Een wereldwijd complot met de katholieke kerk en Opus Dei in de hoofdrol staat borg voor succes. Dan Brown, de auteur van De Da Vinci Code, weet er alles van. Koppel daar nog een verhaal over maffiageld en witwaspraktijken aan vast, en je beschikt over alle ingrediënten voor een kaskraker (zie ook blz. 72 en 113).
...

Een wereldwijd complot met de katholieke kerk en Opus Dei in de hoofdrol staat borg voor succes. Dan Brown, de auteur van De Da Vinci Code, weet er alles van. Koppel daar nog een verhaal over maffiageld en witwaspraktijken aan vast, en je beschikt over alle ingrediënten voor een kaskraker (zie ook blz. 72 en 113). Journalist David Yallop werd rijk met zijn pseudo-onderzoeksboek - In God's Name - over paus Johannes-Paulus I, die in 1978 al één maand na zijn aantreden overleed. Yallop legde een link tussen het mysterieuze overlijden van de nieuwbakken kerkleider en zijn pogingen om orde op zaken te stellen in de financiële huishouding van Vaticaanstad. De katholieke kerk is niet echt gelukkig met die verhalen. Maar eigenlijk is ze zelf verantwoordelijk voor de mythe. Door jarenlang geheimzinnig te doen over haar financiële toestand en door haar betrokkenheid bij het faillissement van de Banco Ambrosiano, eind jaren zeventig van de vorige eeuw, rees het vermoeden dat de Heilige Stoel zaken doet die het daglicht niet mogen zien. Bovendien is Vaticaanstad nog het enige, overblijvende belastingparadijs in de Europese Unie. De soevereine staat - officieel erkend door het Verdrag van Lateranen in 1929 - is namelijk niet onderworpen aan de Europese spaarrichtlijn, die via uitwisseling van financiële gegevens alle EU-onderdanen een heffing op interesten oplegt. Nochtans hebben alle overzeese gebieden van de lidstaten en de zogenaamde derde landen - zoals Zwitserland, Andorra, San Marino, Monaco en Liechtenstein - deze overeenkomst getekend. Alleen Bermuda is uit de boot gevallen, omdat het niet in het Caraïbische gebied ligt. De Bahamas zijn volledig onafhankelijk en komen dus per definitie niet in aanmerking. Ook valt Vaticaanstad niet onder de btw-richtlijn. Consumenten in de twee winkels van deze ministaat kunnen dus gouden zaken doen. Al heeft de belastingplichtige die belastingvrij in het buitenland wil aankopen, wel meer mogelijkheden dan alleen Vaticaanstad. Denk maar aan de aantrekkingskracht van Andorra en de Britse Kanaaleilanden. Puur fiscaal gezien, biedt die ontsnappingsroute - in het vakjargon loophole genoemd - interessante perspectieven voor creatieve ondernemers, die liefst zo weinig mogelijk aan Vadertje Staat afdragen. "Op fiscaal vlak is Vaticaanstad een aards paradijs," zegt advocaat Alain Huyghe, internationaal belastingspecialist bij Baker & McKenzie. "In dit miniland van 44 hectare groot bestaan er geen personenbelastingen, geen vennootschapsbelastingen, geen inkomstenbelastingen, geen btw, geen accijnzen, geen douanerechten, geen schenkings- of successierechten. Ook de salarissen van de buitenlandse functionarissen - een korps van 1500 medewerkers - zijn, net als de EU-ambtenaren, vrijgesteld van Italiaanse belastingen."Bovendien beschikt het soevereine staatje over een eigen bank, namelijk het Instituto per le Opere Religiose (IOR) of het Instituut voor Religieuze Werken, zodat je financiële transacties kunt uitvoeren. Huyghe: "Maar het probleem is dat slechts een zeer select gezelschap van religieuzen, geaccrediteerde diplomaten en staatsburgers ( nvdr - officieel resideren er slechts 552 door de paus persoonlijk erkende inwoners in Vaticaanstad, cijfer 2003) - een rekening kunnen openen. Alleen deze rechtspersonen kunnen dus technisch gezien bankieren en ontsnappen aan de Europese spaarrichtlijn. Alle andere belastingplichtigen vallen uit de boot." Volgens gewezen minister van Financiën Paul Hatry (MR), vertegenwoordiger van de Belgische regering bij de onderhandelingen over de Europese fiscaliteit, kunnen echter alleen rechtspersonen een rekening openen bij het IOR: "Aangezien de spaarrichtlijn alleen geldt voor particulieren, heeft Vaticaanstad de overeenkomst dus niet moeten tekenen." Maar deze situatie kan snel veranderen. Op de jongste conferentie van de European Banking Federation (EBF) stelde Michel Aujean, directeur Fiscaal Beleid van de Europese Commissie, voor de richtlijn uit te breiden naar rechtspersonen en dividenden. "Maar in de praktijk blijken particulieren wel degelijk een rekening bij het IOR te kunnen openen, inclusief geestelijke leiders die een school of ziekenhuis beheren," merkt advocaat Werner Niemegeers (Consulta) op. Van oorsprong beheert het IOR de rekeningen van kloosterorden. De bank valt buiten de Italiaanse reglementeringen. Zo kan de financiële instelling gemakkelijk en discreet kapitalen versassen naar gelijk waar ter wereld. Philippe Simonnot, directeur van het Centrum Economisch Recht aan de Universiteit van Versailles Saint-Quentin, noemt Vaticaanstad dan ook een "belastingparadijs, dat geleid wordt door de vertegenwoordiger van God zelf". Het IOR geniet geen al te goede reputatie. Dat heeft vooral te maken met wat in het verleden is gebeurd. Onder