geen gelegenheid voorbijgaan om kritiek te uiten op het bekrompen Vlaanderen dat zijn werk niet respecteerde. Uit het boek van Absillis blijkt dat dit een mythe is die Claus al te graag zelf in leven hield. KEVIN ABSILLIS, VECHTEN TEGFEN DE BIERKAAI. OVER HET UITGEVERSHUIS VAN ANGèLE MANTEAU (1932-1970), MEULENHOFF-MANTEAU, 2009, 688 BLZ., 34,95 EURO. A.M.