De weg naar de werkruimte van Ilse Evenepoel loopt langs rollen aluminiumkabel en grote haspels, door magazijnen en ateliers. Helmen en veiligheidsvesten zijn standaard, net als de stevige bonken die Ilse goedenavond wensen op hun weg naar huis. Lamifil is hardcore metaalindustrie.
...

De weg naar de werkruimte van Ilse Evenepoel loopt langs rollen aluminiumkabel en grote haspels, door magazijnen en ateliers. Helmen en veiligheidsvesten zijn standaard, net als de stevige bonken die Ilse goedenavond wensen op hun weg naar huis. Lamifil is hardcore metaalindustrie. Dat vertaalt zich in het aandeel vrouwen onder de werknemers: 15 op 265. Evenepoel is de enige vrouw van de bijna 200 mensen die onder haar verantwoordelijkheid als operationeel manager vallen. "Dat ben ik gewend. Natuurlijk heb ik mijn deel scheve blikken gehad en twee jaar geleden ben ik nog echt kwaad geweest om een denigrerende opmerking. Maar over het algemeen heb ik altijd graag met mannen gewerkt." Evenepoel is niet bang om de dingen te benoemen zoals ze zijn. "Toen ik bij Aleris van de productie naar de sales en marketing ging, waarschuwden sommigen me dat ik daar veel te direct voor was. Maar open en transparant communiceren vind ik net een sterkte. We zijn hier twee jaar geleden begonnen met een groot project voor een wijziging van de veiligheidscultuur: Safe 2 connect. Dat kan maar lukken met een goede samenwerking en duidelijke processen. Dat was in het begin niet makkelijk, maar door die open aanpak, en de samenwerking met mijn vier afdelingsleiders, verbeteren de zaken. "We hebben onder meer geïnvesteerd in nieuwe aluminiumsmeltovens. En je merkt dat het echt begint te leven, dat mensen zeggen als iets niet 'safe 2 connect' is. Natuurlijk was er weerstand. Maar als je altijd open en respectvol blijft, draaien ze wel bij. Ik ben consequent omgegaan met mensen die er de kantjes afliepen, en dat wordt geapprecieerd." Hoe kwam u hier terecht? ILSE EVENEPOEL. "Ik werd gevraagd het bedrijf te helpen om zich klaar te maken voor de toekomst. Er stonden tien projecten op mijn lijst, om nieuwe markten aan te boren. Tot de operationele manager vertrok en de CEO me vroeg die functie over te nemen. Ik had geen ervaring in het leiden van zo'n grote groep en heb ook een assessment gevraagd. De coach zei al na drie sessies dat het niet nodig was om verder te gaan: 'Je bent goed bezig, doe maar voort.'" U studeerde burgerlijk ingenieur metaalkunde. Wat trok u daarin aan? EVENEPOEL. "De leerkrachten wiskunde en wetenschappelijk tekenen zetten meisjes op school actief aan om voor burgerlijk ingenieur te kiezen. Wat me het meest aantrok, was de werkzekerheid. Ik wilde vooral een richting kiezen die me een brede keuze gaf. Eigenlijk wilde ik arts worden, maar mijn broer, die toen in zijn vijfde jaar geneeskunde zat, raadde me dat af. Ik was dus niet vanaf de wieg gepassioneerd door techniek. Ik zat niet in mijn kindertijd autootjes uit elkaar te halen of zo. "Het liefst had ik mechanica gestudeerd, maar dat was niet mijn beste vak, dus werd het metaalkunde. Daar zaten even weinig vrouwelijke medestudenten. De meeste vrouwelijke burgerlijke ingenieurs kiezen voor chemie, elektronica of biomedische wetenschappen." Hoe komt het dat zo weinig vrouwen voor technische richtingen kiezen? EVENEPOEL. "Kijk even rond: dit is geen sexy omgeving. Ik heb ooit