Niemand heeft een beter zicht op de Europese sector van de durffilantropie en het sociaal investeren dan Steven Serneels. In de Trends Podcast van deze week vertelt hij waarom impactinvesteren een blijver is.
...

Niemand heeft een beter zicht op de Europese sector van de durffilantropie en het sociaal investeren dan Steven Serneels. In de Trends Podcast van deze week vertelt hij waarom impactinvesteren een blijver is. Steven Serneels is al jaren actief in de European Venture Philanthropy Association (EVPA). Tot voor kort was hij CEO en nu is hij voorzitter. "Net zoals traditionele investeerders stellen ook sociale investeerders en durffilantropen het ondernemerschap centraal", legt Serneels uit. "Maar ze financieren vormen van ondernemerschap die een maatschappelijke meerwaarde creëren. Dat doen ze met giften, leningen en aandelenkapitaal." De EVPA vertegenwoordigt meer dan 300 impactinvesteringsfondsen, durffilantropen en stichtingen uit heel Europa. Ze hebben in 2019 meer dan 6 miljard euro geïnvesteerd. Dat gaat van een begeleidingsproject voor minderjarige vluchtelingen tot een fonds dat investeert in kleinschalige koffietelers of landbouwbedrijven in Afrika en Zuid-Amerika. Op zich werken impactinvesteerders en durffilantropen niet veel anders dan hun traditionele evenknieën. "Het zijn ook kapitaalverschaffers", legt hij uit. "Ze moeten op zoek gaan naar deals. Ze hebben investeringscomités die beoordelen welke investeringen passen en welke niet. Daarnaast volgen ze hun investeringen heel kort op en vroeg of laat voorzien ze ook een exit uit hun investering." Ze beoordelen hun investeringen wel op een andere manier. "Impactinvesteerders hebben vooral oog voor de oplossingen waarin ze investeren." Ze definiëren hun succes niet aan de hand van kwantitatieve resultaten, maar eerder via kwalitatieve criteria. Zo beoordelen ze hoe efficiënt hun investeringsproject een probleem oplost of kijken ze naar de impact die dat heeft op een deel van de maatschappij. Steven Serneels ziet impactinvesteren een hoge vlucht nemen, omdat financieel en maatschappelijk rendement elkaar niet langer uitsluiten. "De centrale vraag bij durffilantropie en sociaal investeren is niet langer waarom, maar wel hoe", besluit hij.