Wat een stamboom: Randal Keynes is de achterachterkleinzoon van de natuurkundige Charles Darwin (1809-1882) én een nazaat van de econoom John Maynard Keynes (1883-1946). In Darwins dochter (Atlas, 447 blz., 24,90 euro) concentreert hij zich op het dramatische leven van de grondlegger van de evolutieleer. Hij graveerde een aangrijpend portret van de rusteloze Londense onderzoeker, waarin hij de dood van diens tienjarige dochter Annie op de voorgrond plaatst. Zo brengt hij niet alleen - op een ontroerende manier - inzicht in de pe...

Wat een stamboom: Randal Keynes is de achterachterkleinzoon van de natuurkundige Charles Darwin (1809-1882) én een nazaat van de econoom John Maynard Keynes (1883-1946). In Darwins dochter (Atlas, 447 blz., 24,90 euro) concentreert hij zich op het dramatische leven van de grondlegger van de evolutieleer. Hij graveerde een aangrijpend portret van de rusteloze Londense onderzoeker, waarin hij de dood van diens tienjarige dochter Annie op de voorgrond plaatst. Zo brengt hij niet alleen - op een ontroerende manier - inzicht in de persoonlijkheid van Darwin, hij schildert ook de epoque, die het uitbrengen van zijn doorbraakboek Over het ontstaan van soorten (1859) niet vanzelfsprekend maakte. Wat taaier, maar nog altijd best leesbaar en beslist boeiend is het polemische Hoe het leven de dingen regelt (Veen Magazines, 503 blz., 29,95 euro). De Britse hoogleraar Simon Conway Morris trekt van leer tegen wetenschappers als Stephen Gould en Richard Dawkins, die beweren dat de evolutie berust op toeval. De wereld kon er evengoed totaal anders uitgezien hebben, zelfs zonder enige vorm van intelligent leven. Morris tracht het tegendeel aan te tonen: het aantal mogelijkheden is beperkt. De evolutie is dus tamelijk voorspelbaar. Blijft de vraag of de mens de verdere evolutie naar zijn hand kan zetten. Brengen, bijvoorbeeld, klonen en genetische manipulatie ons naar een heerlijke, nieuwe wereld? De reeks Grensverleggend onderzoek (Biblion, 64 blz., 12,95 euro per deel) legt leken uit hoe bepaalde technieken werken. Twee voorbeelden: Klonen en Genetisch veranderd voedsel, twee uitgaven die de thematiek perfect inleiden. De werken zijn zeker verhelderend, al hadden we geregeld graag wat meer uitleg gehad en wat meer discussie over de verdere mogelijkheden van de besproken technieken. "Die man heeft een vacuüm waar zijn geweten zou moeten zitten." Zo kenschetste William Orton, topman van het grootste Amerikaanse telegraafbedrijf in de negentiende eeuw, het genie dat hij aanvankelijk inhuurde om patenten van rivalen te breken. Die technische huurling maakte onder meer furore met de gloeilamp: Thomas Edison. Dergelijke figuren worden pittig geportretteerd in Het elektrisch universum (Ambo, 234 blz., 19,95 euro). De Brit David Bodanis vertelt er de geschiedenis van de elektriciteit. De ernstige uitleg wordt vergezeld van sappige anekdotes - populair-wetenschappelijke historie op zijn best. In De elektrieke kus (Augustus, 336 blz., 22,50 euro) concentreert Dorothee Sturkenboom zich op de rol van vrouwen in de wetenschappen in de achttiende en negentiende eeuw. Ze vertrekt bij een volledig vrouwelijk natuurkundig genootschap, gesticht in 1785 in het Nederlandse Middelburg. De proef met de elektrieke kus ontbreekt niet. Luc De Decker