twee vrouwelijke sollicitanten gehad om in de operaties te komen werken. Ze hebben afgehaakt. In de lijst van de Inspiring Fifty zie je ook weinig vrouwen die in de klassieke nijverheid actief zijn. "We hebben ons met de vrouwen van Inspiring Fifty al afgevraagd hoe we meisjes beter kunnen inspireren. Ik denk dat we daar een model in kunnen zijn, om te tonen wat mogelijk is. Al geloof ik niet al te sterk in dingen zoals de Internationale Vrouwendag. Ik verwacht er veel meer van dat kinderen nu opgroeien in gemengde klassen en in de lagere school samen fietsen leren herstellen. "Het allerbelangrijkste is dat je in jezelf gelooft. Als er een uitdaging is: ga er gewoon voor. Het is niet erg als je iets niet weet. Ik wist voordien niets van onderhoud, dus omringde ik me met mensen die dat beter kennen dan ik." Wat voor type leider bent u? EVENEPOEL. "In mijn boekenkast staan wel wat boeken over leiderschap, maar eerlijk gezegd opereer ik veel vanuit mijn aanvoelen. Niet enkel het zware, analytisch gestructureerde, maar ook en vooral het menselijke en het warme. Veel mensen hebben nog altijd het vooroordeel dat vrouwen emotioneel en impulsief zijn. Maar ik denk dat dat ook voordelen heeft, omdat je je kwetsbaar durft op te stellen. Toen ik hier begon, was de fabriek er misschien nog niet klaar voor, net omdat ik niet alleen vanuit de cijfers redeneer. Die zijn belangrijk, maar vuur, menselijkheid en empathie zijn dat ook. Het gaat om doen, denken én voelen. "Maar ik ben tegen quota. Ik vind dat discriminerend. Je moet een team samenstellen op basis van competenties, niet omdat je nog een vrouw nodig hebt. Dat is middeleeuws. Ik ben bestuurder bij Finocas, de holding boven het investeringsfonds Finindus en het onderzoekscentrum OCAS. Ik zit daar misschien ook omdat ik toevallig een vrouw ben, maar toch vooral voor mijn technische expertise. Dus voordat u het vraagt: ik ben allergisch aan de vraag hoe ik als vrouw mijn werk combineer met mijn gezin. Dat is iets wat ik met mijn man afspreek." Inspiring Fifty creëert ook een netwerk van vrouwen. Netwerken vrouwen te weinig? EVENEPOEL. "Dat weet ik niet. Ik vind netwerken iets dat vanzelf gaat. Je komt bij veel mensen en probeert die te helpen. Daarvoor hoef je geen recepties af te dweilen. Naar pure netwerkevents ga ik niet, wel naar bijvoorbeeld Factory of the Future, of de lerende netwerken van Voka Antwerpen-Waasland. Je leert een bedrijf kennen, of er is een spreker, en dan koppel je informatie aan het aangename. "Dat heb ik nog het meest gemist tijdens corona. Nu houden we onze blik noodgedwongen op onszelf, terwijl ik erg naar buiten ben gericht. Ik ben vroeger naar veel beurzen gegaan, om te leren wat er leeft bij de concurrentie en de nieuwigheden in kaart te brengen. Nu moeten we veel zelf opzoeken en zijn er virtuele beurzen, maar dat is niet hetzelfde." Op uw LinkedIn-pagina noemt u zich een 'semi-professionele hobospeler'. Bent u een muzikale carrière misgelopen? EVENEPOEL. "Dat niet, maar het maakt ook duidelijk dat ik meer dan ben mijn werk alleen. Ik ben een laatbloeier. Mijn ouders lieten me piano leren, maar pas op mijn 25ste ben ik in Mechelen naar de muziekschool gegaan om hobo te leren. Nu speel ik, tenminste voor corona, mee in halfprofessionele orkesten, zoals het Symfonieorkest in Lier. Het helpt me om mentaal even los te komen van alles."