De auteur van deze tweewekelijkse column is directeur van de denktank VKW Metena.
...

De auteur van deze tweewekelijkse column is directeur van de denktank VKW Metena.Begin volgend jaar zwaait Alan Greenspan na bijna negentien jaar af als voorzitter van de Amerikaanse centrale bank (Federal Reserve Board, kortweg Fed). In die periode ontpopte Greenspan zich als dé centrale figuur van zowel het Amerikaanse economische beleid als de stabiliteit van het internationaal financieel systeem. In een schitterende analyse - recent naar voren gebracht tijdens het fameuze Jackson Hole-symposium, georganiseerd door de Kansas City Fed - gaan de Princeton-economen Alan Blinder en Ricardo Reis op zoek naar de Greenspan Standard. Bocht van 180 graden. Blinder - die tijdens het bewind van Greenspan zelf enkele jaren Fed-ondervoorzitter was - en Reis concluderen dat Alan Greenspan de Fed op een behoorlijk eigenzinnige wijze heeft bestuurd. Greenspan liet zich nooit door academische dogma's of strikte regels leiden. Hij hield er een eigen analyse op na, bouwde steeds voldoende flexibiliteit in en voelde zich niet te beroerd om zich geregeld door zijn gut feeling te laten leiden. Kortom, binnen het intense debat over het centrale uitgangspunt van monetair beleid - met als uiterste polen het strikt vasthouden aan regels enerzijds en het volgen van een volledig discretionaire koers anderzijds - leunde Greenspan nauw aan bij de discretionaire aanpak. Dat hoofdkenmerk van het Fed-beleid de voorbije achttien jaar staat volkomen haaks op wat Greenspan - van opleiding helemaal geen monetair of macro-econoom - in het verleden als ideaal uitgangspunt voor het monetaire beleid beschouwde. Een zeer krachtige visie daarover vertolkte hij in 1966 in het tijdschrift The Objectivist - uitgegeven door de aanhangers van de libertaire Ayn Rand. De enige zinvolle, productieve aanpak van het monetaire beleid, zo stelde Greenspan toen, bestaat erin de geld- en kredietschepping te koppelen aan de goudvoorraad. "Alleen door strak een goudstandaard te volgen, kan de overheid een systematische en dus onvermijdelijk escalerende inflatieplaag vermijden." De toenmalige Greenspan-visie op het monetair beleid komt erop neer dat we de centrale banken zoals we die vandaag kennen - en dus ook de Fed - gewoon moeten afschaffen. Een computergestuurd respect voor de goudstandaard als hoeksteen van het monetaire gebeuren zou volgens Greenspan anno 1966 veel efficiënter en maatschappelijk zinvoller functioneren dan een systeem dat de monetaire besluitvorming overlaat aan het oordeel van centrale bankiers en politici. Extreem individualisme. Binnen de Fed in Washington valt te vernemen dat Alan Greenspan niet graag aan die periode uit zijn leven wordt herinnerd. In 1966 dweepte Greenspan nog met Ayn Rand (1905-1982), de schrijfster-filosofe uit Sint-Petersburg die net dat jaar haar 100ste verjaardag zou hebben gevierd. Via haar romans The Fountainhead (1943) en Atlas Shrugged (1957) - boeken die ook vandaag nog altijd goed verkopen - creëerde Rand de filosofie van het objectivisme. In die levensvisie domineren vrijheid, extreem individualisme en - vooral - de overheersing van het verstand en de logica. Tegelijk wordt elke vorm van emotie uitgesloten. In haar poging om zich af te zetten tegen het verfoeilijke communisme en fascisme (één pot nat, volgens Rand) en ook religie, gaat zij pervers ver in het ophemelen van die waarden. Rand wees elke vorm van overheidsinmenging in de economische en sociale sfeer af. Inflatie, altijd het gevolg van overheidsinterventie, beschouwde ze als de grootste bedreiging voor maatschappelijke stabiliteit. Zoals Jeff Walker in zijn boek The Ayn Rand Cult (1999) documenteert, behoorde Greenspan sinds het midden van de jaren vijftig van de vorige eeuw in New York tot het kleine kringetje trouwe volgelingen van Ayn Rand. Greenspan heeft dat nooit ontkend. Al minimaliseerde hij wél graag zijn betrokkenheid bij de cultus rond Ayn Rand. Johan Van OvertveldtIn 1966 meende Greenspan dat we de centrale banken beter afschaffen. Diezelfde Greenspan zou daarna bijna 19 jaar de Amerikaanse centrale bank leiden.