leiding van de Amerikaanse kardinaal Paul Marcinkus raakte de Vaticaanse bank in de jaren zeventig betrokken in maffiose vastgoedspeculaties en witwaspraktijken. Ook was het instituut als aandeelhouder betrokken bij het frauduleuze faillissement van de Banco Ambrosiano. De Italiaanse bank, waarvan de omstreden topman Roberto Calvi in 1982 in verdachte omstandigheden onder een Londense brug dood werd aangetroffen, liet een schuld na van 1,3 miljard euro. Officieel betaalde het IOR een vrijwillige bijdrage van 250 miljoen euro aan de curatoren als zwijggeld. Volgens bepaalde bronnen lag het werkelijke bedrag vijfmaal hoger. Hoeveel kapitaal aan beleggingen de Vaticaanse bank nu eigenlijk beheert, is een goed bewaard geheim. Volgens de Duitse historicus Hartmut Benz zou de oorspronkelijke vergoeding voor het verlies van de pauselijke staten - 90 miljoen dollar in 1929 - nu zijn aangegroeid tot 1,2 miljard dollar, al blijft het gissen naar het precieze bedrag. In een zeldzaam interview liet de Amerikaanse aartsbisschop Edmund Szoka, die het financiële beleid van de ministaat moest saneren, ontvallen dat het totale vermogen van Vaticaanstad 5 miljard dollar beloopt. Bekend is dat de paus een direct beroep doet op het IOR wanneer hij bisschoppen uit armere landen wil vergoeden. Het IOR is ook de ideale instelling om middelen van rijkere bisdommen (zoals de Amerikaanse en de Europese) te versassen naar armere kerkprovincies. Philippe Simonnot (Universiteit van Versailles Saint-Quentin) vermoedt dat het IOR nog altijd wordt gebruikt om via een of andere kloosterorde geld naar het buitenland te versassen. Dat gaat zo: een individu geeft een schenking aan een religieuze orde die klant is bij het IOR. Dat geld kan dan naar een derdewereldland verdwijnen of zo op een rekening in een fiscaal paradijs terechtkomen. Op die manier zijn in het verleden trouwens aanzienlijke middelen in Polen terechtgekomen ter ondersteuning van de socialistische vakbond Solidarnosc, omdat er toen lokaal een beperking gold op het kapitaalverkeer. Sinds 1988 tracht Vaticaanstad haar besmeurde blazoen op te poetsen met de publicatie van jaarbalansen. Om die te analyseren, moeten we een onderscheid maken tussen twee entiteiten: enerzijds Vaticaanstad zelf en anderzijds de rekeningen van de Heilige Stoel, het hoofdkwartier van de katholieke kerk. De belangrijkste bron van inkomsten haalt de ministaat uit twee grote winkels, die een uitgebreid assortiment goederen tegen lage prijzen verkopen. Samen zijn ze goed voor 53 % van het totale budget, dat 150 miljoen euro bedraagt. De andere ontvangsten bestaan uit tickets van musea (19 %) en de verkoop van postzegels of munten (28 %). Het patrimonium van Vaticaanstad is onschatbaar, maar staat in de boeken ingeschreven voor amper 1 euro. Overeenkomstig het Verdrag van Lateranen - nog ondertekend door Bettino Mussolini - mag geen enkele kunstschat ooit worden verkocht. De grootste uitgavenposten zijn Radio Vaticaan en de krant L'Osservatore Romano. Bij de totstandkoming van de euro sloot Vaticaanstad met de Italiaanse staat een overeenkomst dat de ministaat - geen lid van de Unie, maar gebruikmakend van de lire - elk jaar voor 670.000 euromunten mocht slaan met de beeltenis van de paus. Dat zijn lucratieve collector's items. Bovendien slaat Vaticaanstad er handig munt uit door alleen koffers met euromunten uit te geven. De geldelijke waarde van zo'n koffertje is 3,88 euro, maar het wordt voor meer dan 250 euro verkocht. Door het aanbod beperkt te houden - jaarlijks brengt de ministaat slechts 300.000 van de toegelaten 670.000 euro's op de markt - blijft de prijs hoog en rinkelt de kassa van Vaticaanstad. Zo slaagt de ministaat erin haar begroting in evenwicht te houden en jaarlijks 5 miljoen euro opzij te zetten om de financiën van de Heilige Stoel te ondersteunen. Ook de paus en zijn entourage beschikken over een eigen jaarrekening. Het is van die rekening dat de lonen van de Romeinse curie (2500 werknemers, goed voor zo'n 200 miljoen euro per jaar) worden betaald. Inkomsten komen van huuropbrengsten van vastgoed in Rome en uit beleggingen. Drieëntwintig jaar lang leed de Heilige Stoel verliezen. Pas na een aanpassing van het Kerkelijk Wetboek kwam een einde aan dit deficit. Sinds 1993 moeten alle bisdommen ter wereld een bijdrage betalen aan de paus. Daarnaast besloot de paus begin jaren negentig om de goudvoorraden van de kerk te verkopen. Zo klom de Heilige Stoel geleidelijk uit de rode cijfers (zie tabel). Toch maakt de paus zich zorgen over de vermindering van het aantal donaties tot 43,2 miljoen euro. Ook dalen de bijdragen van de bisdommen lichtjes naar 73,3 miljoen dollar. Bijna de helft van alle schenkingen, namelijk 48 %, komt uit het land van George Bush. Maar daar dreigen de misbruikschandalen roet in het eten te gooien. Het totale bedrag aan schikkingen in de Verenigde Staten is sinds 1950 opgelopen tot 670 miljoen euro. Voor een aantal Amerikaanse bisdommen dreigt nu een financieel bankroet. Tijd voor Benedictus XVI om klare wijn te schenken en een gezonde boekhouding te presenteren. Alain Mouton Eric Pompen