Het Al Qaeda-terrorisme tegen het Westen vreet aan twee gedachtestromingen die de voorbije jaren tot dogma verheven waren: multiculturalisme enerzijds (vooral en vogue in weldenkende, betere kringen) en de globalisering van de economie anderzijds (in de bedrijfswereld).
...

Het Al Qaeda-terrorisme tegen het Westen vreet aan twee gedachtestromingen die de voorbije jaren tot dogma verheven waren: multiculturalisme enerzijds (vooral en vogue in weldenkende, betere kringen) en de globalisering van de economie anderzijds (in de bedrijfswereld). De eersten noemen zich vanuit hun antikapitalistische overtuiging ook graag antiglobalist; de tweede groep staat eerder onverschillig tegenover multiculturalisme, want was al even weinig rechtstreeks betrokken bij de minder aangename neveneffecten. Dat laatste verandert snel. Spanningen met geradicaliseerde moslims die hier opgroeiden, doen de vraag rijzen waar de grens ligt tussen multiculturele tolerantie en in zichzelf gekeerde subculturen. Niet alleen omdat de meeste daders van Al Qaeda-terreur immigranten zijn en meestal van westerse nationaliteit (zoals blijkt uit Quantitative Analysis of Terrorism and Immigration, onderzoek van het Nixon Center in Washington), ook wegens de exponentiële groei van dit deel van de Europese bevolking. Olivier Roy, auteur van Islam et Mondialisation, wijst erop dat radicalisering het gevolg is van uitsluiting: een verloren generatie rebels looking for a cause. Een job vinden ze moeilijk, voeg daar westerse zelfhaat en overrelativering van de eigen waarden aan toe en het resultaat is geen uitnodigende formule voor een geslaagde integratie (laat staan 'assimilatie', een begrip dat hier een vloek is geworden). Er zijn nu 20 miljoen immigranten in Europa. Gelet op ons geboortedeficit zullen het er 160 miljoen moeten zijn tegen 2025 om onze maatschappij draaiende te houden. Zonder een enthousiaste omarming van onze levenswijze en een oprecht gevoel er helemaal bij te horen, wordt dat problematisch. Als we een staat van oorlog of een politiestaat willen vermijden, moeten moslims expliciet duidelijk maken waar zij staan in een seculiere samenleving: er waren in Europa nog geen massabetogingen van moslims tegen het Al Qaeda-terrorisme. Een tweede voedingsbodem voor antiwesterse gevoelens zou de razendsnelle globalisering zijn, waarbij traditionele samenlevingen door de American way of life ontwricht worden. Net zoals de multiculturalisten klampen de globalisten zich vast aan een dogma: buitenlandse investeerders brengen welvaart en betere arbeidsvoorwaarden in ontwikkelingslanden. En dat is ook zo. Maar, net zoals immigratie nodig is - en hier een kwestie is van assimilatiecapaciteit om zonder zware negatieve neveneffecten te kunnen slagen, geldt hetzelfde voor de globaliseringsmachine: ook daar is het een kwestie van absorptievermogen. De radicale islam werd een sociaal vangnet in Zuidoost-Azië na de ravages van de financiële crisis in 1997. Grote landen als China, India en Brazilië trokken daaruit hun conclusies om dergelijke spanningen te vermijden. China revalueert zijn munt met mondjesmaat en volgens zijn tempo (2,1 %; niet de gevraagde 15 %, laat staan de vooropgestelde 40 %). China en India worden geprezen als dé succesverhalen van de globalisering. Dat zijn ze niet. De twee landen bepalen zélf wanneer en hoe ze hun kapitaalmarkten openstellen. Steeds meer opkomende landen volgen die weg. Het hoogtepunt van globalisering en multiculturalisme als dogma is voorbij. Erik Bruyland