De situatie met de Zuid-Koreaanse chaebol en de banken die hen goedkoop moesten financieren doet denken aan de Chinese staatsbedrijven. Zij domineren het economische leven en de staatsbanken moeten hen financieren tegen lage intrestvoeten. Volgens een studie van het Amerikaanse National Bureau of Economic Research (NBER) is China kwetsbaar voor een groeivertraging en dus de middeninkomensval.
...

De situatie met de Zuid-Koreaanse chaebol en de banken die hen goedkoop moesten financieren doet denken aan de Chinese staatsbedrijven. Zij domineren het economische leven en de staatsbanken moeten hen financieren tegen lage intrestvoeten. Volgens een studie van het Amerikaanse National Bureau of Economic Research (NBER) is China kwetsbaar voor een groeivertraging en dus de middeninkomensval. Landen met een verouderende bevolking, een hoge mate van investeringen in vaste activa en een ondergewaardeerde munt zijn gevoeliger voor die val. Die factoren zijn van toepassing op China. Door de eenkindpolitiek neemt de werkende bevolking weldra af. De hoge groei van de voorbije jaren werd vooral aangedreven door een investeringsboom, maar die is duidelijk niet houdbaar. Het aantal slechte leningen is niet bekend, maar het zit wel in stijgende lijn. Ten slotte zijn de meeste economen het erover eens dat de Chinese yuan ondergewaardeerd is. Een te goedkope munt maakt het voor binnenlandse bedrijven gemakkelijker om te exporteren, maar het zet hen niet aan om hun producten te differentiëren via merkopbouw en innovatie. Om de stijgende loonkosten op te vangen, hebben Chinese bedrijven binnenkort geen andere keuze dan hun toegevoegde waarde te verhogen. Innovatie en onderwijs zijn in China beter dan in Brazilië of Thailand. De komende weken studeren 7 miljoen Chinezen af van de universiteit. Het probleem is dat de Chinese economie vooral jobs heeft voor technisch geschoolde mensen, niet voor academisch geschoolden, bij wie de werkloosheid gevoelig hoger ligt. En zelf een bedrijf oprichten, is geen favoriete bezigheid. De eenkindpolitiek heeft een generatie voortgebracht die zeer risicoavers is. Een belangrijke motor van innovatie -- kleine hoogtechnologische starters -- kan dus niet zijn volle bijdrage leveren aan de overgang van een laagtechnologische naar een hoogtechnologische economie. China heeft er alle belang bij de macht van de staatsbedrijven af te bouwen en de banken vrij te laten om te lenen aan wie ze willen. Meer buitenlandse concurrentie toelaten zal de Chinese bedrijven dwingen om zichzelf opnieuw uit te vinden. Alleen door een efficiëntere allocatie van de schaarse middelen, gedreven door het spel van vraag en aanbod en vrije concurrentie, kan China hopen om door te stoten naar de club van rijke landen. De vraag is of de Chinese elite het kan opbrengen een deel van haar economische macht op te geven in het belang van de brede bevolking.